JeChèZeQéAL EZECHIëL 1
SEDER
………………………….\ ………….\…………………………………….…………… |
en-voorts-geschiedt in-de-dertigste jaarandering[1] in-de-vierde 1
……………\………………………….
[op-de-vijfde voor-een-maandvernieuwing[2],
en-ik in-het-midden-van~de-ontmantelingschap
…………………………………………… . . .
[op-tegen~de-blikkering[3]~KeBáR;
………………….| ……..
openden-zich de-hemelhelften,
……………….<>………..//……………….!
en-voorts-zie-ik gezichten-van gods.
………….<>……………………….. . . . . . . . . . .
op-de-vijfde voor-een-maandvernieuwing; 2
..>……..\……………………….
deze jaarandering de-vijfde,
………………….<>……………………….//…………………..!
voor-de-ontmanteling-van de-koning JóWJáKieJN.
………..\…………………\……………………………………………………………….«
geschiedend geschiedt een-inbreng-van~die-JHWH-van-Israël 3
………………………..\\…………………………………….\\\………….//……………….//………
[naar~JeChèZeQéAL stichtzoon-van~BuWZieJ de-priester in-het-land-van
……………….<>………….……………………………… . . .
[de-KàSseDieJM[4] op-bij~de-blikkering~KeBáR;
……………………….//………….//..<>………………………………… !
en-voorts-geschiedt op-mij daar de-hand-van~die-JHWH-van-Israël.
………………..||…………………..« ………….\\…………………./……………….\….
en-voorts-zie-ik en-kijk-hier een-beluchting-van turbulentie komt 4
……………………………………………. .
[vandaan-van~het-opberg-noorden[5]:
………..>…………….| ………\…………..
overwolking groot en-vuur toenemend,
………//……..<>………………….. . . . . .
en-straling daarvoor in-omsingeling;
………….\\…………………………………. .
en-vandaan-van-het-midden-daarvan,
EZ 1
…………….//……………………………….<>
als-een-wel-oog-van het-blankstaal
……………………………..//…………………….!
[vandaan-van-het-midden-van het-vuur.
……./……………………………………… .
en-vandaan-van-het-midden-daarvan, 5
……………………<>………………….\…. . . . . . . . . . . .
wat-te-vergelijken-is-met vier levend-zijnden;
……..| …………………….. .
en-dit het-aanzicht-hunner,
……………………//………………………..<>……………………. !
wat-te-vergelijken-is-met een-roodling (is)aan-hen.
…….//……………….<>…………………………….. . . . . . . . . .
en-vier vertegenwendigingen voor-een-één-enkele; 6
……..//….<>…………………….//……………………… !
en-vier vleugels aan-een-één-enkele voor-hen.
……………………………..<>……………….\……………. . . . . . .
en-de-voetebenen-hunner een-voetebeen rechtuit; 7
…………..\………………………………….. . .
en-de-zool-van de-voetebenen-hunner:
…………………….| …….. .
als-de-zool-van een-kalf,
……. .
en-fonkelenden,
…………….<>……………………//……… !
als-een-wel-oog-van metaal geboend[6].
……………………….\……………………… . .
en-de-handen-zijner[7] van-een-roodling: 8
……………………………./…………….| ………………….. .
vandaan-van-de-drukplek-van de-vleugels-hunner,
<>………\……………………….. . . . . .
op de-vier één-vierden-hunner;
……………………………………………..//……………………………….<>………………………………. !
en-de-vertegenwendigingen-hunner en-de-vleugels-hunner (zijn)aan-hun-vieren.
…….//……….//………………………….<>…………………………… . . . . . .
verbonden ieder naar~de-enkel-ene-van de-vleugels-hunner; 9
………………………..\…………………………………………………….. . .
niet~zijn-zij-in-singels-aan’t-gaan bij-het-gaan-van-hen:
//………………………..//……………………………………………..<>…………………………….. !
elk naar~de-oversteek-van de-vertegenwendiging-zijner zijn-zij-aan’t-gaan.
…………………………\…………………………………………………………………….]
en-wat-te-vergelijken-is-met de-vertegenwendigingen-hunner 10
…………………………..\…………………………..:
[(is)de-vertegenwendiging-van een-roodling
…………………………\\…………………………..///……………..
en-de-vertegenwendiging-van een-stroper(leeuw)
EZ 1
…………………………………………..| …………….. .
[(is)naar~het-zuiden-rechtse aan-hun-vieren,
………………………………………………………//……………………..<>…
en-de-vertegenwendiging-van~een-os vandaan-van-links
……………. . . . . .
[aan-hun-vieren;
……………………………………………………….<>…………………………….. !
en-de-vertegenwendiging-van~een-adelaar (is)aan-hun-vieren.
……………………………………………..||……………………………….//………………………….<>……
en-de-vertegenwendigingen-hunner en-de-vleugels-hunner vaneen-gescheiden 11
……………………. . . . . . . .
[vandaan-van-opwaarts;
…….. . .
voor-ieder:
……..fz…………………………..\…………………………. .
een-twee-ander-tal verbonden-zijnde aan ieder,
………………\……………………….. .
en-een-twee-ander-tal verhullend,
…..<>………………………. !
enwel de-karkassen-hunner.
……//………………..//…………………………………………………………<>……………………. . . . . .
en-ieder naar-de-oversteek-van de-vertegenwendiging-hunner 12
[zijn-zij-aan’t-gaan;
..\………..☼ …………………………………\\…………….///……./……………. | ………….. .
naar waar aan’t-geschieden-is~heen de-beluchter om-te-gaan
[zijn-zij-aan’t-gaan,
.//……………………….<>…………………….. !
niet zijn-zij-aan’t-singelen bij-het-gaan.
………………\\……………………./……………………………………..………\………………………… . .
en-wat-gelijk-is-aan de-levend-zijnden de-aanzichten-hunner 13
[als-verkolingen-van~vuur:
……………… ☼ ………\……………. .
brandhopen naar-aanzicht fakkels,
||..<>…………………..\……………… . . . . . . . . . . .
zij gaande onderscheidend de-levend-zijnden;
……….\………………… .
en-stralend voor-vuur,
…………………………………<>………..//……………. !
en-vandaan-van-het-vuur uittrekkend gebliksem.
…………<>……………………\……………. . . . . .
en-de-levend-zijnden lopend en-kerend; 14
……….<>……………………..!
naar-aanzicht het-gebliksem.
………………<>……….. . . . . . . . . . . .
en-voorts-zie-ik de-levend-zijnden; 15
………………☼ ……..\\………….//………………………..<>……….//………..
en-kijk-hier een-rad een-één-enkele op-het-land ter-zijde-van
…….<>………………………………….//…………………………………….. !
[de-levend-zijnden voor-de-vier vertegenwendigingen-hunner.
EZ 1
……..\\……………………..///……………………………………….. | ……….\………….. .
het-aanzicht-van de-raderen en-de-maaksels-hunner zoals-oogt turkoois, 16
……………….//………………… < >……………………….. . . . .
en-wat-gelijk-is-aan een-één-enkele voor-de-vier;
……………………………………..| ………………………. .
en-de-aanzichten-hunner en-demaaksels-hunner:
.//…………………….//……………….<>……………..//…………………… !
zoals aan’t-geschieden-is het-rad in-het-midden-van-het-rad.
…………..//……………………<>……………………………….\……………………………. . . . .
op~de-vier één-vierden-hunner bij-het-gaan-hunner zijn-zij-aan’t-gaan; 17
.//……………………….<>………………………………. !
niet zijn-zij-aan’t-singelen bij-het-gaan-hunner.
……../……………… .
de-boog-velgen-hunner, 18
…….//………….<>…………….\…………………….. . . . .
en-rijzig aan-hen en-ontzagwekkend aan-hen;
………………………….. . .
en-de-velgbogen-hunner:
.//……….//…………………….<>………………………… !
vol van-wel-ogen in-een-singel om-de-vier-hunner.
…………………./……….|….. .
en-bij-het-gaan-van de-levend-zijnden, 19
…………………//………<>……………………………. . . . .
zijn-aan’t-gaan de-raderen terzijde-van-hen;
…………………///………………………………………………………………………….|
en-bij-het-hoog-heen-gedragen-worden-van de-levend-zijnden
…………………….\……….. .
[vandaan-van-op-het-land,
……….<>……………………………………………………….. !
zijn-hoog-heen-aan’t-gedragen-worden de-raderen.
.\………|…………………………………..\\……………///……../………………………………….. .
op waar aan’t-geschieden-is~heen de-beluchter om-te-gaan 20
[zijn-zij-aan’t-gaan,
.//…………………….<>……………………. . . . .
waar-heen de-beluchter (is)om-te-gaan;
……….. . .
en-de-raderen:
…………………………………………………………….| ………………………………………….. .
zijn-hoog-heen-aan’t-gedragen-worden tot-mede-genootschap-met-hen,
//………..//……………………<>…………………………………. !
ja de-beluchter-van een-levend-zijnde (is)in-de-raderen.
……………………………\………………………….. .
bij-het-gaan-van-hen zijn-zij-aan’t-gaan, 21
……………………………………………..<>……………………… . . . . . . . . . .
en-bij-het-blijven-staan-van-hen zijn-zij-aan’t-blijven-staan;
………………….↔……………………………………………………………………………..\………. . .
en-bij-het-hoog-heen-gedragen-worden-van-hen vandaan-van-op het-land:
……….///………………………………………………………………..|
zijn-hoog-heen-gedragen-aan’t-worden de-raderen
EZ 1
……………………………………………. .
[tot-mede-genootschap-met-hen,
//………..//…………………….<>………………………………… !
ja de-beluchter-van een-levend-zijnde (is)in-de-raderen.
|| /// | .
en-iets-gelijks op~de-eerstdelen-van-een-levend-zijnde (nl.)een-pletwerk, 22
<> \ . . . . . . . . . . . .
als-een-oog-wel-van het-kaalkoude ontzagwekkende;
// <> !
zich-rekkend op-over~de-eerstdelen-hunner vandaan-van-boven-op.
/ | .
en-op-de-drukplek-van het-pletwerk, 23
\ .
de-vleugels-hunner recht-uit,
<> . . . . . .
ieder naar-de-zusterverwant-harer;
. .
voor-ieder:
/// | .
andertwee verhullend herwaarts,
. .
en-voor-ieder:
/// | .
andertwee verhullend derwaarts,
<> !
enwel de-karkassen-hunner.
\ \ || ☼
en-voorts-hoor-ik enwel~de-stem-van de-vleugels-hunner als-de-stem-van 24
\\ /// | .
[wateren vele als-de-stem-van~de-overweldigende bij-hun-gaan,
// <> \ . . . . . . . . . . .
een-stem-van roerigs als-de-stem-van een-neerlatingsplaats;
< > // !
bij-hun-blijven-staan zakken de-vleugels-hunner.
|| .
en-voorts-geschiedt~een-stem van-boven-vandaan, 25
<> \ . . . . . .
voor-het-pletwerk dat(is) op~de-eerstdelen-hunner;
<> // !
bij-hun-staan-blijven zakken de-vleugels-hunner.
. .
en-van-boven-vandaan: 26
/ | \ .
voor-het-pletwerk dat(is) op~de-eerstdelen-hunner,
// <> \ . . . . .
naar-aanzicht een-steen-van~SàPhieJR iets-gelijkends-op een-troon;
\\ \ .
en-op het-gelijkends-op de-troon,
|| // // <> !
iets-gelijkends naar-aanzicht op-een-roodling daarop
[vandaan-van-daarboven-op.
EZ 1,2
\ \ . .
en-voorts-zie-ik als-een-wel-oog-van blankstaal: 27
/// | .
naar-aanzicht~vuur (als)een-huis~voor-haar in-omsingeling,
// <> . . . . . . . .
vandaan-van-het-aanzicht de-heupen-zijner en-tot-boven-op;
/// | .
en-vandaan-van-het-aanzicht de-heupen-zijner en-tot-neergerektheid,
/ | .
zie-ik naar-aanzicht~vuur,
// <> !
straling voor-hem in-omsingeling.
\ || ☼ \\ / \
naar-aanzicht de-boog die aan’t-geschieden-is in-de-overwolking op-de-dag-van28
. .
[de-plasregen:
\ /// / | .
vastzo het-aanzicht-van de-straling in-omsingeling,
|| <> \ . . . . . . . . . . . .
hij het-aanzicht-van iets-gelijkends-op
[de-zwaarte-van~die-JHWH-van-Israël;
| \ .
en-voorts-zie-ik en-voorts-val-ik op-de-vertegenwendiging-mijner,
<> // !
en-voorts-hoor-ik een-stem die-inbrengt.
=
<> . . . .
en-voorts-zegt tot-mij; 2.1
| \ .
stichtzoon-van~roodling blijf-staan op~de-voetebenen-jouwer,
<> !
en-voorts-breng-ik-in bij-jou.
\\\ \ . .
en-voorts-komt in-mij een-beluchting: 2
| \ .
naar-wat hij-in-brengt tot-mij,
<> . . . . . .
en-voorts-doet-zij-staande-blijven-mij op~de-voete-benen-mijner;
|| <> // !
en-voorts-hoor-ik enwel hem-die-inbrengt tot-mij.
~
\ . .
en-voorts-zegt-hij tot-mij: 3
| \\ /// |
stichtzoon-van~roodling zendend-ben ik enwel-jou
\ .
[naar~de-stichtkinderen-van JieSseRáAéL,
EZ 2
// <> \ . . . .
naar-naties weerspannig die weerspannig-zijn~op-mij;
/// | \ .
zij en-de-omvamenden-hunner zijn-afvallig bij-mij,
<> // !
tot~bot-hard de-dag (nl)deze.
. .
en-de-stichtkinderen: 4
/// | .
stijven-van vertegenwendiging en-harden-van~hart,
// // <> . . . .
ik(ben) zendende enwel-jou naar-hen;
\ .
en-jij-zegt tot-hen,
// <> / !
zo zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël.
/ | \ .
en-zij ware’t-dat~zij-horen en-ware-‘t-dat-zij-stoppen, 5
// // <> . . .
ja een-huis-van ergerlijkheid zij;
.
en-aan’t-volkennen-zijn-zij,
// <> // !
ja een-profeet geschiedt in-het-midden-van-hen.
~
\ <> \\ /
en-jij stichtkind-van~roodling niet-ben-jij-je-aan’t-ontzien vandaan-van-hen 6
\ . .
[en-vandaan-van-de-inbrengen-hunner geen~ontzag-ben-jij-aan’t-hebben:
\ /// | .
ja tegenstribbeligen[8] en-gifdoornen samen-met-jou,
<> \ . . . . . .
en-bij-~geselschorpioenen (ben)jij zittend;
/// |
vandaan-van-de-inbrengen-hunner geen~ontzag-ben-jij-aan’t-hebben
\
[en-vandaan-van-de-vertegenwendiging-hunner
.
[niet~aan’t-ontsteld-worden-ben-jij,
// // <> !
ja een-huis-van ergerlijkheid (zijn)zij.
/// | .
en-in-breng-jij enwel~de-inbrengen-van gods, 7
<> . . . . . . .
ware’t-dat-zij-horen en-ware’t-dat-zij-stoppen;
// <> !
ja een-ergerlijkheid (zijn)zij.
~
EZ 2,3
\ . .
en-jij stichtkind-van~roodling: 8
| /// | \ .
hoor enwel wat~ik inbrengend(ben) naar-jou,
<> \ . . . . . . . . . . .
niet~aan’t-geschieden-ben-jij~ergerlijk
[zoals-het-huis-van de-ergerlijkheid;
\ .
sper-open de-mond-jouwer,
|| // <> // !
en-eet enwel wat~ik gevende(ben) aan-jou.
|| <> \ . . . .
en-voorts-zie-ik en-kijk-hier~een-hand uitgezonden naar-mij; 9
<> !
en-kijk-hier~daarin de-wentelrol-van~een-staafboek.
/// | .
en-voorts-spreidt-hij-uit en-wel-haar voor-de-vertegenwendiging-mijner, 10
// <> \ . . . . . . . . . .
en-zij beschreven(is) de-vertegenwendiging en-het-westen-late-achter;
\ .
en-het-geschrevene op-haar,
// <> !
rouwzangen en-gemompel en-wee.
=
\ .
en-voorts-zegt-hij naar-mij, 3.1
|| // <> . . . . .
stichtkind-van roodling enwel wat~jij-aan’t-vinden-bent eet’t;
| \ .
eet enwel~de-wentelrol (nl.)deze,
// <> // !
en-ga breng-in naar~het-huis-van JieSseRáAéL.
<> . . . . . . . . . . .
en-voorts-sper-ik-open enwel~de-mond-mijner; 2
.
en-voorts-doet-hij-eten-mij,
\ !
enwel de-wentelrol (nl.)deze.
\ .
en-voorts-zegt-hij naar-mij, 3
| /// |
sticht-kind-van~roodling de-buik-jouwer ben-jij-aan’t-doen-eten
\ .
[en-de-ingewanden-jouwer ben-jij-vol-aan’t-doen-worden,
/// \ .
enwel van-de-wentelrol (nl.)deze,
// <> \ . . . .
die ik gevende(ben) naar-jou;
.
en-voorts-eet-ik-haar,
EZ 3
// <> // !
en-voorts-geschiedt-zij in-de-mond-mijner als-honing tot-zoetheid.
~
<> . . . .
en-voorts-zegt-hij tot-mij; 4
. .
stichtkind-van~roodling:
| \ .
ga~kom naar-het-huis-van JieSseRáAéL,
// <> !
en-jij-brengt-in met-de-inbrengen-van gods.
|| ☼ \\ // // // <>
ja niet naar~een-genotenvolk-van diepen-van lip en-van-zwaren-van tong 5
\ . . . . . . .
[(ben)jij een-gezondene;
!
naar~het-huis-van JieSseRáAéL.
\ \ . .
niet naar~genotenvolken vele: 6
/// | \ .
diepen-van lip en-zwaren-van tong,
// <> . . . . . . .
van-wie niet~jij-aan’t-horen-bent de-inbrengen-hunner;
// | .
ware’t~dat-niet naar-hen ik-zend-jou,
<> // !
zij zij-zijn-aan’t-horen naar-jou.
\ . .
en-het-huis-van JieSseRáAéL: 7
/// | \ .
niet zijn-zij-de-behoefte-aan’t-hebben om-te-horen naar-jou,
// <> \ . . . .
ja~geens-zins-zij behoefte-hebbenden om-te-horen naar-mij;
/// \ .
ja de-al-afheid-van~het-huis-van JieSseRáAéL,
// <> !
harden-van~voorhoofd en-stijven-van~hart zij.
\\ \\\ // <>
kijk-hier ik-geef en-wel-de-vertegenwendiging-jouwer hard(heid)[9] 8
\ . . . . . . .
[tot-medegenootschap-met de-vertegenwendiging-hunner;
// <> //
en-ook~het-voorhoofd-jouwer hard(heid) tot-medegenootschap-met
!
[hetvoorhoofd-hunner.
<> // <> \
als-een-nageldoorn hard(heid) vandaan-van(anders-dan)-een-rots geef-ik 9
. . . . . . .
[het-voorhoofd-jouwer;
EZ 3
/// | \
niet~ben-jij-je-aan’t-ontzien-voor enwel-hen en-niet~aan’t-ontsteld-zijn
.
[vandaan-van-de-vertegenwendiging-hunner,
// // <> !
ja een-huis-van bitterheid (zijn)zij.
~
<> . . . .
en-voorts-zegt tot-mij; 10
|| | \
stichtkind-van~roodling enwel~al-af~de-inbrengen-mijner die
\ .
[ik-aan’t-inbrengen-ben tot-jou,
// <> // !
neem(die) in-het-hart-jouwer en-met-de-oren-jouwer hoor(die).
\\ /// | .
en-ga kom naar~de-ontmanteling[10] 12
[naar~de-stichtkinderen-van~het-genotenvolk-jouwer,
/// | .
en-voorts-ben-jij-aan’t-inbrengen tot-hen
[en-voorts-ben-jij-aan’t-zeggen tot-hen,
// <> \ . . . . . . . . . . . .
zo zegt de machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël;
<> !
of~zij-zijn-aan’t-horen en-of~zij-zijn-aan’t-stoppen.
HIER EINDIGT DE SEDER
\ .
en-voorts-draagt-hoog-heen-mij de-beluchter, 12
\ .
en-voorts-hoor-ik laat-achter-mij,
<> \ . . . . .
de-stem-van gesidder groot;
// <> !
ingezegend de-zwaarte-van~die-JHWH-van-Israël
[vandaan-van-de-opstaanplaats-zijner.
\ \ . .
en-de-stem-van de-vleugels van wildlevens: 13
| \ .
doende-kussen ieder naar-de-verwant-harer,
// <> . . . .
en-de-stem-van raderen tot-medegenootschap-met-hen;
<> // !
en-stem-van gesidder groot.
EZ 3
// <> . . . . . . . . . . . .
en-de-beluchter draagt-hoog-heen-mij en-voorts-neemt-hij-mij; 14
// | \ .
en-voorts-ga-ik bitter in-de-hitte-van de-beluchting-mijner,
// <> !
en-de-hand-van~die-JHWH-van-Israël op-mij is-hard.
\\ / \ <> //
en-voorts-kom-ik naar~de-ontmanteling[11] in-TéL AáBieJB die-zitten 15
| .
[aan~de-blikkering~KeBáR en-aldus,
<> \ . . . . .
zij zittend(zijn) daar;
// // // <> // !
en-voorts-zit-ik daar zeven dagen (als)een-ontzette temidden-van-hen.
|| <> \ . . . . . .
en-voorts-geschiedt vandaan-van-het-einde-van zeven dagen; 16
~
// <> // !
en-voorts-geschiedt een-inbreng-van~die-JHWH-van-Israël tot-mij te-zeggen.
|| // <> \ . . . . .
stichtzoon-van~roodling (tot)bespieder geef-ik-jou aan-het-huis-van JieSseRáAéL;17
/// | .
en-voorts-ben-jij-aan’t-horen vandaan-van-demond-mijner een-inbreng,
// <> !
en-jij-bent-aan’t-klaar-doen-zijn enwel-aan-hen vandaan-van-mij.
/// | \ .
bij-het-zeggen-van-mij aan-de-schender stervend 18
[ben-jij-een-gestorvene-aan’t-zijn,
\ . .
en-niet doe-jij’t-klaar-zijn-aan-hem:
// // // //
en-niet breng-jij-in om’t-klaar-te-doen-zijn aan-de-schender
// <> . . . . . .
[vandaan-van-de-neem-weg-zijner schendend om-te-doen-leven-hem;
/// | \ .
hij de-schender in-het-geontwricht-zijner is-een-gestorvene-aan’t-worden,
<> // !
en-het-roods-zijner vandaan-van-de-hand-jouwer ben-ik-aan’t-zoeken.
| \ .
en-jij ja~klaar-maak-jij’t een-schender, 19
| .
en-niet~keert-hij vandaan-van-de-schending-door-hem,
<> . . . . . . .
en-vandaan-van-de-neemweg-zijner die-schendt;
/// \ .
hij in-het-geontwricht-zijner is-een-gestorvene-aan’t-worden,
<> // !
en-jij enwel~de-lichaamziel-jouwer sleep-jij-eruit.
EZ 3
=
\\ /// |
bij-het-keren-van een-rechtvaardige vandaan-van-de-gerechtigheid-zijner 20
……………..\……… .
[en-hij-maakt valsheid,
// // <> \
en-ik-geef een-struikelblok voor-de-vertegenwendiging-zijner hij
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
[is-een-gestorvene-aan’t-worden;
\ /// | \
ja niet doe-jij-het-klaar-zijn-hem bij-de-verwaarding-zijner
.
[hij-is-een-gestorvene-aan’tworden,
\ . .
en-niet is-aan’t-aangehaakt-worden:
| \ .
bij-de-gerechtigheid-zijner die hij-maakt,
<> // !
en-het-bloed-zijner vandaan-vande-hand-jouwer
[ben-ik-aan’t-zoeken.
|| \ \ . .
en-jij ja aan’t-klaar-maken-ben-jij’t-hem een-rechtvaardige: 21
// // <> \ . . . . . . . . . .
zonder-dat verwaardt een-rechtvaardige en-hij niet~verwaardt-hij;
/// | \ .
levend is-aan’t-leven-hij ja klaar-wordt-hem-gemaakt,
// // !
en-jij enwel~de-lichaamziel-jouwer ben-jij-aan’t-eruit-doen-slepen.
=
// // <> . . . . . . . . . . . . .
en-voorts-geschiedt op-mij daar de-hand-van~die-JHWH-van-Israël; 22
\ . .
en-voorts-zegt-hij tot-mij:
// | .
sta-op trek-uit naar~de-spleet,
<> // !
en-daar ben-ik-aan’t-inbrengen enwel-bij-jou.
¬ \ ,
en-voorts-sta-ik-op en-voorts-trek-ik-uit naar~de-spleet 23
/// | .
en-kijk-hier~daar de-zwaarte-van~die-JHWH-van-Israël staande,
|| // <> . . . . . .
als-de-zwaarte die ik-zie op~de-blikkering~KeBáR;
<> !
en-voorts-val-ik op~de-vertegenwendiging-mijner.
\ .
en-voorts-komt~in-mij beluchting, 24
<> . . . . . . .
en-voorts-doet-die-mij-staan op-de-voetebene-mijner;
EZ 3,4
/// | \ .
en-voorts-brengt-die-in bij-mij en-voorts-zegt-die tot-mij,
// <> // !
kom sluit-je-op in-het-midden-van het-huis-jouwer.
\ . .
en-jij stichtkind-van~roodling: 25
\\ /// \\ | .
kijk-hier zij-geven op-jou strikken,
\\ . . . . . . . .
en-voorts-knevelen-zij-jou daarmee;
// <> !
en-niet ben-jij-aan’t-uittrekken in-het-midden-van-hen.
| \ .
en-de-tong-jouwer ben-ik-aan’t-doen-kleven aan~de-inwijder[12]-jouwer, 26
.
en-voorts-ben-jij-stom-aan’t-worden,
// <> //
en-niet~ben-jij-aan’t-geschieden voor-hen tot-een-manmenselijke
. . . . . . . . . . . . .
[die-terecht-brengt;
// // <> !
ja een-huis-van ergernis (zijn)zij.
/// | \ .
en-bij-het-inbrengen-van-mij samen-met-jou ben-ik-aan’t-openen 27
[enwel~de-mond-jouwer,
\ .
en-voorts-ben-jij-aan’t-zeggen tot-hen,
// <> \ . . . . . . . . . . . .
zo zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël;
/// | \ .
de-horende is-aan’t-horen en-de-stoppende is-aan’t-stoppen,
// // <> !
ja een-huis-van ergernis (zijn)zij.
=
/// | \ .
en-jij stichtkind-van~roodling neem~voor-jou een-wittegel, 4.1
// <> . . . . . .
en-jij-geeft-toch enwel-die voor-de-vertegenwendiging-jouwer;
// // <> !
en-jij-grift-in op-haar de-stad JeRuWSháLáieM.
\\ / . .
en-jij-geeft-toch op-tegen-haar een-omenging: 2
/// \\ | .
en-jij-sticht op-tegen-haar een-fortificatie,
// <> . . . . . . . . . .
en-jij-stort op-tegen-haar een-opzetbaan;
EZ 4
// <> !
en-zet~op-tegen-haar schietringen in-omsingeling.
/// | \ .
en-jij neem~voor-jou een-rooster-van ijzer, 3
/// | \ .
en-jij-geeft-toch enwel-dat (tot)een-wand-van ijzer,
<> \ . . . . .
onderscheidend-jou en-onderscheidend de-stad;
| \\
en-jij-doet-een-onderscheidende-zijn enwel~de-vertegenwendiging-jouwer
.
[naar-haar,
/// | \ .
en-jij-geschiedt als-omenging en-jij-bent-een-beënger op-tegen-haar,
// <> // !
een-kenteken (is)dit voor-het-huis-van JieSseRáAéL.
=
/// | \ .
en-jij lig-neer op~de-zijkant-jouwer de-linker, 4
// // <> . . . . . . .
en-jij-stelt enwel~het-geontwricht-van het-huis-van~JieSseRáAéL daar-op;
/// | \ \ .
de-boekstaving-van de-dagen dat jij-aan’t-neerliggen-bent daarop,
<> !
ben-jij-hoog-aan’t-heen-dragen enwel~het-geontwricht-hunner.
. .
en-ik: 5
/// | \ .
ik-geef aan-jou enwel~de-jaaranderingen-van het-geontwricht-hunner,
// <> . . . . . .
drie~honderd en-negentig dagen;
<> // !
en-aan’t-hoog-heen-dragen-ben-jij het-geontwricht-van
[het-huis-van~JieSseRáAéL.
\ . .
en-al-af-doe-jij-zijn- enwel~dit: 6
\\ | /// | .
en-neerlig-jij op-de-zijkant-jouwer de zuidenrechter andermaal,
<> \ . . . . .
en-hoog-heen-draag-jij enwel~het-geontwricht-van
[het-huis-van~JeHuWDáH;
\ .
veertig dagen,
\\\ // // <>
een-dag voor-een-jaarandering een-dag voor-een-jaarandering
// !
[geef-ik-die aan-jou.
<> \\ | \
en-naar~de-omenging-van JeRuWSháLàieM ben-jij-vast-zo-aan’t-doen-zijn 7
EZ 4
.
[de-vertegenwendiging-jouwer,
<> . . . . . . . . . .
en-de-arm-jouwer is-vrij-gelegd;
<> !
en-jij-profeteert op-daar-tegen.
// // <> . . . . . . . .
en-kijk-hier ik-geef op-jou strikken; 8
/// | .
en-niet~ben-jij-aan’t-draaien vandaan-van-een-zijkant-jouwer
[naar~een-zijkant-jouwer,
<> // !
tot-dat~al-af-maakt-jij de-dagen-van de-beënging-van-jou.
\ || || ☼ \\ / \
en-jij neem~voor-jou tarwe en-harigs[13] en-bonen en-linzen en-gierst[14] 9
. .
[en-spelt:
/// | \ .
en-voorts-ben-jij-aan’t-ingeven enwel-die in-een-gerei een-één-enkele,
\\\ // <> . . . . .
en-voorts-ben-jij-aan’t-maken enwel-die voor-jou tot-brood;
\\ // \ \ . .
vandaan-van-de-boekstaving-van de-dagen die~jij liggend (bent)
[op-de-zijkant-jouwer:
\\\ // <> !
drie~honderd en-negentig dagen ben-jij-aan’t-eten-hen.
| \ .
en-het-eten-jouwer dat jij-aan’t-eten-bent, 10
|| // <> . . . . .
bij-weging tien gewichten voor-een-dag;
// <> !
vanaf-een-tij tot~een-tij ben-jij-aan’t-eten-hen.
// // <> \ . . . .
en-water in-een-fust ben-jij-aan’t-neerzetten zestig hin; 11
// <> !
vanaf-een-tij tot~een-tij ben-jij-aan’t-drinken.
// <> . . . . . . . .
braadkoek-van harigs ben-jij-aan’t-eten-dan; 12
. .
en-die:
| \ .
op-wenteldrollen-van het-gorige-van de-roodling,
<> !
ben-jij-aan’t-koekbraden voor-de-wel-ogen-hunner.
=
\ .
en-voorts-zegt die-JHWH-van-Israël, 13
EZ 4
\ \\\ //
als-zo zijn-aan’t-eten de-stichtkinderen-van~JieSseRáAéL
<> . . . . . . .
[enwel~het-brood-hunner besmet;
|| // <> !
bij-de-naties waar ik-aan’t-doen-dolen-hen daar.
. .
en-voorts-zeg-ik: 14
| \ .
ach machiger-mijns jij-JHWH-van-Israël,
// <> \ . . . . . . . . .
kijk-hier de-lichaamziel-mijner (is)niet een-besmette;
\\ /// \\ | \ .
en-verslapts en-vervretens niet~eet-ik vanaf-de-bonktijd-mijner en-tot~nu,
// <> // !
en-niet~komt in-de-mond-mijner vlees (dat)verfoeilijk(is).
=
\ .
en-voorts-zegt-hij tot-mij, 15
. .
zie:
/// | \ .
ik-geef aan-jou enwel~poep-van het-rund,
<> \ . . . . . . . .
op-de-drukplek-van de-wenteldrol-van de-roodling;
// <> !
en-jij-maakt en-wel~het-brood-jouwer daarop.
=
\ .
en-voorts-zegt-hij tot-mij, 16
| \\ /// // |
stichtkind-van~roodling kijk-hier-mij die-verbreek de-rekstok-van brood
.
[in-JeRuWsháLàieM,
// <> . . . . . . . . .
en-zij-eten~brood met-gewicht en-met-beduchtheid;
|| // <> !
en-water in-een-fust en-in-ontzetting zijn-zij-aan’t-drinken.
// <> \ . . . . . .
ter-toebuiging-daaraan-dat zij-tekort-aan’t-hebben-zijn brood en-water; 17
\\ | \ .
en-zij-zich-ontzetten iedermenselijke en-de-broederverwant-zijner,
<> !
en-zij-verpussen in-het-geontwricht-hunner.
~
EZ 5
\\ / \ \ . .
en-jij stichtkind-van~roodling neem~voor-jou een-zwaard scherp: 5.1
/// | \ .
een-naaktscheerder-van de-barbiers ben-jij-aan’t-nemen-dan voor-jou,
// <> . . . . . .
en-oversteken-doe-jij(‘t) op~-het-eerstdeel-jouwer
[en-op~de-oudbaard-jouwer;
// // <> !
en-jij-neemt voor-jou een-unster-van gewicht en-jij-vereffent-dat.
\\ /// | \ .
een-derde in-lichterlaaie ben-jij-aan’t-verbranden in-het-midden-van de-stad, 2
<> \ . . . . . . . .
naar-het-vol-zijn-van de-dagen-van de-beëngdheid;
\ . .
en-voorts-ben-jij-aan’t-nemen enwel~het-derde (deel):
/// \\ | .
jij-bent-aan’t-slaan met-het-zwaard in-singelingen-van-hem,
| \ .
en-het-derde ben-jij-aan’t-verwannen ter-beluchting,
<> // !
en-een-zwaard ben-ik-aan’t-ontlozen laat-achter-hen-aan.
// <> \ . . . . . . . . . .
en-voorts-ben-jij-aan’t-nemen vandaan-daarvan een-weinig in-boekstaving; 3
// <> !
en-aan’t-inengen-ben-jij enwel-hen met-de-vlerken-jouwer.
| \ .
en-vandaan-daarvan nogmalig ben-jij-aan’t-nemen, 4
/// | \ .
en-aan’t-doen-wegwerpen-ben-jij enwel-ze naar~het-midden-van het-vuur,
// <> . . . . .
en-aan’t-vervlammen-ben-jij enwel-ze met-vuur;
// <> // !
en-daarvandaan is-aan’t-uittrekken~vuur naar~al-af~het-huis-van JieSseRáAéL.
~
/// | \ .
zo zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël, 5
/// .
dit (is) JeRuWSháLàieM,
// <> . . . . . . .
in-het-midden-van de-naties stel-ik-haar;
<> !
en-in-omsingeling-van-haar landen.
\\ /// |
en-voorts-ergert-zij-zich enwel~aan-de-stelregelingen-mijner ter-schending 6
.
[vandaan-van(anders-dan)-de-naties,
.
en-aan-de-ingriffingen-mijner,
<> \ . . . . .
vandaan-van(anders-dan)-de-landen die (zijn) in-omsingeling-van-haar;
EZ 5
/// | .
ja de-stelregelingen-mijner schofferen-zij,
<> // !
en-de-ingriffingen-mijner niet~gaan-zij daarin.
=
|| \ \ . .
om-vastzo zo~zegt > de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël: 7
\\\ |
ter-toebuiging-aan het-roerig-zijn-van-jullie
| \
[vandaan-van(anders dan)~de-naties die (zijn)
.
[in-omsingeling-van-jullie,
| \ .
in-de-ingriffingen-mijner niet gaan-jullie,
<> \ . . . . . . . . . . .
en-enwel~de-stelregelingen-mijner niet maken-jullie;
\\\ <> // <>
en-naar-de stelregelingen-van de-naties die(zijn) in-omsingeling-van-jullie
// !
[niet maken-jullie’t.
=
. .
om-vastzo: 8
/// | \ .
zo zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël,
// <> . . . .
kijk-hier-mij op-tegen-jou ook~ik;
\\\ // <> // !
en-ik-maak in-hetmodden-van-jou stelregelingen voor-de-wel-ogen-van
[de-naties.
\ . .
en-voorts-ben-ik-aan’t-maken bij-jou: 9
/// \ .
enwel wat ik-niet~maak,
// // <> . . . . . . . .
enwel wat~ ik~-niet~aan’t-maken-ben zoals-dit nogmalig;
<> !
ter-toebuiging-aan de-al-afheid-van~de-gruwelijkheden-jouwer.
. .
om-vastzo: 10
|| /// | .
zijn-de-omvamenden aan’t-eten stichtkinderen in-het-midden-van-jou,
<> \ . . . . . . . . .
en-kinderen-zijn aan’t-eten omvamenden;
/// | .
en-voorts-ben-ik-aan’t-maken bij-jou regelstellingen,
EZ 5
//
en-voorts-ben-ik-aan’t-uitwannen
<> !
[enwel~de-al-afheid-van~het-resterende-jouwer ter-al-af~beluchting.
~
\ . .
om-vastzo ik~leef: 11
¬ \ ,
konde-van de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël
. .
ware’t~niet:
fz \ .
ter-toebuiging-aan enwel~het heiligdom-mijner
[dat-jij-besmet,
<>
met-de-al-afheid-van~afschuwelijkheden-jouwer
. . . . . . . . . . . . . . . . . . .
[en- met-de-al-afheid-van~de-gruwelijkheden-jouwer;
/// | \ .
dan-ook~ik ik-ben-aan’t-afhalen en-niet~verdriet-aan’t-hebben-is
[het-wel-oog-mijner,
<> // !
en-ook~ik niet medelijden-ben-ik-aan’t-hebben.
|| \ . .
een-derde-van-jou(is) aan-inbracht[15] aan’t-sterven: 12
| \ .
en-aan-honger zijn-zij-al-af-aan’t-worden in-het-midden-van-jou,
.
en-het-derde,
<> . . . . . .
door-het-zwaard zijn-zij-aan’t-vallen;
| \ .
en-het-derde ter-al-af~beluchting ben-ik-aan’t-wannen[16],
<> // !
en-een-zwaard ben-ik-aan’t-ontlozen laat-achter-hen.
\ . .
en-al-af-is de-neuswalging-mijner: 13
\\\ // <>
en-voorts-ben-ik-aan’t-doen-rusten de-hitte-mijner op-hen
. . . . . . . . .. . . . . . . . .
[en-voorts-ben-ik-troost-aan’t-zoeken;
|| \ . .
en-voorts-zijn-zij-aan’t-volkènnen ja~ik die-JHWH-van-Israël:
EZ 5,6
\\ | .
ik-breng’t-in in-de-ijver-mijner,
// <> !
bij-het-al-af-doen-zijn-door-mij van-de-hitte-mijner bij-hen.
| \ .
en-ik-ben-aan’t-geven-jou tot-schroeidroogte en-tot-hoon, 14
<> \ . . . .
bij-de-naties die omsingelen-jou;
<> !
voor-de-wel-ogen-van al-af~oversteker.
\\ | /// | \ .
en-er-geschiedt hoon en-bezwaddering (als)onderricht en-ontzetting, 15
<> . . . . .
voor-de-naties die omsingelen-jou;
☼ \\ / ///
bij-het-maken-door-mij bij-jou van-regelstellingen in-neuswalging
| \ .
[en-in-hitte en-bij-terecht-brengingen-van hen,
// <> !
ik die-JHWH-van-Israël breng’t-in.
|| ☼ / ///
bij-het-zenden-door-mij enwel~van-de-pijlen-van de-honger die-kwaad-doen 16
| \ \ .
[bij-hen die geschieden tot-verderf,
// <> . . . . .
zo~ik-aan’t-zenden-ben enwel-hen om-te-verderven-jullie;
| \ .
en-honger ben-ik-aan’t-verzamelen op-jullie,
// <> !
en-voorts-ben-ik-aan’t-breken voor-jullie de-rekstaf-van~brood.
\ ☼ || /// | .
en-ik-zend op-jullie honger en-wildleven kwaad en-hetontkindert-jullie, 17
☼ <> . . . .
en-inbracht en-roodsstorting is-aan’toversteken~bij-jou;
\\ | \ .
en-een-zwaard ben-ik-aan’t-doen-komen op-jou,
// <> !
ik die-JHWH-van-Israël breng’t-in.
// <> // !
en-voorts-geschiedt de-inbreng-van~die-JHWH-van-Israël tot-mij te-zeggen. 6.1
|| // <> \
stichtkind-van~roodling zet de-vertegenwendiging-jouwer naar-de-bergen-van 2
. . . . .
[JieSseRáAéL;
<> !
en-profeteer tot-hen.
.
en-jij-zegt, 2
| .
bergen-van JieSseRáAéL,
<> \ . . . . . . . . . . . . .
hoort de-inbreng-van~de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël;
EZ 6
\ \ ☼ \\
zo~zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël tot-de-bergen
/ \ . .
[en-tot-de-heuvels en-tot-de-beddingen en-tot-de-hoogten:
| \\ /// | .
kijk-hier-mij ik die-doe-komen op-jullie een-zwaard,
<> !
en-ik-doe-te-loor-gaan de-cultusbulten-jelieder.
\\ | .
en-ontzettends-worden de-slachtplaatsen-jelieder, 4
<> . . . . . . . .
en-gebroken-worden de-verhittings-plateau’s[17]-jelieder;
| .
en-neervallen-doe-ik de-aangepakten-jelieder,
<> !
voor-de-vertegenwendiging-van de-uitwentelhopen[18]-jelieder.
. .
en-ik-geef: 5
| \ .
de-lijken-van de-stichtkinderen-van JieSseRáAéL,
<> . . . . . . .
voor-de-vertegenwendiging-van de-uitwentelhopen-hunner;
| .
en-ik-wan en-wel~de-harde-botten-jelieder,
<> !
omsingelend de-slachtplaatsen-jelieder.
| .
in-al-af de-zitplaatsen-jelieder, 6
\ .
zijn-de-steden schroeidroog-aan’t-worden,
<> . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
en-de-cultusbulten ontzettend-aan’t-worden;
☼ \\
ter-toebuiging-daaraan-dat schroeidroog-aan’t-worden-zijn
/ . .
[en-ontzettend-aan’t-worden-zijn de-slachtplaatsen-jelieder:
/// |
en-voorts-zijn-aan’t-verbroken-worden en-aan’t-gestild-worden
EZ 6
.
[de-uitwentelhopen-jelieder,
| .
en-omgekapt-aan’t-worden-zijn de-verhittingsplateau’s-Jelieder,
<> !
en-aan’t-gewist-worden-zijn de-maaksels-jelieder.
// <> . . . . . .
en-voorts-is-aan’t-vallen een-aangepakte in-het-midden-van-jullie; 7
<> // !
en-voorts-zijn-aan’t-volkènnen-jullie ja~ik (ben) die-JHWH-van-Israël.
. .
en-strak-ben-ik-(iets)aan’t-doen-blijven: 8
// // // <> . . . . . .
bij-het-geschieden voor-jullie van-ontkomenen-aan het-zwaard
[bij-de-naties;
<> !
bij-het-uitgewannen-worden-van-jullie in-de-landen.
\\ / . .
en-aan’t-aanhaken-zijn de-ontkomenen-van-jullie enwel-bij-mij: 9
¬ ,
bij-de-naties als zij-in-gevangenschap-zijn~daar
\\ // \ . .
als ik-gebroken-ben aan-het-hart-hunner dat-hoereert:
| .
dat~wijkt vandaan-van-op-mij,
| .
en-aan de-welogen-hunner,
|| <> . . . . . . .
die-hoereren laat-achter-aan
[de-wentelgoden-hunner;
\\ | .
en-zij-hebben-weerzin in-de-vertegenwendiging-hunner,
| \ .
aan~de-kwaadheden die zij-maken,
<> !
en-aan-al-af de-gruwelen-hunner.
<> \ . . . . . . . . . . . .
en-aan’-volkènnen-zijn-zij ja~ik(ben) die-JHWH-van-Israël; 10
/// | .
niet naar~gratisweg breng-ik-in,
// <> // !
om-te-maken voor-hen het-kwaad (nl.)dit.
~
|| \ . .
zo~zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël: 11
\\ | /// | .
sla met-de-handzool-jouwer en-plet met-het-voetebeen-jouwer
[en-zeg~och,
// // <> \ . . . . .
naar al-af~de-gruwelen kwaad van-het-huis JieSseRáAéL;
EZ 6
. .
als:
// // <> !
in-het-zwaard in-de-honger en-in-de-inbracht[19] zijn-zij-aan’t-vallen.
|| \ ..
wie-ver-is is-in-de-inbracht een-gestorvene-aan’t-worden: 12
| \ .
en-wie-lijfna-is is-in-het-zwaard -aan’t-vallen,
| .
en-wie-resteert en-wie-beëngd-wordt,
<> . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
in-de-honger is-hij-een-gestorvene-aan’t-worden;
// <> !
en-aan’t-al-af-maken-ben-ik de-hitte-mijner bij-hen.
| \ .
en-voorts-zijn-jullie-aan’t-volkènnen ja~ik(ben) die-JHWH-van-Israël, 13
\ . .
bij-het-geschieden van-de-aangepakten-hunner:
| .
in-het-midden-van de-wentelgedrochten[20],
<> . . . . . . .
omsingelend de-slachtplaatsen-hunner;
<> \ \\ \ \ . .
naar al-af-heuvel verheven op~de-al-afheid-van de-eerstdelen-van de-bergen:
\\ /// | \\ |
en-op-de-drukplek-van al-af~houtboom volsappig en-op-de-drukplek-van
\ .
[al-af~eik wolkdik,
. .
de-opstaanplaats:
/// | \ .
waar zij-geven een-lucht rustgevend,
<> !
aan-de-al-afheid-van de-wentelgedrochten-hunner.
/// | .
en-uitrek-ik enwel~de-hand-mijner op-hen, 14
\\ / ///
en-ik-geef enwel~het-land ontzetting
|
[en-vandaan-van(anders-dan)-het-ontzettends
\ .
[vandaan-vanhet-inbrengveld naar-DieBheLáT,
<> . . . . . . . .
op-de-al-afheid-van de-zitplaatsen-hunner;
<> // !
en-zij-volkènnen ja~ik(ben) die-JHWH-van-Israël.
EZ 7
// <> // !
en-voorts-geschiedt de-inbreng-van~die-JHWH-van-Israël naar-mij te-zeggen. 1
\ . .
en-jij stichtkind-van~roodling: 2
|| \\\ // //
zo~zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël voor-het-roodlingse-van
<> . . . . . .
[JieSseRáAéL een-einde;
\ .
komt het-einde,
<> // !
over~de-vier vleugels-van het-land.
| \ .
nu(is) het-einde over-jou, 3
/// | .
en-ik-zend de-neuswalging-mijner in-jou,
<> . . . . . . .
en-de-regel-stel-ik-jou naar-de-neemwegen-jouwer;
\ .
en-ik-geef op-jou,
<> !
enwel al-af~de-gruwelijkheden-jouwer.
// // <> \
en-niet~is-verdriet-aan’t-hebben het-wel-oog-mijner over-jou en-niet 4
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
[ben-ik-medelijden-aan’t-hebben;
\ / \ . .
ja de-neemwegen-jouwer op-jou ben-ik-(z’)aan’t-geven:
\\ | \ .
en-de-gruwelijkheden-jouwer in-het-midden-van-jou zijn-aan’t-geschieden-!,
<> // !
en-aan’t-volkènnen-zijn-jullie ja~ik (ben) die-JHWH-van-Israël.
~
// <> \ . . . . . . . . . . . . .
zo zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël; 5
// // <> // !
een-kwaad een-één-enkel kwaad kijk-hier het-komt.
\ .
een-einde komt, 6
// <> \ . . . .
komt het-einde het-einde naar-jou;
<> !
kijk-hier het-komt.
\\\ // <> \ . . . . .
aan-komt het-gesluip naar-jou inzittende-van het-land; 7
\ . .
aan-komt het-tij:
// // <> // !
lijfna de-dag-van beroering en-niet(is-er)~applaus-van de bergen.
\ . .
nu vandaan-van-lijfna: 8
EZ 7
/// | \
ik-ben-aan’t-uitgieten de-hitte-mijner op-jou
/// | .
[en-voorts-ben-ik-al-af-aan’t-doen-zijn de-neuswalging-mijner bij-jou,
<> . . . . . . .
en-voorts-ben-ik-jou-de-regel-aan’t-stellen
[naar-de-neemwgen-jouwer;
\ .
en-voorts-ben-ik-aan’t-geven op-jou,
<> !
enwel al-af~de-gruwelijkheden-jouwer.
// <> \
en-niet~is-verdriet-aan’t-hebben het-wel-oog-mijner en-niet 9
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
[ben-ik-medelijden-aan’t-hebben;
/ \ .
naar-de-neemwegen-jouwer over-jou ben-ik-aan’t-geven,
\\ | \ .
en-de-gruwelijkheden-jouwer in-het-midden-van-jou
[zijn-aan’t-geschieden-!,
<> //// <> !
en-aan’t-volkènnen-zijn-jullie ja ik die-JHWH-van-Israël (ben)slaande.
// <> \ . . . . .
kijk-hier de-dag kijk-hier hij-komt; 10
| .
uit-trekt het-gesluip,
fz .
floreert de-rekter,
<> .
bloeit het-geborrel.
// <> . . . . . . . . . .
het-geweld staat-op tot-een-rekter-van~schending; 11
|| //
niets~vandaan-van-hen en-niets-vandaan-van-het-zich-roerende-van-hen
|| <> // !
[en-niets vandaan-het-roeren-van-hen en-niet~geklaag bij-hen.
/// | \ .
komt het-tij te-tasten-is de-dag, 12
| .
de-verwerver is-niet~zich aan’t-verheugen,
<> . . . . . . . .
de-verkoper is-niet~aan’t-treuren;
// <> !
ja een-gloed(is) tot~al-af~het-zich-roerende.
\ . .
ja de-verkoper: 13
| \ .
naar-het-verkochte is-niet hij-aan’t-terugkeren,
// <> . . . . . . .
en-nogmalig bij-de-levenden (is) het-leven-hunner;
<> | \ .
ja~het-schouwen naar~al-af~het-zich-roerende is-niet aan’t-terugkeren,
EZ 7
\\\ // <> //
en-iedermenselijke met-het-geontwricht-zijner het-leven-zijner is-niet
!
[zich-aan’t-hard-maken.
/// \\ | \ .
zij-stoten met-gestoot[21] en-men-doet-vastzo-zijn de-al-afheid, 14
// <> . . . . . . . .
en-geen gaande ter-broderij;
// <> !
ja de-gloed-mijner naar~al-af~het-zich-roerende.
\ .
het-zwaard in-het-straatbuiten, 15
// <> . . . . . . . . . .
en-de-inbracht en-de-honger huisbinnen;
/// | \ .
die op-het-veld door-het-zwaard aan’t-sterven,
\ .
en-die in-de-stad,
// <> !
(zijn)honger en-inbracht aan’t-vereten.
| .
aan’t-ontkomen-zijn de-ontkomenen-hunner, 16
\ . .
en-voorts-zijn-zij-aan’t-geschieden naar~de-bergen:
\\\ // <> . . . . . . . . .
als-duiven-van de-valleien de-al-afheid-hunner klagende;
<> !
iedermenselijke bij-het-geontwricht-zijner.
<> . . . . . . .
al-af~de-handen-hunner zijn-aan’t-zakken; 17
<> // !
en-al-af~de-inzegenbotten zijn-aan’t-heengaan (als)wateren.
\ .
en-zij-gorden-om zakken, 18
// <> . . . . . .
en-(dan)omhult enwel-hen getril;
/// | .
en-aan al-af-vertegenwendiging (is)schande,
<> !
en-bij-al-af~de-eerstdelen-hunner kaalheid.
|| \ . .
het-zilver-hunner op-de-straatbuitens zijn-zij-aan’t-wegwerpen: 19
¬ \ ,
en-het-goud-hunner is-tot-afstotelijkheid aan’t-geschieden
\\ / \
het-zilver-hunner en-het-goud-hunner isniet~aan’t-aankunnen
. .
[om-eruit-te-slepen-hen:
| \ .
op-de-dag-van de-overstéking-van die-JHWH-van-Israël,
EZ 7
| \ .
de-lichaamziel-hunner zijn-zij-niet aan’t-verzadigen,
<> \ . . . . . . . . . . . .
en-de-ingewanden-hunner niet
[aan’t-vol-doen-zijn;
// <> !
ja~(als)struikelblok het-geontwricht-hunner geschiedt.
/// | \ .
en-de-opzweltrots-van het-sieraad-zijner tot-hoogheid zet-hij-die, 20
\\\ // <>
en-beelden-van de-gruwels-hunner de-afschuwelijkheden-hunner
\ . . . . .
[maken-zij bij-hem;
// // <> !
om~vastzo geeft-hij-hem aan-hen tot-uitstoting.
/// | .
en-hij-geeft-hem in-de-hand-van~de-vreemden tot-roof, 21
// <> . . . . .
en-aan-de-schenders-van het-land tot-buit;
!
en-zij-pakken-hem-aan.
/// | .
en-in-een-singel-doe-ik-gaan de-vertegenwendiging-mijner vandaan-van-hen, 22
<> . . . . . .
en-aan-pakken-zij enwel~het-opberg-noorden-mijner;
// <> !
en-in-komen~daarin openrijters en-zij-pakken-aan-hem.
~
<> . . . . . .
maak de-ketting; 23
\ . .
ja het-land:
| \ .
het-is-vol stelregeling-van roodsstortingen,
<> // !
en-de-stad is-vol gewelddadigheid.
| \ .
en-komen-doe-ik kwaden-van de-naties, 24
<> . . . . . .
en-zij-zijn-aan’t-wegvangen enwel~de-huizen-hunner;
| \ .
en-verstillen-doe-ik de-hoovaardij-van sterken,
<> !
en-aangepakt-worden de-heiligdommen-hunner.
. . . . .
oprolling~komt; 25
EZ 7,8
/// <> !
en-zij-zoeken vrede en-geenszins(is-die-er).
/// | .
wee op~wee is-aan’t-komen, 26
// <> . . . . . . .
en-hoorgerucht naar~hoorgerucht is-aan’t-geschieden;
/// | .
en-zij-zoeken een-schouw vandaan-van-een-profeet,
| \ .
en-uitleg is-aan’t-teloor-gaan vandaan-van-de-priester,
<> !
en-raadverschaffing vandaan-van-baard-ouden.
\ . .
de-koning is-aan’t-treuren: 28
| \ .
en-de-hoogdrager is-zich-aan’t-kleden-met ontzetting,
// <> . . . . . . . . . . .
en-de-handen-van het-genotenvolk-van~het-land
[zijn-aan’t-schrikken-toch;
|| ///
vandaan-van(vanwege)-de-neemwegen-hunner ben-ik-aan’t-maken aan-hen
\ .
[en-met-de-stelrgels-hunner ben-ik-de-regel-aan’t-stellen-aan-hen,
<> // !
en-aan’t-volkènnen-zijn-zij ja~ik(ben) die-JHWH-van-Israël.
~
SEDER
\ \ \\ |
en-voorts-geschiedt in-jaarandering zes in-de-zesde 8.1
\ .
[op-de-vijfde voor-de-nieuwmaand,
| \ .
ik zittend in-het-huis-mijner,
// <> \ . . . . .
en-baardouden-van JeHuWDáH zittend
[voor-de-vertegenwendiging-mijner;
/// | .
en-voorts-valt op-mij daar,
<> // !
de-hand-van de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël.
. .
en-voorts-zie-ik: 2
/// | .
kijk-hier een-vergelijking als-het-aanzien-van~vuur,
// // <> . . . . .
vandaan-van-het-aanzien-van de-heupen-zijner en-voor-rekter vuur;
EZ 8
\ .
en-vandaan-van-de-heupen-zijner en-voor-opgaand,
<> // !
als-het-aanzien-van~klaarheid als-een-oog-wel-van ChàSheMàLáH.
| \ .
en-voorts-zendt-hij de-stichtvorm-van een-hand, 3.
<> \ . . . . . .
en-voorts-neemt-hij-mij bij-de-kwasten-van het-eerstdeel-mijner;
\ \ \
en-voorts-draagt-hoog-heen enwel-mij de-beluchter
\ ||
[onderscheidend~het-land en-onderscheidend de-helftenhemel
☼ \\ //
[en-voorts-doet-hij-komen enwel-mij JeRuWSháLéM-waarts
\ . .
[in-gezichten-van gods:
/ /// | \
naar~de-opening-van de-poort-van het-inwendige dat-zich-wendt
.
[opberg-noorden-waarts,
\ .
daar~waar zittend(is),
// <> !
een-fetish[22]-van beijvering dat-doet-ijveren.
\\ .
en-kijk-hier~daar, 4
<> \ . . . .
de-zwaarte-van de-gods-van JieSseRáAéL;
|| // <> !
naar~het-gezicht dat ik-zie in-de-spleet.
\ .
en-voorts-zegt-hij tot-mij, 5
.
stichtkind-van~een-roodling,
// <> \
draag-hoog-heen~dan-toch de-wel-ogen-jouwer (op)de-neemweg-van
. . . . . . .
[het-opberg-noorden;
/// | \
en-voorts-draag-ik-hoog-heen de-wel-ogen-mijner de-neemweg-van
.
[het-opberg-noorden,
/// | \
en-kijk-hier vandaan-van-het-opberg-noorden voor-de-poort-van
.
[de-slachtplaats,
EZ 8
// // <> !
de-fetish-van beijvering deze bij-de-inkomst.
=
\ .
en-voorts-zegt-hij tot-mij, 6
|| // <> \ . . . . . . . . . . . .
stichtkind-van~een-roodling ben-ziende? jij wat-zij makende (zijn);
\\ / // \ \ . .
gruwelijkheden groot die het-huis-van JieSseRáAéL(is) makende hier:
| \ .
voor-het—ver-zijn vandaan-van-op het-heiligdom-mijner,
| \ .
en-nogmalig ben-jij-aan’t-weerkeren ben-jij-aan’t-zien,
<> !
gruwelijkheden groot.
=
// <> \ . . . . . . .
en-voorts-doet-hij-komen enwel-mij naar~de-opening-van de-grashof; 7
|| // <> !
en-voorts-zie-ik en-kijk-hier een-gat~een-één-enkele in-de-wand.
\ .
en-voorts-zegt-hij tot-mij, 8
<> \ . . . . .
stichtkind-van~een-roodling maak-een-kloof~dan-toch in-de-wand;
\ .
en-voorts-maak-ik-een-kloof ind-e-wand,
<> // !
en-kijk-hier een-opening een-één-enkele.
<> . . . .
en-voorts-zegt-hij tot-mij; 9
/// | \ .
kom en-zie enwel~de-gruwelijkheden kwade,
// // <> !
die zij(zijn) makende hier.
¬ ,
en-voorts-kom-ik en-voorts-zie-ik 10
\\ / <> |
en-kijk-hier al-af~de-stichtvormen-van krioelgedierte en-gedierte
.
[afschuwelijk,
<> \ . . . .
en-al-af~de-uitwentelhopen-van het-huis-van JieSseRáAéL;
// <> // !
ingegrift op~de-wand omsingeling (na)omsingeling.
EZ 8
\ \ \
en-zeventig manmenselijken vandaan-van-de-baardouden-van 11
| \\ /
[het-huis-van~JieSseRáAéL en-JàAæZàNeJáHuW stichtzoon-van~SháPháN
/// | \
[staande in-het-midden-van-hen staanden
.
[voor-de-vertegenwendiging-hunner,
// <> . . . . .
en-iedermenselijke de-verwalmer-zijner in-de-hand-zijner;
// <> !
en-de-rijkelijkheid-van de-wolk-van~verwalming opgaande.
\ ¬ \ ,
en-voorts-zegt-hij tot-mij zie-jij? stichtzoon-van~roodling 12
\\ /// | \
wat de-baardouden-van het-huis-van~JieSseRáAéL makende(zijn)
.
[in-de-duisternis,
<> \ . . . . . .
iedermenselijke in het-kamerbinnen-van het-lonkbeeld-zijner;
\ . .
ja zeggenden:
/// | \ .
geenszins(is) die-JHWH-van-Israël ziende enwel-ons,
// <> !
achter-laat die-JHWH-van-Israël enwel~het-land.
<> . . . .
en-voorts-zegt-hij tot-mij; 13
\ // // //
nogmalig ben-jij-aan’t-weerkeren ben-jij-aan’t-zien gruwelijkheden
<> // !
[groot die~zij makende(zijn).
\ . .
en-voorts-doet-hij-komen enwel-mij: 14
\\ | \ .
naar-de-opening-van de-poort-van het-huis-van~die-JHWH-van-Israël,
<> . . . . . . . . . . .
die(is) naar~het-opbergnoorden;
| \ .
en-kijk-hier~daar de-vrouwmenselijken zittend,
<> !
bewenend enwel TàMMuWZ.
=
// <> \ . . . . . . .
en-voorts-zegt-hij tot-mij zie-jij? stichtkind-van~roodling; 15
\ // // <> //
nogmalig ben-jij-aan’t-weerkeren ben-jij-aan’t-zien gruwelijkheden groot
EZ 8,9
!
[vandaan-van(anders-dan)-deze.
\ . .
en-voorts-doet-hij-komen enwel-mij: 16
\ ¬ ,
naar~de-grashof-van het-huis-van~die-JHWH-van-Israël het-inwendige
/ \ . .
en-kijk-hier~in-de-opening-van het-tehuis-van die-JHWH-van-Israël:
/// | \ .
onderscheidend de-voorhal en-onderscheidend de-slachtse,
// <> . . . . . . . . . . . .
omtrent-twintig en vijf manmenselijken;
\\ /// |
de-achter(delen)-hunner naar~het-tehuis-van die-JHWH-van-Israël
\ .
[en-de-vertegenwendigingen-hunner oostenvroegwaarts,
// // <> !
en-zij zich-neerbukkend oostenvroegwaarts voor-de-zon.
\ .
en-voorts-zegt-hij tot-mij, 17
\ ,
zie-jij(‘t)? stichtkind-van~roodling
| \ .
is-het-rap-klein? voor-het-huis-van JeHuWDáH,
|| <>
vandaan-van(vanwege)-het-maken enwel~van-de-gruwelijkheden
\ . . . .
[die zij-maken~hier;
– \\ / . .
ja vol-maken-zij enwel~het-land van-geweld:
\\ | . .
en-voorts-keren-zij-om om-hartzeer-te-doen-hebben-mij:
// // <> !
en-kijk-hier-zij zendend enwel~de-ontvezelaar
[naar~dewalgneus-hunner.
| \ .
en-ook~ik ik-ben-aan’t-maken in-hitte, 18
// <> \
niet~is-verdriet-aan’t-hebben het-weloog-mijner en-niet
. . . . . . . . . . . . . . . . . .
[ben-ik-medelijden-aan’t-hebben;
/// | \ .
en-roepen-zij in-het-oor-mijner een-stem groot,
// <> !
dan-niet ben-ik-aan’t-horen enwel-hen.
\ . .
en-voorts-roept-hij in-het-oor-mijner: 9.1
/// | .
een-stem groot te-zeggen,
EZ 9
<> \ . . . .
lijfnaderen de-bemoeienissen-van de-stad;
// // <> !
en-iedermenselijke het-gerei-van het-verderf-zijner in-de-hand-zijner.
\ \ |’ \ \\
en-kijk-hier zes menselijken komend vandaan-van-de-neemweg-van de-poort 2
/ \ \ . .
[de-oppere die(is) vandaan-van-de-vertegenwendiging-van het-opbergnoorden:
\\ /// | .
en-ieder het-gerei waarmee-hij-verspettert in-de-hand-zijner,
/// |
en-een-manmenselijke~een-één-enkele in-het-midden-van-hen
\ .
[gekleed in-linnen,
// <> . . . . . .
de-inktpot-van de-boekstaver op-de-heupen-zijner;
\\ | .
en-voorts-komen-zij en-voorts-blijven-zij-staan,
<> // !
ter-zijde-van de-slachtplaats van-metaal.
\ \ . .
en-de-zwaarte-van de-gods-van JieSseRáAéL: 3
| /// | \
wordt-tot-opgaan-gebracht vandaan-van-op de-KheRuWBh warvan-geldt-dat
\ .
[hij-geschiedt op-hem,
<> \ . . . .
naar de-sokkel-van het-huis;
. .
en-voorts-roept-hij:
| \ .
naar~de-manmenselijke gekleed in linnen,
// // <> !
die(heeft) de-inktpot-van de-boekstaver op-de-heupen-zijner.
=
/// | .
en-voorts-zegt die-JHWH-van-Israël tot-hem, 4
| \ .
steek-over in-het-midden-van de-stad,
<> . . . . .
in-het-midden-van JeRuWSháLàieM;
\\ / \
en-voorts-ben-jij-aan’t-merken een-merkteken op~de-voorhoofden-van
. . . . . . . . . .
[de-menselijken:
| .
de-jammerenden en-de-kreunenden,
EZ 9
fz .
over al-af~de-gruwelijkheden,
<> !
die-gemaakt-worden in-het-midden-daarvan.
\\ | \ .
en-aan-die zegt-hij in-de-oren-mijner, 5
// // <> . . . .
steekt-over in-de-stad laat-achter-hem en-gaat;
// <> !
niet~verdriet-aan’t-hebben-is het–wel-oog-jelieder
[en-geen~medelijden-aan’t-hebben.
|’ \ ☼ \\ /
baard-oude verkozene en-maagd en-trippelkroost en-vrouwmenselijken 6
\ . .
[zijn-jullie-aan’t-vermoorden ter-verderf:
\\ /// |
en-op~al-af~menselijke op~wie(is) het-merkteken-zijner
.
[zijn-jullie-niet~aan’t-reiken,
// . . . . . . . .
en-vandaan-van-het-heiligdom zijn-jullie‘t-aan’t-aanpakken;
\\ | \ .
en-voorts-pakken-zij’t-aan bij-de menselijken de-baardouden,
<> // !
die(zijn) voor-de-vertegenwendiging-van het-huis.
\\ / \ . .
en-voorts-zegt-hij aan-hen besmet enwel~het-huis: 7
\\\ // <> . . . . . . .
en-maakt-vol de-grashoven met-aangepakten – trekt-uit;
<> // !
en-voorts-trekken-zij-uit en-gaan in-de-stad.
| .
en-voorts-geschiedt-het als-zij-slaan, 8
<>
en-ik-ben-aan’t-resteren[23] ik;
\\ / . .
en-voorts-val-ik op~de-vertegenwendiging-mijner en-voorts-schreeuw-ik:
| | \ .
en-voorts-zeg-ik ach-toch machtiger-mijns jij-JHWH-van-Israël,
\ . .
verdervend? (ben-)jij:
fz \ .
enwel al-af~het-restant-van JieSseRáAéL,
// <>
bij-het-uitstorten-door-jou enwel~van-de-hitte-jouwer
EZ 9,10
!
[over~JeRuWSháLáieM.
\ . .
en-voorts-zegt-hij tot-mij: 9
\\ /// | |
het-geontwricht-van het-huis~JieSseRáAéL en-JeHuWDáH (is)groot
\ .
[bij-machtig machtig,
/// \\ | .
en-voorts-is-vol-gemaakt het-land van-roodsstortingen,
<> \ . . . . . . .
en-de-stad is-vol verzwikking;
\ . .
ja zij-zeggen:
/// | .
achter-laat die-JHWH-van-Israël enwel~het-land,
// <> !
en-geenszins(is) die-JHWH-van-Israël ziende.
\\ .
en-ook~ik, 10
// <> \
niet~is-verdriet-aan’t-hebben het-wel-oog-mijner en-niet
. . . . . . . . . . . . . . . . . .
[ben-ik-medelijden-aan’t-hebben;
<> // !
de-neemweg-hunner op-de-eerstdelen-hunner geef-ik.
|| \ \ . .
en-kijk-hier de-manmenselijke gekleed in-het-linnen: 11
/// \\ | .
van-wie de-inktpot op-de-heupen-zijner(is),
// <> . . . . . .
doende-terugkeren een-inbreng te-zeggen;
|’ // !
ik-maak naar-wat jij-gebiedt-aan-mij.
=
SEDER
. .
en-voorts-zie-ik: 10.1
/// \\ | | \ .
en-kijk-hier naar~het-pletwerk dat(is) over~het-eerstdeel-van
[de-KeRoeBhieJM,
\ .
als-een-steen-van safier,
<> \ . . . . .
naar-aanzien de-gelijkenis-van een-troon;
<> !
hij-laat-zich-zien boven-hen.
EZ 10
\\ \ \ . .
en-voorts-zegt-hij tot-de-manmenselijke bekleed met-linnen: 2
|’ ☼ \\
en-voorts-zegt-hij kom naar~de-onderscheiden-delen
/ \ . .
[aan-het-wentel-werk naar~de-drukplek per-KeRuWBh:
\\ /// |
en-doe-vol-zijn de-vuisten-jouwer met-kolen-van~vuur
\ .
[vandaan-van-de-onderscheiden-delen aan-de-KeRuBieJM,
<> . . . .
en-sprenkel(ze) op~de-stad;
<> !
en-voorts-komt-hij-er voor-de-wel-ogen-mijner.
. .
en-de-KeRuWBieJM: 3
// // <>
staande-blijvend vandaan-van-de-zuidenrechter voor-het-huis
\ . . . . . . . . . . .
[bij-het-komen-van de-manmenselijke;
\ .
en-de-wolk doet-vol-zijn,
<> !
en-wel~de-grashof de-inwendige.
/// |
en-voorts-verheft-zich de-zwaarte-van~die-JHWH-van-Israël 4
\ .
[vandaan-van-op de-KeRuWB,
<> \ . . . .
op de-sokkel-van het-huis;
/// \\ | .
en-voorts-wordt-vol het-huis enwel~van-de-wolk,
| .
en-de-grashof is-vol,
<> // !
enwel~van-de-straling-van de-zwaarte-van die-JHWH-van-Israël.
| \ .
en-de-stem-van de-vleugels-van de-KeRuWBieJM, 5
|| <> . . . . . . . . . . .
wordt-gehoord tot-de-grashof die-straatbuiten-is;
// <> !
als-de-stem-van god~de-overweldigende bij-het-inbrengen.
. .
en-voorts-geschiedt-het: 6
| /// | .
als-hij-gebiedt enwel~de-manmenselijke gekleed-in~het-linnen te-zeggen,
// | .
neem vuur vandaan-van-de-onderscheiden(delen)
[aan-het-wentelwerk,
EZ 10
<> . . . . .
vandaan-van-de-onderscheiden(delen) aan-de-KeRuWBieJM;
| .
en-voorts-komt-hij en-voorts-blijft-hij-staande,
<> !
terzijde-van het-rad.
☼ \\ /
en-voorts-zendt de-KeRuWB enwel~de-hand-zijner 7
\ . .
[vandaan-van-de-onderscheiden(delen) aan-de-KeRuWBieJM:
| | \ .
naar~het-vuur dat van-de-onderscheiden(delen)-van de-KeRuWBieJM,
| .
en-voorts-draagt-hij-hoog-heen en-voorts-geeft-hij(‘t),
<> \ . . . . .
naar~de-vertegenwendiging-van de-beklede-met linnen;
<> !
en-voorts-neemt-die(‘t) en-voorts-trekt-hij-uit.
<> . . . . .
en-voorts-wordt-gezien aan-de-KeRoeBieJM; 8
| .
de-stichtvorm-van een-hand-van~roodling,
<> !
op-de-drukplek-van de-vleugels-hunner.
. .
en-voorts-zie-ik: 9
\\ \ ¬ \ ,
en-kijk-hier vier raderen terzijde-van de-KeRoeBieJM
// . .
een-rad een-één-enkele:
fz \ .
terzijde-van een-KeRuWB een-één-enkele,
\ .
en-een-rad een-één-enkele,
<> \ . . . . . . . . .
terzijde-van een-KeRuWB een-één-enkele;
| .
en-het-aanzien-van de-raderen,
<> // !
als-het-wel-oog-van een-steen turkoois.
. .
en-het-aanzien-hunner, 10
// <> . . . . . .
een-vergelijk een-één-enkele aan-hun-vieren;
// // <> // !
zoals aan-het-geschieden-is het-rad in-het-midden-van het-rad.
. .
bij-hun-gaan: 11
EZ 10
/// | .
naar-de-vier vierhoeken-hunner zijn-zij-aan’t-gaan,
// <> . . . . .
niet zijn-zij-aan’t-rondsingelen bij-hun-gaan;
\ || /// |
ja de-opstaanplaats waarheen~zich-aan’t-wenden-is het-eerstdeel
\ .
[westen-laat-van-hem zijn-zij-aan’t-gaan,
// <> .
niet zijn-zij-aan’t-rondsingelen bij-hun-gaan.
| .
en-al-af~het-vlees-hunner en-de-rug-hunner,
<> . . . . . .
en-de-handen-hunner en-de-vleugels-hunner;
. .
en-de-raderen:
/// \\ | .
vol-zijnde-van wel-ogen in-omsingeling,
<> !
aan-hun-vieren de-raderen-hunner.
. . . . . . .
tot-de-raderen; 13
// // <> !
tot-hen geroepen het-wentelwerk in-de-oren-mijner.
// <> . . . . . . . . .
en-vier vertegenwendigingen aan-één-enkele; 14
\\ / //
de-vertegenwendiging-van de-één-enkele (is)de-vertegenwendiging-van
. .
[de-KeRuWB:
/// | \
en-de-vertegenwendiging-van de-andere (is)de-vertegenwendiging-van
.
[een-roodling,
| \ .
en-de-derde (is)de-vertegenwendiging-van een-stroper(leeuw),
<> !
en-de-vierde (is)de-vertegenwendiging-van~een-adelaar.
<> . . . . .
en-voorts-verheffen-zich de-KeRuWBieJM; 15
\ .
dat(is) het-leefwezen,
// <> !
dat ik-zie bij-de-blikkering~KeBáR.
\\ | .
en-bij-het-gaan-van de-KeRuWBieJM,
// <> . . . .
zijn-aan’t-gaan de-raderen-hunner ter-zijde-van-hen;
EZ 10
\\ / . .
en-bij-het-hoog-heen-dragen-door de-KeRuWBieJM
[enwel~van-de-vleugels-hunner:
| .
om-zich-te-verheffen vandaan-van-op het-land,
\\\ //
niet~zijn-aan’t-rondsingelen de-raderen
<> !
[ook-zij vandaan-van-de-zijde-hunner.
\ .
en-bij-het-staande-blijven-van-hen zijn-zij-aan’t-staande-blijven, 17
<> \
en-bij-het-zich-verheffen-van-hen zijn-zij-aan’t-verheven-doen-zijn
. . . . . . .
[enwel-zichzelf;
// // <> !
ja de-beluchting-van het-leefwezen (is)in-hen.
| \ .
en-voorts-trekt-uit de-zwaarte-van die-JHWH-van-Israël, 18
<> \ . . . .
vandaan-van-op de-sokkel-van het-huis;
<> !
en-voorts-blijft-hij-staan boven~de-KheRuWBhieM.
\ \ ☼
en-voorts-dragen-hoog-heen de-KheRuBhieM enwel~de-vleugels-hunner 19
\\ ///
[en-voorts-verheffenzij-zich vandaan-van~het-land
| .
[voor-de-wel-ogen-mijner bij-hun-uittrekken,
<> . . . .
en-de-raderen tegenover-hen;
. .
en-voorts-blijft-men-staan:
\ /// |
in-de-opening-van de-poort-van het-huis-van~die-JHWH-van-Israël
.
[de-oostenvroege,
\\\ // <> !
en-de-zwaarte-van de-gods-van~JieSseRáAéL op-hen vandaan-boven.
\ . .
dit(is) het-leefwezen: 20
// // // <>
dat ik-zie[24] op-de-drukplek-van de-gods-van~JieSseRáAéL
. . . . .
[bij-de-blikkering~KéBháR;
|’ // <> !
en-voorts-volkèn-ik ja KheRuWBhieM (zijn)zij.
EZ 10,11
\\ /// | .
vier vier vertegenwendigingen voor-een-één-enkele, 21
// <> . . . . . . . . .
en-vier vleugels voor-een-één-enkele;
| \ .
en-vergelijkends-met de-handen-van roodling,
<> !
op-de-drukplek-van de-vleugels-hunner.
\ .
en-wat-te-vergelijken-is-met de-vertegenwendiging-hunner, 22
\ . .
die(zijn) de-vertegenwendiging:
/// \\ | .
die ik zie[25] boven~de-blikkering~KeBháR,
<> . . . . . . .
het-aanzien-hunner en-enwel-hen-zelf;
// // <> !
ieder naar~het-oversteekse-van de-vertegenwendiging-zijner
[zijn-zij-aan’t-gaan.
\\ / . .
en-voorts-draagt-hoog-heen enwel-mij een-beluchter(-ing): 11.1
\ ☼ \\
en-voorts-doet-die-komen enwel-mij naar~de-poort-van
/// \\
[het-huis-van~die-JHWH-van-Israël de-oostenvroege
\ .
[die-gewend-is oostenvroeg-waarts,
| \ .
en-kijk-hier in-de-opening-van de-poort,
// <> . . . . . . . . . . .
twintig en-vijf manmenselijke;
\\ / \\\
en-voorts-zie-ik in-het-midden-van-hen enwel~JàAæZàNeJáH
// //
[stichtzoon-van~NgàZZoeR en-enwel~PeLàTheJáHuW
<> // !
[stichtzoon-van~BeNáJáHuW vorsten-van
[het-genotenvolk.
~
<> . . . .
en-voorts-zegt-hij tot-mij; 2
|’ \ || // //
stichtzoon-van~roodling deze de-menselijken die-berekenen streverij
// <> // !
[en-die-raadverschaffen met-raadverschaffingen~kwaad in-de-stad (nl.)deze.
EZ 11
.
die-zeggen, 3
// <> \ . . . . . .
niet in-lijfsnabijheid stichten huizen;
\ .
dat(is) de-pot,
<> !
en-wij het-vlees.
=
<> \ . . . . .
om-vastzo profeteer over-hen; 4
<> !
profeteer stichtkind-van~een-roodling.
\ ¬ \ ,
en-voorts-valt op-mij de-beluchting-van die-JHWH-van-Israël 5
\ . .
en-voorts-zegt-hij tot-mij:
| \ .
zeg zo~zegt die-JHWH-van-Israël,
// <> // . . . .
vastzo zeggen-jullie huis-van JieSseRáAéL;
// <> // !
en-de-opgaande(dingen)-in de-beluchting-jelieder ik ik-volkèn-die.
// <> \ . . . . .
veel-doen-zijn-jullie de-aangepakten in-de-stad (nl.)deze; 6
// <> !
en-vol-doen-zijn-jullie de-straatbuitens van-aanpakkerij.
~
. .
om-vastzo: 7
¬ \ ,
zo~zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël
| \ \ .
de-aangepakten-jelieder die jullie-stellen in-het-midden-van-haar,
// <> \ . . . .
zij(zijn) het-vlees en-zij[26](is) de-pot;
<> // !
en-enwel-jullie doet-hij-uittrekken vandaan-van-het-midden-van-haar.
<> . . . . . . .
voor-een-zwaard hebben-jullie-ontzag; 8
\\ | \ .
en-een-zwaard ben-ik-aan’t-doen-komen over-jullie,
EZ 11
<> // !
konde-van de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël.
/// | .
en-voorts-ben-ik-aan’t-doen-uittrekken enwel-jullie 9
[vandaan-van-het-midden-van-haar,
// <> . . . . . . . .
en-voorts-ben-ik-aan’t-geven enwel-jullie in-de-hand-van~vreemden;
// <> !
en-voorts-ben-ik-aan’t-maken bij-jullie stelregeling.
\ . . . . . .
met-het-zwaard zijn-jullie-aan’t-vallen, 10
// <> \ . . . . .
op~de-gebiedsgrens-van JieSseRáAéL ben-ik-de-regel-aan’t-stellen
[enwel-jullie;
<> // !
en-voorts-zijn-jullie-aan’t-volkènnen ja~ik(ben) die-JHWH-van-Israël.
. .
zij[27]: 11
/// | .
is-niet~aan’t-geschieden voor-jullie tot-pot,
// // <> . . . . .
en-zijn-jullie jullie-aan’t-geschieden in-het-midden-harer tot-vlees;
// <> // !
naar~de-gebiedsgrens-van JieSseRáAéL ben-ik-de-regel-aan’t-stellen
[enwel-jullie.
| \ .
en-jullie-zijn-aan’t-volkènnen ja~ik(ben) die-JHWH-van-Israël, 12
/// | \ .
als in-de-ingriffingen-mijner niet gaan-jullie,
<> // . . . . .
en-de-stelrgels-mijner niet maken-jullie;
/// // // <> !
en-naar-de-stelregels-van de-naties die omsingelen-jullie maken-jullie.
| .
en-voorts-geschiedt-het bij-het-profeteren-van-mij, 13
// <> . . . . .
en-PeLàTheJáHuW stichtzoon-van~BeNáJáH sterft;
\\ / \
en-voorts-val-ik op~de-vertegenwendiging-mijner en-voorts-schreeuw-ik
. .
[een-stem~groot:
| | \ .
en-voorts-zeg-ik ach-toch machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël,
| \ .
een-al-afheid (ben)jij makende,
<> // !
van-enwel het-restant-van JieSseRáAéL.
EZ 11
// <> // !
en-voorts-geschiedt een-inbreng-van~die-JHWH-van-Israël tot-mij te-zeggen. 14
……………………………. . .
stichtkind-van~een-roodling: 15
……………………………………///……………………………..\\………………..|
de-broederverwanten-jouwer de-broederverwanten-jouwer
……….\………………………………………………….. .
[de-menselijken-van het-inlossingswerk-jouwer,
……………………..//……………………<>…………………… . . . . . .
en-al-af~het-huis-van JieSseRáAéL de-la-afheid-zijner;
..☼ ……………..|………/…\………………………………….. . .
als zij-zeggen tot-hen inzittenden-van JeRuSháLàieM:
………………..|……………………..\……………. .
weest-verre vandaan-van-over die-JHWH-van-Israël,
…….//……………..\………//…………..<>……….. !
aan-ons wordt-het gegeven het-land tot-wegvangst.
=
……. \ ……. . .
om-vastzo zeg: 16
………..¬ ……………………….\………………. ,
zo~zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël
///……………………………..| …….. .
ja verre-doe-ik-zijn-hen bij-de-naties,
…..//………………….<>……….. . . . . . .
en-ja ik-verstrooi-hen in-de-landen;
……………………..///…………………|……….\………………….. .
en-voorts-geschied-ik voor-hen tot-heiligdom een-weinig,
………..<>………………….//…….. !
in-de-landen als~zij-komen daar.
=
……..\…. . .
om-vastzo zeg: 17
………..¬ ……………………….\…………….. ,
zo~zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël
…///…………………………………|…………………………….. .
en-ik-verzamel enwel-jullie vandaan-van~de-genotenvolken.
……………….\………….. .
en-in-haal-ik enwel-jullie,
………………………. .
vandaan-van-de-landen,
.//…..<>………………………………. . . . . . .
waar jullie-verstrooid-worden daarin;
…..//………………<>………………………..//………………………. !
en-ik-geef aan-jullie enwel~het-roodlingse JieSseRáAéL.
EZ 11
………………….. . . . . . . . .
en-komen-zij ~daarheen; 18
……..\\………………………………………………………//……………….
en-wijken-doen-zij enwel~al-af~de-afschuwelijkheden
………………………………….<>…………………………………. !
[en-enwel~al-af~de-gruwelijkheden vandaan-daarvan.
….///………………….|………\……….. .
en-ik-geef aan-hen een-hart een-één-enkel, 19
……………….//………….<>…………………………\……………………………… . . . . . . .
en-een-beluchting nieuw ben-ik-aan’t-geven in-het-naderlijf-hunner;
……………………\\…………………………….| ………///………..\\..| ……………………. .
en-voort-ben-ik-aan’t-doen-wijken het-hart-van steen
[vandaan-van-het-vlees-hunner,
……………………..//…………………………..<>………..//…………. !
en-voorts-ben-ik-aan’t-geven aan-hen een-hart-van vlees.
……..\\…………………………|……………………………….\……………………. .
ter-toebuiging-daar-dat in-de-ingriffingen-mijner zij-aan’t-gaan-zijn, 20
………………………………………………//………………….<>…………………..
en-enwel~de-stelregelingen-mijner aan’t-waar-houden-zijn
……………………………\………………………. . . . . .
[en-voorts-aan’t-maken-zijn enwel-hen;
………………………………………………………………\…………. .
en-voorts-aan’t-geschieden-zijn~voor-mij tot-genotenvolk,
…..||………………………………//……………..<>……… !
en-ik ik-ben-aan’t-geschieden voor-hen tot-gods.[28]
……………………\\\……………………………………………….//……
en-naar~het-hart-van de-afschuwelijkheden-hunner 21
……………………………………..<>…………………………\…….. . . . . . .
[en-de-gruwelijkheden-hunner is-het-hart-hunner gaande;
………………………………….|………………………………\………. .
de-neemwegen-hunner op-de-eerstdelen-hunner geef-ik,
.<>…………………………………..//…………… !
konde-van de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël.
………………..///…………………………………………………|……………………………… .
en-voorts-dragen-hoog-heen de-KheRuWBhieJM enwel~de-vleugels-hunner, 22
…………<>………………………………….. . . . .
en-de-raderen mede-genoot-met-hen;
……………\\\………………………………………………..//…………<>………………….. !
en-de-zwaarte-van de-gods-van~JieSseRáAéL (is)op-hen vandaan-van-bovenaf.
………………..\\…….|………..\…………………… .
en-voorts-gaat-op de-zwaarte-van die-JHWH-van-Israël, 23
……………………///…………….\……………….. . . . . .
vandaan-van-boven het-midden-van de-stad;
………………………………………….|…………..
en-voorts-blijft-hij-staande op~de-berg,
.<>……………………………//…………………………………… !
die(is) vandaan-van-oostenvroeg-van voor-de-stad.
EZ 11,12
……………..\…………. . .
en-de-beluchter draagt-hoog-heen-mij: 24
……………………………………….///……………….\\……………|……………………. .
en-voort-doet-zij-komen-mij naar-de-KhàSseDieJM[29] naar~de-ontmanteling[30],
………………<>…………………….\……………. . . . . . .
in-een-gezicht door-de-beluchter-van gods;
………………..\\…….|……………………… .
en-voorts-gaat-op vandaan-boven-mij,
…………<>…….//….. !
het-gezicht dat ik-zie.
……………………………<>……………….. . . . . . . . . .
en-voorts-breng-ik-in tot~de-ontmanteling; 25
……//……………..//……………………………..<>…………………..//…………………….. !
enwel al-af~de-inbrengen-van die-JHWH-van-Israël die hij-doet-zien-mij.
~
……………………….//……………………………………….<>………………………..//…… !
en-voorts-geschiedt de-inbreng-van~die-JHWH-van-Israël tot-mij te-zeggen. 12.1
…………………|'…………….//……………………….<>……………\..
stichtkind-van~roodling in-het-midden-van een-huis-van~ergernis (ben)jij
.. . . . . . .
[inzittend;
……\………..|…….\\………………./………..//. . .
terwijl welogen aan-hen(zijn) om-te-zien en-zij-niet zien:
\\……….///……….\\…| ………\.. .
oren aan-hen om-te-horen en-zij-niet horen,
//…….//…….<>…………. !
ja een-huis-van ergernis (zijn)zij.
=
…..\……………….. . .
en-jij stichtkind-van~roodling: 3
..///………..|…\…………. .
maak voor-jou gerei-van ontmanteling,
……….//…………<>………………….. . . . . . .
en-ontmantel-je 's daags voor-de-welogen-hunner;
………………………………..\\……………………………………………….|
en-voorts-ben-jij-je-aan't-ontmantelen vandaan-van-de-opstaanplaats-jouwer
…………///………………………|……………….. .
[naar-een-opstaanplaats een-latere voor-de-welogen-hunner,
………\.. .
misschien zien-zij,
//…….//……<>………….. !
ja een-huis-van ergernis (zijn)zij.
EZ 12
……………………..|………/………………..//………..//………….<>..
en-uit-doe-jij-trekken het-gerei-jouwer als-gerei-van ontmanteling 's daags
………………… . . . . . .
.. . . [voor-de-welogen-hunner;
en-jij:
……………..///…………….\\……|……………….. .
jij-bent-aan't-uittrekken in-de-avond voor-de-welogen-hunner,
……..<>…………………… !
als-de-uittrekkingen-van ontmanteling.
………………….<>………………..\…….. . . . . .
voor-de-welogen-hunner klief~op-jezelf in-de-wand; 5
…………………..<>.. !
en-uit-trekken-doe-jij daarin.
…………\\………/………………..///……………………………………….|
voor-de-welogen-hunner op~het-schouderdeel ben-jij-hoog-heen-aan't-dragen 6
……\………………………….. .
[in-stikdonker ben-jij-aan't-doen-uittrekken,
……………..\………………………………… .
de-vertegenwendiging-jouwer ben-jij-aan't-verhullen,
…..//………………..\…………… . . . .
en-niet ben-jij-aan't-zien enwel~het-land;
……….//…………….<>………………//……………. !
ja~(als)godsbewijs geef-ik-jou aan-het-huis-van JieSseRáAéL.
……………\………….¬ ……..\………. ,
en-voorts-maak-ik vastzo naar-wat mij-geboden-wordt 7
☼……………………………….//………………///…………..
de-gereistukken-mijner doe-ik-uittrekken als-gereistukken-van
……………..| .
[ontmanteling s'daags,
………..//……………………..//……… <> …… . . . . .
en-in-de-avond klief-ik~op-mij-zelf in-de-wand met-de-hand;
…..//………………….//…………………..//………
in-stikdonker doe-ik('t)-uittrekken op~het-schouderdeel
…………….<>………………………… !
[draag-ik('t)hoog-heen voor-de-welogen-hunner.
~
……………….\\\……………………………//………………..<>
en-voorts-geschiedt een-inbreng-van~die-JHWH-van-Israël tot-mij 8
……..//…………… !
[in-de-ochtend om-te-zeggen.
………………..|' ……..\\…..//………..//…….//……………..<>..
stichtkind-van~roodling niet? zeggen tot-jou het-huis-van JieSseRáAéL
……..\…… . . . . . . .
[een-huis-van ergernis;
.<>……….//.. !
wat? (ben)jij makend.
EZ 12
.\……. .
zeg tot-hen, 10
//.<>…………………..\……….. . . . . . . . . . . .
zo zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Isaraël;
………………..||…………………///…………..|…………. .
de-hoog-heen-dragende[31]-van de-draaglast (is)deze in-JeRuWSháLàieM,
………………//……………..<>..//………………………… !
en-al-af~het-huis-van JieSseRáAéL zij~die(zijn) in-het-midden-hunner.
<>..\……………………….. . . . . . .
zeg ik(ben) het-godsbewijs-jelieder; 11
.\…….. . .
zoals ik-maak:
///………………..\………………. .
vastzo is-aan't-gemaakt-worden voor-hen,
………//……………<>……………………….. !
in-ontmanteling in-gevangenschap zijn-zij-aan't-gaan.
……………………\\…………………………………/…..
en-de-hoog-heen-dragende die(is)~in-het-midden-jelieder 12
…………………..\…………………………………|………..\……….
[is('t)-aan~het-schouderdeel hoog-heen-aan't-dragen in-het-stikdonker
…………. .
[en-is-aan't-uittrekken,
………//………………….<>………………….\………. . . . . . .
in-de-wand zijn-zij-aan't-klieven om('t)-te-doen-uittrekken daarin;
…………………………\…………………. .
de-vertegenwendiging-zijner is-hij-aan't-verhullen,
… . .
ter-toebuiging-daraan:
.\\………………..//………………\……….<>…………… !
dat hij-niet aan't-zien-is voor-het-weloog hij enwel~het-land.
……………..///…………………………………………..|… .
en-voorts-ben-ik-aan't-spreiden enwel~de-wegvang-mijner op-hem, 13
…………………..<>………………………………. . . . . . .
en-voorts-is-hij-gevat-aan't-worden in-de-schanskooi-mijner;
………………\\……………………………///…..\\…………\………
en-voorts-ben-ik-aan't-doen-komen enwel-hem BáBèL-waarts land-van
…… .
[KàSseDieJM[32],
………….//………………….<>……..//……….. !
en-enwel-dat is-hij-niet~aan't-zien en-daar
[is-hij-een-gestorvene-aan't-worden.
………☼.\\………………//……..//……………………….<>….
en-al-af die omsingelen-hem tot-hulp en-al-af~de-troepen-zijner 14
………………\……………………. . . . . . . .
[ben-ik-aan't-uitwannen aan-al-af~beluchting;
EZ 12
………….<>……………………//…………………. !
en-een-zwaard ben-ik-aan't-ontlozen laat-aan-achter-hen.
……………………………<>……….\…………… . . . . . . . . . .
en-voorts-zijn-zij-aan't-volkènnen ja~ik(ben) die-JHWH-van-Israël; 15
………………………………<>………………|….. .
bij-het-uit-verstrooien-door-mij enwel-van-hen bij-de-naties,
………………………..//……………….<>……. !
en-voorts-ben-ik-aan't-uitwannen enwel-hen in-de-landen.
……………..///…………………………………………..| .\…………
en-voorts-ben-ik-strak-aan't-doen-blijven vandaan-van-hen menselijken 16
….. .
[te-boekstaven,
…………………….<>…………………….\…………………… . . . . . . . .
vandaan-van-het-zwaard vandaan-van-de-honger
[en-vandaan-van de-inbracht[33];
……\\…………………………………/…………………………. . .
ter-toebuiging-daaraan-dat zij-aan't-boekstaven-zijn
[en-wel~al-af~de-gruwels-hunner:
…………….|………\……. .
bij-de-naties als~zij-komen daar,
…………………….<>………//………….. !
en-zij-zijn-aan't-volkènnen ja~ik(ben) die-JHWH-van-Israël.[34]
~
……………….//………………………….<>…………………//… !
en-voorts-geschiedt de-inbreng-van~die-JHWH-van-Israël tot-mij te-zeggen. 17
………………..||…………………<>……………\……….. . . . . . . . . . .
stichtkind-van~roodling het-brood-jouwer met-gesidder aan't-eten-ben-jij; 18
………..||…………………..//……………………<>………. !
en-het-water-jouwer met-bewogenheid en-met-beduchtheid
[aan't-drinken-ben-jij.
……………….\……………………………\…………………|' ……….☼
en-voorts-ben-jij-aan't-zeggen tot~het-genotenvolk-van het-land zo~zegt 19
………………..\\…………./………………………///……………………\\……|
[de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël aan-de-inzittenden-van JeRuWSháLàieM
EZ 12
…………\……………………. .
[tot-het-roodlingse-van JieSseRáAéL,
…………………|……..\………….. .
het-brood-hunner in-beduchtheid aan't-eten-zijn-zij,
………………<>…………..\…………. . . . . . . . . . . . .
en-het-water-hunner in-ontzetting aan't-drinken-zijn-zij;
……//………………………………///………………………………|
ter-toebuiging-daaraan-dat aan't-ontzettend-worden-is het-and-zijner
……………………….. .
[vandaan-van-de-volheid-zijner,
……………………………………<>……………………….//………. !
vandaan-van(vanwege)-de-gewelddadigheid-van al-af~de-inzittenden daarin.
……….///………………….|……….. .
en-de-steden met-inzittenden[35] zijn-schroeidroog-aan't-worden[36], 20
……….<>…….\…………………. . . . . . . . .
en-het-land ontzetting is-er-aan't-geschieden;
………………<>……………………..\…………. !
en-voorts-zijn-zij-aan't-volkènnen ja~ik(ben) die-JHWH-van-Israël.
~
………………..//………………………….<>……………….. !
en-voorts-geschiedt een-inbreng-van~die-JHWH-van-Israël aan-mij. 21
……………… . .
stichtkind-van~roodling: 22
…………///…………….| …. .
wat?~een-vore-stel (als)dit voor-jullie,
………….//…………………….<>… . . . . . . .
over~het-roodlingse-van JieSseRáAéL te-zeggen;
………………………….| .. .
aan't-zich-uitstrekken-zijn de-dagen,
……………………..<>…………………… !
en-voorts-is-aan't-teloor-gaan al-af~het-geschouwde.
……||……\….. . .
om-vastzo zeg tot-hen: 23
……..¬ ………………..\……….. ,
zo~zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël
……\\………..|…………….\…………. .
verstillen-doe-ik enwel~een-vore-stel[37] (als) dit,
EZ 12
………………………//…………………<>..<>……..
en-niet~zijn-zij-aan't-vore-stellen enwel-het nogmalig
……….. . . . . .
[in-JieSseRáAéL;
///………..\…… .
ja of~breng-in tot-hen,
……………..|…. .
zij-lijfnaderen de-dagen,
…….<>………………………… !
en-de-inbreng-van al-af~het-geschouwde.
☼…\………………..//……//………………….//………..<>…
ja niet is-aan't-geschieden nogmalig al-af-geschouwds-van waan 24
………………\……… . . . . . . . . . .
[en-een-voorspelling (die)effenend(is);
………<>……………….. !
in-het-midden-van JieSseRáAéL.
\..\…….. . .
ja ik die-JHWH-van-Israël: 25
………………………|…..☼ ..\\…………<>…………………………|
ik-ben-aan't-inbrengen enwel wat ik-aan't-inbrengen-ben aan-inbreng
……………….. .
[en-hij-is aan't-gemaakt-worden,
.//…………………………….<>……….. . . . . . . . .
niet is-er-aan't-verder-weg-gevoerd-worden nogmalig;
.\……….||…………….\….. . .
ja in-de-dagen-jelieder huis-van ergerlijkheid:
……………///…………………..|………………………. .
ben-ik-aan't-inbrengen een-inbreng en-voorts-ben-ik-aan't-maken-die,
.<>………………………..//…….. !
konde-van de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël.
~
………………//…………………………….<>………………..//… !
en-voorts-geschiedt een-inbreng-van~die-JHWH-van-Israël tot-mij te-zeggen. 26
…………….. . .
stichtkind-van~roodling: 27
……///………………………….| .
kijk-hier het-huis-van~JieSseRáAéL zeggend,
………….//…………//…….<>………………. \… . . . . .
het-geschouwde dat~hij(is) schouwend (is)voor-dagen vele;
………..//………<>……………….. !
en-voor-tijen die-ver-zijn (is)hij profeterende.
…..||…….\….. . .
om-vastzo zeg tot-hen: 28
///…|………………..\………. .
zo zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël,
…………………………..//……………………<>……..
niet~aan't-verderweg-gevoerd-aan't-worden-is nogmalig
EZ 12,13
………………….. . . . . . .
[al-af~de-inbrengen-mijner;
.\\………..\\…………………………|……………………. .
zo ik-aan't-inbrengen-ben een-inbreng
[en-voorts-is-die-aan't-gemaakt-worden,
.<>………………………..//………. !
konde-van de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël.
=
……………….//…………………………..<>…………………//… !
en-voorts-geschiedt een-inbreng-van~die-JHWH-van-Israël tot-mij te-zeggen. 13.1
……………………..||…………..//…………….//………………..<>.
stichtkind-van~een-roodling profeteer tot~de-profeten-van JieSseRáAéL 2
………. . . . . .
[die-profeteren;
………………………………|……………….\……………………….. .
en-voorts-ben-jij-aan't-zeggen aan-wie-profeteren
[vandaan-van-het-hart-hunner,
..<>………………………… !
hoort de-inbreng-van~die-JHWH-van-Israël.
///…|………………..\………. .
zo zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël, 3
.<>………………\……. . . . . . . . . . .
wee over~de-profeten de-slappelingen;
.//…//………………….//…………………….<>……….//…………… !
die gaande(zijn) laat-aan-achter de-beluchting-hunner en-zonder-dat zij-zien.
…..<>……… . . . . . . . . . . .
als-vossen in-schroeidroogten; 4
……………..//…………….<>……. !
de-profeten-jouwer JieSseRáAéL geschieden(zo).
///………………|….. .
niet gaan-jullie-op in-de-reten, 5
……….//……………………………..<>…………….\………….. . . . . . .
en-ommuren-jullie-voorts met-een-bemuring op~het-huis-van JieSseRáAéL;
……..//…………………………..<>……….//…………. !
om-staande-te-blijven in-de-broderij op-de-dag-van die-JHWH-van-Israël.
…….///………..|………………\…………. .
zij-schouwen waan en-een-voorspelling-van gelogens, 6
…………|…………☼…………………………………<>…………..
die-zeggen konde-van~die-JHWH-van-Israël en-die-JHWH-van-Israël
..\…….. . . . .
[niet zendt-hen;
……….<>………………….//……………. !
en-zij-wachten op-het-doen-opstaan-van een-inbreng.
.///…………………………..|…………… .
niet? een-schouwing-van~waan aanschouwen-jullie, 7
…………………..\………..<>……….. . . . . . .
en-een-voorspellerij- van gelogens zeggen-jullie;
EZ 13
…………………|……………….. .
en-zij-die-zeggen konde-van~die-JHWH-van-Israël,
…<>..//……….. !
en-ik niet breng-ik-in.
=
…. . .
om-vastzo: 8
///….|……………….//………. .
zo zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël,
……///…………………….\……………… .
ter-toebuiging-daaraan-dat jullie-inbrengen waan,
……..<>……. . . . . . .
en-schouwen gelogens;
…………|………..\….. .
om-vastzo kijk-hier-ik tot-jullie,
……<>………………………..//………… !
een-konde-van~de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël.
………………………..\……………. . .
en-voorts-is-aan't-geschieden de-hand-mijner: 9
…………….||…………\………….¬…………\…….. ,
naar~de-profeten die-schouwen waan en-voorspellen gelogens
…….\\\……………………………….\……
in-het-overleg-van het-genotenvolk-mijner
……………………☼……………………///…..
[zijn-zij-niet~aan't-geschieden in-de-schrift-van
………………………….|………..\……………. .
[het-huis-van~JieSseRáAéL zijn-zij-niet aan't-geschreven-worden,
……………..//…………………….<>…………. . . . . . .
en-naar~het-roodlingse-van JieSseRáAéL niet aan't-komen;
//<>………….//………………… !
ja ik(ben) de-machtigende[38] die-JHWH-van-Israël.
……\…………………………../………………………………….\\\………..
ter-toebuiging-daaraan en-ter-toebuiging-daarom-dat zij-voor-de-gek-houden 10
………………………….//………//……..<>………\………….. . . . . . .
[enwel~hetgenotenvolk-mijner te-zeggen vrede en-geenszins(is-er) vrede;
…..\….\…………….. .
en-hij stichtend(is) een-buitenwand,
………//……..//…………..<>…………. !
en-zie-zij overkledend enwel-hem met-een-aansmeermiddel.
//……………….//……………<>…………………………… . . . . . .
zeg tot-die-overkleden met-een-aansmeermiddel en-hij-is-aan't-vallen; 11
……..\………\……………….. . .
geschiedt-er plasregen die-overspoelt:
EZ 13
…………./….///……………..|……….. .
en-jullie-toch stenen van-gods-ijs[39] zijn-aan't-vallen,
……………..<>…………… !
en-een-turbulentie is-aan't-splijten.
…….<>..\…… . . . . .
kijk-hier valt de-wand; 12
…..|……………..\………. .
niet? is-men-aan't-zeggen tot-jullie,
..//………<>…………………….//…………… !
waar? het-aansmeermiddel waarmee jullie-overkleden.
=
… . .
om-vastzo: 13
///…|………………..\………… .
zo zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël,
………………//……………………………………………<>……..
en-voorts-ben-ik-aan't-splijten – een-beluchting-van~turbulenties –
…………….. . . . . . .
[in-de-hittigheid-mijner;
…………///……………………….|…………………….\……….. .
en-een-plasregen een-overspoelende in-de-neuswalging-mijner
[is-aan't-geschieden,
……//………..<>……….//……………… !
en-stenen-van gods-ijs in-hittigheid om('t)-al-af-te-maken.
………………\\………./……………….\\………..//……………..
en-voorts-ben-ik-aan't-slopen enwel~de-wand die~jullie-overkleden 14
…………….//………………….//……………………………
[hij-is-aan't-vallen en-voorts-ben-ik-aan't-doen-aantasten-hem
…………….<>…………\…………………………… . . . . . .
[tot-op~het-land en-ontmanteld-wordt de-grondveste-zijner;
……………………………|…………\…………………. .
en-voorts-is-hij-aan't-vallen en-al-af-jullie in-het-midden-daarvan,
………………<>………………………//………………. !
en-voorts-zijn-jullie-aan'tvolkènnen ja~ik(ben-het) die-JHWH-van-Israël.
……………..///……………………………………….|…….. .
en-voorts-ben-ik-al-af-aan't-maken enwel~de-hittigheid op-de-wand, 15
…………………….//………….<>…………. . . . . . . . . . . . . .
en-op-hen-die-overkleden enwel-hem met-een-aansmeermiddel;
……………………….///…………….|.\….. .
en-voorts-ben-ik-aan't-zeggen aan-jullie geen wand,
…..<>……….//………….. !
en-geen overkleders enwel-daarvan.
………\……………….. . .
de-profeten-van JieSseRáAéL: 16
EZ 13
……………..|…………………….. .
die-profeteren aangaande~JeRuWSháLàieM,
………….//………….<>…………\…… . . . . .
en-die-schouwen voor-haar een-schouw-van vrede;[40]
…..\… . . . . . . . . . .
en-geen vrede(is-er);
.<>………………………..//……….. !
konde-van de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël.
~
….\……………… . .
en-jij stichtkind-van~roodling: 17
///………………………………|…………..\……………….
stel de-vertegenwendiging-jouwer naar~de-stichtdochters-van
…………………. .
[het-genotenvolk-jouwer,
………..<>…………………………………….. . . . . . .
als-profetessen-optredend vandaan-van-het-hart-hunner;
………..<>……. !
en-profeteer over-hen.
………………||………………….\……………………\……… . .
en-voorts-ben-jij-aan't-zeggen zo~zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël:18
.||………………..<>……………./……………………\……………
wee aan-de-samennaaisters-van fnuikers[41] op al-af~de-zijkanten-van
……….. . .
[de-handen-mijner[42]:
……….\\\………………..//……………..//…………..
en-de-maaksters-van de-pruiken[43] op~het-eerstdeel-van
EZ 13
…….<>………………..\…………. . . . . . . . . . . .
[al-af~opstand[44] om-te-kooi-te-brengen lichaamzielen;
……………..|………………\……………………………………….. .
lichaamzielen? zijn-jullie-te-kooi-aan't-brengen voor-het-genotenvolk-mijner,
…..<>…………………//………………………… !
en-lichaamzielen voor-jullie zijn-jullie-aan't-doen-leven.[45]
…………..\\………………………../……………………….. . .
en-voorts-pakken-jullie-aan enwel-mij aan[46]~het-genotenvolk-mijner: 19
………….\……………………….¬…………..\………….. ,
met-volknuisten-aan harige-halmen[47] en-met-brokken-van brood
…………….///………………..|..\……………. .
om-te-doen-sterven lichaamzielen die niet~aan't-sterven-zijn,
……………….//…..<>…………….\………… . . . . . . . .
en-om-te-doen-leven lichaamzielen die niet~aan't-leven-zijn;
………………….. .
met-het-gelieg-van-jullie,
………………………<>……….//………… !
tot-het-genotenvolk-mijner die-horen het-gelieg.
~
……||………\……………………\……… . .
om-vastzo zo~zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël: 20
………..///…………………\\………………….|…\……..☼ …..
kijk-hier-mij aangaande~de-slinksheden[48]-jelieder waarmee jullie
.\\……………….///…………………………|…… .
[opkooiend(zijn) daar enwel~de-lichaamzielen tot-bloeienden[49],
……………………………\…………. .
en-voorts-ben-ik-aan't-scheuren enwel-hen,
…………….<>…………… . . . . .
vandaan-van-op de-armen-jelieder;
……………………………………|………. .
en-voorts-ben-ik-aan't-heenzenden enwel~de-lichaamzielen,
EZ 13,14
.//..//…//………………………….<>………………… !
die jullie opkoiiend(zijn) enwel~(als)lichaamzielen[50] tot-bloeienden.
……………..||…………………………………….. . .
en-voorts-ben-ik-aan't-scheuren enwel~de-pruiken[51]-jelieder: 21
……………..///…………………………………………………..|
en-voorts-ben-ik-eruit-aan't-slepen enwel~het-genotenvolk-mijner
……………………….. .
[vandaan-van-de-hand-jelieder,
……………………………//……//…………………….<>…..
en-niet~zijn-zij-aan't-geschieden nogmalig in-de-hand-jelieder
… . . . . . . . .
[ter-opkooiing;
……………………………<>……….//……………. !
en-voorts-ben-jij-aan't-volkènnen ja~ik(ben) die-JHWH-van-Israël.
……\………………………….///…………………………………..|…. .
ter-toebuiging-aan-dat doet-versagen het-hart-van-eenrechtvaardige de-leugen,22
…<>..\…………………. . . . . .
en-ik niet doe-ik-versagen-hem;
………………………….|…..\……………….. .
en-om-het-verharden-van de-handen-van een-schender,
…………//…………………………………..//…….<>…. !
zonder-terugkeer vandaan-van-de-neemweg-zijner kwaad
[om-te-doen-leven-hem.
…. . .
om-vastzo: 23
.//…………..\……… .
waan ben-jij-niet aan't-aanschouwen,
…………….<>………………………………\… . . . . . . . .
en-een-voorspelling ben-jij-niet~aan't-voorspellen nogmalig;
……………..///…………………………………………………………|
en-voorts-ben-ik-eruit-aan't-doen-slepen enwel~het-genotenvolk-mijner
………………………. .
[vandaan-van-de-hand-jelieder,
………………<>……………………//………….. !
en-voorts-ben-jij-aan't-volkènnen ja~ik(ben) die-JHWH-van-Israël.
SEDER
…………///……………| .
en-voorts-komen naar-mij menselijken-van, 14.1
………………….<>………………….. . . . .
vandaan-van-de-baardouden-van JieSseRáAéL;
EZ 14
………….<>……………………………………. !
en-voorts-zitten-zij voor-de-vertegenwendiging-mijner.
~
……………….//………………………….<>………………..//……… !
en-voorts-geschiedt de-inbreng-van~die-JHWH-van-Israël tot-mij om-te-zeggen.2
…………………… . .
stichtkind-van~een-roodling: 3
……///……………\\..|……///………………………………….|
de-menselijken (nl.)deze doen-opgaan de-afwentel(-goden)-hunner
……………. .
[over~het-hart-hunner,
………….\……………………………. .
en-het-struikelblok-van het-geontwricht-hunner,
……..<>..\…………………………………….. . . . . . .
geven-zij recht-tegenover de-vertegenwendiging-hunner;
.//…………………………………<>……………………… !
nagevraagd-wordend? ben-ik-aan't-nagevraagd-worden voor-hen.
=
\ \ ☼ \\ /
om-vastzo breng-in met-hen en-voorts-ben-jij-aan't-zeggen tot-hen 4
\ \ . .
[zo~zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël:
\ \ \ |' ☼
ieder iedermenselijke vandaan-van-het-huis-van JieSseRáAéL die
\\ / . .
[aan't-doen-opgaan-is enwel~de-afwentelgoden-zijner naar-het-hart-zijner:
/// | |
en-het-struikelblok-van het-geontwricht-zijner aan't-stellen-is
\ .
[recht-tegenover de-vertegenwendiging-zijner,
<> . . . . .
en-voorts-is-hij-aan't-komen naar~de-profeet;
\ . .
ik die-JHWH-van-Israël:
\\\ // <> // !
ik-buig-mij-toe naar-hem die-komt naar-de-veelheid-van
[de-afwentelgoden-zijner.
// // <> . . . . . . .
ter-toebuiging-aan het-vatten enwel~van-het-huis-van~JieSseRáAéL 5
[in-het-hart-hunner;
/// \\ | .
als zij-vervreemd-zijn vandaan-van-op-mij,
<> !
bij-de-afwentelgoden-hunner al-af-zij.
=
EZ 14
|| \ \ . .
om-vastzo zeg tot~het-huis-van~JieSseRáAéL: 6
/// | \ .
zo zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël,
\ .
keert-om em-doet-omkeren,
<> . . . . . . .
vandaan-van-op de-afwentelgoden-jelieder;
// <> // !
en-vandaan-op al-af~de-gruwelen-jelieder doet-omkeren
[de-vertegenwendiging-jelieder.
☼ \\ / \ . .
ja ieder iedermenselijke vandaan-van-het-huis-van JieSseRáAéL: 7
¬ \ ,
en-vandaan-van-de-inklamper die~aan't-inklampen-is in-JieSseRáAéL
\ . .
en-die-zich-aan't-vervreemden-is vandaan-van-laat-achter-mij:
/// | .
en-aan't-doen-opgaan-is de-afwentelgoden-zijner
[naar-het-hart-zijner,
\ .
en-het-struikelblok-van het-geontwricht-zijner,
<> \ . . . . . .
aan't-stellen-is recht-tegenover
[de-vertegenwendiging-zijner;
/// | \
en-voorts-is-hij-aan't-komen naar~de-profeet om-navraag-te-doen~voor-zich
.
[bij-mij,
\ .
ik die-JHWH-van-Israël,
<> !
toegebogen-wordt~naar-hem bij-mij.
\\ / \ . .
en-voorts-ben-ik-aan't-geven de-vertegenwendiging-mijner op-de-menselijke 8 [(nl.)die: \\ | \ .
en-voorts-ben-ik-aan't-stellen-hem tot-een-kenteken en-tot-vore-stellen,
<> \
en-voorts-ben-ik-aan't-afscheiden-hem vandaan-van-het-midden-van
. . . . . .
[het-genotenvolk-zijner;
<> // !
en-voorts-ben-ik-aan't-doen-volkènnen-hen ja~ik(ben) die-JHWH-van-Israël.
=
/// |
en-de-profeet ja~hij-is-toegankelijk-gemaakt-aan't-worden 9
EZ 14
\ .
[en-voorts-is-hij-aan't-inbrengen een-inbreng,
/// | .
ik die-JHWH-van-Israël ik-maak-toegankelijk,
<> \ . . . .
enwel de-profeet (nl.)die;
/// | .
en-uitrek-ik enwel~de-hand-mijner op-tegen-hem,
.
en-ik-verdelg-hem,
<> // !
vandaan-van-het-midden-van het-genotenvolk-mijner JieSseRáAéL.
<> . . . . . .
en-hoog-heen-dragen-zij het-geontwricht-hunner; 10
| .
zoals-het-geontwricht-van de-navrager,
// <> !
zoals-het-geontwricht-van de-profeet-van die-JHWH-van-Israël.
☼ \\ ///
ter-toebuiging-daaraan-dat zij-niet~tuimelen nogmalig 11
| .
[,het-huis-van JieSseRáAéL, vandaan-van-achter-mij-aan,
// <> . . . . . . .
en-zich-niet~besmetten nogmalig met-al-af~de-afvalligheden-hunner;
\ . .
en-zij-geschieden~voor-mij tot-genotenvolk:
\\ // | .
en-ik ik-aan't-geschieden-ben voor-hen tot-gods,
<> // !
konde-van de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël.
~
// <> // !
en-voorts-geschiedt een-inbreng-van~die-JHWH-van-Israël tot-mij 12
[om-te-zeggen.
. .
stichtkind-van~een-roodling: 13
/// /// | .
land ja het-is-aan't-verwaarden~mij overtreding~voor-overtreding,
/// | .
en-voorts-ben-ik-aan't-rekken de-hand-mijner op-hen,
// <> . . . . . .
en-voorts-ben-ik-aan't-breken daarvoor de-rekter-van~brood;
\ .
en-voorts-ben-ik-aan't-zenden~daarin honger,
// <> // !
en-voorts-ben-ik-aan't-afscheiden vandaan-daarvan roodling en-dier.
EZ 14
☼ \\ /// | .
en-voorts-zijn-er-aan't-geschieden de-drie menselijken (nl.)die 14
[in-het-midden-daarvan,
<> \ . . . . . .
NoàCh DáNieAéL en-AieJJóWBh;
/// | \ .
zij met-de-gerechtigheid-hunner zij-zijn-aan't-eruitslepen
[de-lichaamziel-hunner,
<> // !
konde-van de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël.
// // // <>
als-toch~wildleven kwaad ik-aan't-doen-oversteken-ben in-het-land 15
. . . . . . . . . .
[en-voorts-is-'t-aan't-ontkinderen-het;
/// | .
en-voorts-is-aan't-geschieden ontzetting zonder een-oversteker,
<> !
vandaan-van(vanwege)-de-vertegenwendiging-van het-wildleven.
\\ \ ¬ ,
de-drie menselijken (nl.)die in-het-midden-daarvan 16
. .
een-levende~(ben)ik:
\\ \ .
konde-van de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël,
// <>
ware't-dat~stichtzonen en-ware't-dat~stichtdochters
. . . . . . . . . . .
[zich-er-aan't-uitslepen-zijn;
/// | .
zij afgezonderd zijn-zich-er-aan't-uitslepen,
<> // !
en-het-land is-aan't-geschieden in-ontzetting.
// // <> \ . . . .
of een-zwaard ben-ik-aan't-doen-komen op~het-land (nl.)dit; 17
. .
en-voorts-ben-ik-aan't-zeggen:
/// \ .
zwaard aan't-oversteken-jij in-het-land,
// <> //
en-voorts-ben-ik-aan't-doen-afscheiden vandaan-daarvan roodling
!
[en-dier.
\\ \ ¬ ,
en-de-drie menselijken (nl.)die in-het-midden-daarvan 18
. .
een-levende~(ben)ik:
\\ \ .
konde-van de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël,
EZ 14
// <> \ . . . . . . . . . . . .
niet zijn-zich-eruit-aan't-slepen stichtzonen en-stichtdochters;
// // <> !
ja zij afgezonderd zijn-zich-er-aan't-uitslepen.
// // <> \ . . . .
of inbracht[52] ben-ik-aan't-zenden naar~een-land (als)dit; 19
\\ /// \\ | .
en-voorts-ben-ik-aan't-uitstorten de-hittigheid-mijner daarop met-roods,
// <> // !
om-uit-tescheiden vandaan-daarvan roodling en-diervee.
\\ \ ¬ ,
en-NóWàCh DáNieAéL en-AieJJóBh[53] in-het-midden-daarvan 20
. .
leef~ik:
| \ .
konde-van de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël,
// <> . . . . . . . .
of~een-stichtzoon of een-stichtdochter
[zijn-zij-eruit-aan't-slepen;
// <> // !
zij in-de-gerechtigheid-hunner zijn-zij-aan't-eruit-slepen
[de-lichaamziel-hunner.[54]
~
☼ \\ / \ . .
ja zo zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël: 21
\ \ \ |' ☼ ||
dus ja~de-vier stelregelaars-mijner (die)kwaad(zijn) zwaard en-honger
/// | .
[en-wildleven kwaad en-inbracht,
M< . . . . . .
zend-ik naar~JeRuWSháLáieM;
// <> // !
om-uit-te-scheiden vandaan-daarvan roodling en-diervee.
\\ / . .
en-kijk-hier strak-blijft~daarin een-ontkoming[55]: 22
¬ \ ,
de-uittrekkende stichtzonen en-stichtdochters
EZ 14.15
| \ .
zij(zijn) uittrekkend tot-jullie,
// <>
en-voorts-zijn-jullie-aan't-zien enwel~de-neemwegen-hunner
. . . . . . .
[en-enwel~de-handelingen-hunner;
. .
en-voorts-zijn-jullie-aan't-getroost-worden:
// ///\\ | .
over~het-kwaad dat ik-komen-doe over~JeRuWSháLàieM,
// // <> !
enwel al-af~wat ik-komen-doe over-haar.
\ .
en-voorts-zijn-zij-aan't-troosten enwel-jullie, 23
// <> . . . . . . .
ja~aan't-zien-zijn-jullie enwel~de-neemwegen-hunner
[en-enwel~de-handelingen-hunner;
. .
en-voorts-zijn-jullie-aan't-volkènnen:
| \\ /// \\ | \ .
ja niet gratisweg maak-ik enwel al-af~wat~ik-maak in-haar,
<> // !
konde-van de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël.
~
// <> // !
en-voorts-geschiedt de-inbreng-van~die-JHWH-van-Israël tot-mij 15.1
[om-te-zeggen.
|| // <>
stichtkind-van~roodling wat?~is-aan't-geschieden hout-van~een-rank 2
. . . . .
[vandaan-van(anders-dan)-al-af~het-hout;
|\ // // !
een-vezel? die(is) op-het-hout-van het-woud.
/// \\ | .
is?-aan't-genomen-worden vandaan-daarvan hout, 3
<> . . . . . . . .
om-te-maken voor-bodewerk;
/// \\ | .
of~is-aan't-genomen-worden vandaan-daarvan een-pin,
// <> !
om-te-hangen daarop al-af~gerei.
// <> \ . . . . . .
kijk-hier aan-het-vuur wordt-het-gegeven ter-vereting; 4
☼ \\ / /// | \
enwel andertwee de-einden-zijner vereet het-vuur en-het-midden-daarvan
.
[wordt-vergloeid,
EZ 15,16
<> !
is?-men('t)-aan't-doorzetten voor-bodewerk.
| \ .
kijk-hier als-het-geschiedt volgaaf, 5
// <> . . . . . . . .
niet is-het-aan't-gemaakt-worden voor-bodewerk;
\ /// \\ | .
voorwaar ja~vuur verteet-het en-voorts-vergloeit-het,
// <> !
en-wordt-het-gemaakt nogmaals tot-bodewerk.
=
. .
om-vast-zo: 6
/// | \ .
zo zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël,
/// \\ | \ .
zoals(is) het-boomhout-van-de-rank in-boomhout-van het-woud,
// <> . . . . . .
dat~ik-geef aan-het-vuur om-te-vereten;
\ .
vastzo geef-ik,
<> !
enwel~de-inzittenden-van JeRuWSháLáieM.
/// | .
en-ik-geef enwel~de-vertegenwendiging-mijner bij-hen, 7
\ .
vandaan-van-het-vuur trekken-zij-uit,
<> . . . . .
en-het-vuur is-aan't-vereten-hen;
| \ .
en-voorts-zijn-jullie-aan't-volkènnen ja~ik(ben) die-JHWH-van-Israël,
// <> !
als-ik-stel enwel~de-vertegenwendiging-mijner bij-hen.
// <> . . . . . . .
ik-geef enwel~het-land in-ontsteltenis; 8
/// \ .
ter-toebuiging-daaraan-dat zij-overtreden met-overtreding,
// !
konde-van de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël.
~
// <> // !
en-voorts-geschiedt de-inbreng-van~die-JHWH-van-Israël tot-mij 16.1
[om-te-zeggen.
<> // <>
stichtkind-van~roodling doe-volkènnen enwel~JeRuWSháLàieM 2
EZ 16
!
[enwel~de-gruwelen-hunner.
|| \\ /// |
en-voorts-ben-jij-aan't-zeggen zo~zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël 3
.
[aan-JeRuWSháLàieM,
\\ | .
de-verkopingen-jouwer en-de-geboorte-zaken-jouwer,
<> . . . . .
(zijn)vandaan-van-het-land-van de KeNàNgæNiet;
// <> // !
de-omvamende-jouwer (is)de-AêMoRiet en-de-moederende-jouwer
[een-ChieTTieJT.
. .
en-de-geboorte-zaken-jouwer: 4
\\ /// | //
op-de-dag dat-men-doet-baren enwel~jou[56] niet~scheidt-men-af[57]
.
[de-navelstreng-jouwer,
// <> . . . . . .
en-in-water niet~wast-men-jou ter-verfrissing[58];
\\ | \ .
en-met-het-zout niet word-jij-ingezout,
<> // !
en-bewindseld-te-worden niet word-jij-bewindseld.
\\ / . .
niet~heeft-verdriet over-jou een-weloog: 5
// // // <>
om-te-maken voor-jou één-enkele vandaan-van-deze(dingen)
\ . . . .
[om-medelijden-te-hebben over-jou;
|| /// |
en-voorts-word-jij-weggeworpen naar~de-vertegenwendiging-van het-veld
\ .
[in-de-smaad-van de-lichaamziel-jouwer,
<> // !
op-de-dag dat-men-geboren-doet-worden enwel-jou.
/// \\ | .
en-voorts-steek-ik-over bij-jou en-voorts-zie-ik-jou, 6
EZ 16
<> . . . . . .
[je-verstampend in-het-roods-jouwer;
/// | \ .
en-voorts-zeg-ik aan-jou in-het-roods-jouwer leef,
// <> // !
en-voorts-zeg-ik aan-jou in-het-roods-jouwer leef.
. .
een-veelheid: 7
/// | .
als-uitspruitsel-van het-veld geef-ik-jou,
| .
en-voorts-word-jij-veel en-voorts-word-jij-groot,
<> \ . . . . . . . .
en-voorts-komen-jullie in-een-sieraad-van sieraden;
/// \\ | \ .
borsten worden-zovast en-de-beharing-jouwer spruit-uit,
<> // !
en-jij een-naakt naakt-zijn.
\\ .
en-voorts-steek-ik-over op-jou, 8
. .
en-voorts-zie-ik-jou:
/// | \ .
en-kijk-hier en-het-tij-jouwer het-tij-van lievigheden,
/// | .
en-voorts-spreid-ik de-vleugels-mijner over-jou,
<> . . . . . . .
en-voorts-verhul-ik de-naaktheid-jouwer;
\ ☼ \\ / . .
en-voorts-bezeven-ik jou en-voorts-kom-ik in-een-zuivergang samen-met-jou:
// // <> !
konde-van de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël
[en-voorts-ben-jij(er)~voor-mij.
\ .
en-voorts-was-ik-jou in-water, 9
// <> . . . . .
en-voorts-spoel-ik-af de-roodsstortingen-jouwer vandaan-van-op-jou;
<> !
en-voorts-begiet-ik-jou met-olie.
\ .
en-voorts-kleed-ik-jou bont(kleurig), 10
<> . . . . . . . . . .
en-voorts-schoei-ik-jou met-dassen(leer);
\ .
en-voorts-omwind-ik-jou met-batist,
<> !
en-voorts-omhul-ik-jou met-zijde.
<> . . . . . . .
en-voorts-versier-ik-jou een-sieraad; 11
EZ 16
/// | .
en-voorts-geef-ik-! jukbanden op-de-handen-jouwer,
<> !
en-een-keten op~de-keel-jouwer.
// \\ | .
en-voorts-geef-ik een-neusring op-de-walgneus-jouwer, 12
<> . . . . . . .
en-cirkeltjes op~de-oren-jouwer;
// <> !
en-een-krans is-aan't-pronken op-het-eerstdeel-jouwer.
|| \ . .
en-voorts-ben-jij-versierd met-goud en-zilver: 13
| /// \\ | .
en-de-bekleding-jouwer batist en-zijde en-bont(kleur),
\\\ // \ . . . . . . .
gries en-honing en-olie eet-jij;
\\ | \ .
en-voorts-ben-jij-mooi met-macht machtig,
<> !
en-voorts-zet-jij-je-door om-te-koningen.
SEDER
\\ // // <> . . . . . . .
en-voorts-trekt-uit voor-jou een-naam bij-de-naties op-de-mooiheid-jouwer; 14
\ \ . .
ja al-af (is)die:
| .
in-de-luister-mijner die~ik-stel op-jou,
// !
konde-van de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël.
\ .
en-voorts-weet-jij-je-veilig bij-de-mooiheid-jouwer, 15
<> . . . . . . .
en-voorts-hoereer-jij op~de-naam-jouwer;
\\\ // <>
en-voorts-stort-jij-uit enwel~de-hoererijen-jouwer over~al-af~oversteker
!
[voor-hem~is-het-aan't-geschieden.
\ . .
en-voorts-neem-jij vandaan-van-de-kostuums-jouwer: 16
| \ .
en-voorts-maak-jij~voor-jou cultusbulten-van lappen,
<> . . . . . .
en-voorts-hoereer-jij daarop;
// <> // !
niet om-te-komen en-niet aan't-geschieden.
|| \ . .
en-voorts-neem-jij gereistukken-van de-pronk-jouwer: 17
EZ 16
/// | \ \ .
vandaan-van-het-goud en-vandaan-van-het-zilver dat ik-geef aan-jou,
<> \ . . . . . . . . .
en-voorts-maak-jij~voor-jou beelden-van een-aanhaker;
!
en-voorts-hoereer-jij~op-hen.
// // <>
en-voorts-neem-jij enwel~de-kostuums-van de-bontkleurigheid-jouwer 18
. . . .
[en-voorts-verhul-jij-die;
| .
en-de-olie-mijner en-de-verwalming-mijner,
<> !
geef-jij[59] voor-de-vertegenwendiging-hunner.
☼ \\ / \ /// | .
en-het-brood-van-mij dat~ik-geef aan-jou gries en-olie en-honing 19
[(dat)ik-doe-eten-jou,
\\\ //
en-voorts-ben-jij-aan't-geven-dat voor-de-vertegenwendiging-hunner
// <> . . . . . . . . .
[tot-een-lucht rustgevend en-voorts-geschiedt-het;
<> // !
konde-van de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël.
|| ///
en-voorts-neem-jij enwel~de-stichtzonen-jouwer 20
\\ | \ \ .
[en-enwel~de-stichtdochters-jouwer die jij-baart voor-mij,
// <> . . . . . . . . . . . . .
en-voorts-slacht-jij-hen voor-hen om-gegeten-te-worden;
<> !
weinig? vandaan-van(vanwege)-de-hoererijen-jouwer.
<> . . . . . . .
en-voorts-vil-jij enwel~de-stichtkinderen-mijner; 21
.
en-voorts-geef-jij-hen,
EZ 16
// <> !
bij-het-doen-oversteken[60] enwel-van-hen voor-hen.
/// \\ | .
en-samen-met al-af~de-gruwelijkheden-jouwer en-hoererijen-jouwer, 22
// <> \ . . . . . . .
niet haak-jij-aan enwel~bij-de-dagen-van de-bonktijd-jouwer;
| \ .
als-jij-geschiedt naakt en-naakt-bevonden,
// <> !
je-zelf-verstampend in-het-roods-jouwer geschied-jij.
|| <> . . . . . . .
en-voorts-geschiedt-het laat-na al-af~het-kwaad-jouwer; 23
\ \ .
wee wee aan-jou,
<> // !
konde-van de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël.
<> . . . . . . . . . .
en-voorts-sticht-jij~voor-jou een-velgenboog; 24
// <> !
en-voorts-maak-jij~voor-jou een-verhevenheid op-al-af~wijdte.
\ . .
aan~al-af~eerstdeel-van een-neemweg: 25
| .
sticht-jij de-verhevenheid-jouwer,
| .
en-voorts-doe-jij-gruwelijk-zijn enwel~de-mooiheid-jouwer,
//
en-voorts-maak-jij-een-spagaat
<> . . . . . . . . .
[enwel~van-de-voetebenen-jouwer voor-al-af~wie-oversteekt;
<> !
en-voorts-doe-jij-veel-zijn enwel~de-hoererijen-jouwer.
\\\ //
en-voorts-hoereer-jij naar~de-stichtkinderen-van~MieTse RàJieM 26
<> \ . . . . .
[naastwoners-jouwer groot-van vlees;
// <> !
en-voorts-doe-jij-veel-zijn enwel~de-hoererijen-jouwer
[om-hartzeer-te-geven-aan-mij.
\\ /// | .
en-kijk-hier ik-rek de-hand-mijner over-jou, 27
<> . . . . .
en-voorts-haal-ik-af het-ingegrifte-van-jou;
|| /// \\ |
en-voorts-geef-ik-jou in-de-lichaamziel-van die-beweigeren-jou
\ .
[stichtdochters-van de-PeLieJSheTieJM,
EZ 16
<> //
die-zich-schaamdeel-voelen vandaan-van(vanwege)de-neem-weg-jouwer
!
[opzettelijk.
| \ .
en-voorts-hoereer-jij aan~de-stichtkinderen-van AàShShuWR, 28
<> . . . . . . . . . . .
zonder-dat jij-verzadigd-wordt;
|| // !
en-voorts-doe-jij-hoereren-hen en-ook~ben-jij-je-voorts-niet aan't-verzadigen.
\\\ // \ <>
en-voorts-doe-jij-veel-zijn de-hoererijen-jouwer tot~het-land KeNàNgàN 29
. . . . . . . . . . . .
[KàSseDiem-waarts[61];
<> // !
en-ook~hiermee ben-jij-je-voorts-niet aan't-verzadigen.
/// | .
wat verwelkt het-hart-jouwer, 30
<> \ . . . . . . . . . . .
konde-van de-machtigre-mijns die-JHWH-van-Israël;
| .
als-jij-maakt enwel~al-af~deze(dingen),
// // <> !
maakwerk-van een-vrouwmenselijke een-hoer die-solt.
<> | \ .
als-jij-sticht de-dwarsbouw-jouwer op-het-eerstdeel-van al-af~neemweg, 31
// <> . . . . . . .
en-de-verhevenheid-jouwer maak-jij op-al-af~wijdte;
// <> // !
en-niet~geschied-jij als-een-hoer door-te-beschimpen begiftiging.
<> . . . . . . . . .
de-vrouwmenselijke die-echtbreekt; 32
\ .
op-de-drukplek-van de-manmenselijke-harer,
<> !
is-zij-aan't-nemen vreemden.
<> . . . . . . . . . .
aan-al-af~de-hoeren zijn-zij-aan't-geven~wat-wegpakbaar-is[62]; 33
\\ /// \\ | .
en-jij jij-geeft enwel~het-wegpakbare-jouwer aan-al-af~die-beminnen-jou,
\ . .
en-voorts-schenk-jij enwel-hen:
// <> !
om-te-komen naar-jou omsingelend met-hoererijen-jouwer.
EZ 16
\\ ///
en-voorts-geschiedt~bij-jou het-omgedraaide 34
| .
[vandaan-van-de-vrouwmenselijken bij-de-hoererijen-jouwer,
<> \ . . . . . .
en-laat-aan-achter-jou (is-er)niet een-hoer;
\ . .
en-als-jij-geeft een-begiftiging:
// // <> //
en-een-begiftiging wordt-niet gegeven~aan-jou en-voorts-geschied-jij
!
[tot-een-omgedraaide.
\ .
om-vastzo hoer, 35
<> !
hoor de-inbreng-van~die-JHWH-van-Israël.
~
|| \ . .
zo~zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël: 36
\ /// |
ter-toebuiging-aan-het-uitgestort-worden-van het metaal(geld)jouwer
\ .
[en-voorts-wordt-ontmanteld de-naaktheid-jouwer,
<> . . . . .
bij-de-hoererijen-jouwer op~wie-beminnen-jou;
\ .
en-op de-wentelgodjes-van de-gruwelijkheden-jouwer,
\ .
en-naar-de-roodsstortingen van-de-stichtkinderen-jouwer,
// <> !
die jij-geeft aan-hen.
☼ | /// // |
om-vastzo kijk-hier-mij verzamelend enwel~al-af~wie-beminnen-jou 37
\ \ .
[omdat jij-aangenaam-bent op-hen,
| .
en-enwel al-af~die jij-bemint,
\ . . . . . . . .
bovenop~al-af~die jij-beweigert;
☼ \\ / . .
en-voorts-ben-ik-aan't-verzamelen enwel-hen op-tegen-jou in-omsingeling:
/// | .
en-voorts-ben-ik-aan't-ontmantelen de-naaktheid-jouwer naar-hen,
<> !
en-voorts-zijn-zij-aan't-zien enwel~al-af~de-naaktheid-jouwer.
| \ .
en-voorts-ben-ik-de-regel-aan't-stellen-jou de-stelregelingen-van echtbrekers, 38
RICHT 16
<> . . . . . .
en-stortsters-van roods;
|| // <> !
en-voorts-ben-ik-aan't-geven-jou roodsstorting-van hittigheid en-ijverzucht.
| / . .
en-voorts-ben-ik-aan't-geven enwel-jou in-de-hand-hunner: 39
/// | \
en-voorts-zijn-zij-aan't-slopen de-ruggevelg-jouwer en-aan't-omver-rukknen
.
[de-verhevenheden-jouwer,
/// |
en-voorts-zijn-zij-aan't-afgeschild-doen-worden enwel-jou
.
[van-de-kostuums-jouwer,
<> \ . . . . . .
en-voorts-zijn-zij-aan't-nemen de-gereistukken-van
[de-pronk-jouwer;
<> // !
en-voorts-zijn-zij-aan't-doen-rusten-jou naakt en-(in)naaktheid.
/// \\ | .
en-voorts-zijn-zij-aan't-doen-opgaan op-tegen-jou een-afstemming, 40
// <> . . . . . . .
en-voorts-zijn-zij-aan't-bekeillen enwel-jou met-gesteente;
<> !
en-voorts-zijn-zij-aan't-meppen-jou met-de-zwaarden-hunner.
/// \\ | .
en-voorts-zijn-zij-aan't-vervlammen de-huizen-jouwer met-vuur, 41
\ .
en-voorts-zijn-zij-aan't-maken~in-jou regelingen,
<> \ . . . . .
voor-de-wel-ogen-van vrouwmenselijken vele;
| .
en-voorts-ben-ik-aan't-doen-verstillen-jou vandaan-van(vanwege)-hetgehoereer,
<> // !
en-ook-een-gift ben-jij-niet aan't-geven nogmalig.
/// | .
en-voorts-ben-ik-aan't-doen-rusten de-hittigheid-mijner op-jou, 42
// <> . . . . .
en-voorts-is-aan't-wijken de-ijver-mijner vandaan-van-jou;
.
en-voorts-ben-ik-kalm-aan't-worden,
// <> !
en-niet ben-ik-hartzeer-aan't-hebben nogmalig.
. .
ter-toebuiging-daaraan: 43
EZ 16
/// | \ .
dat jij-niet~aanhaakt-bij[63] enwel~de-dagen-van de-bonktijd-jouwer,
<> . . . . . . . . . . .
en-voorts-zijn-jullie-bewogen~om-mij bij-al-af~deze (dingen);
\\ / \ \ . .
en-ook~ik ahah de-neemwegen-jouwer op-het-eerstdeel geef-ik:
| \ .
konde-van de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël,
/// | .
en-niet maak-jij[64] enwel~de-opzettelijkheid,
<> !
boven-op al-af~de-gruwelijkheden-jouwer.
\ .
kijk-hier al-af~wie-vorestellingen-geeft, 44
// <> . . . . . . .
is-over-jou vorestellingen-aan't-geven om-te-zeggen;
<> !
zoals-de-moederende-harer (is) de-stichtdochter-harer.
\ .
de-stichtdochter-van~de-moederende-jouwer (ben)jij, 45
// <> . . . . . .
zij-versmaadt de-manmenselijke-harer en-de-stichtkinderen-harer;
\\ / . .
en-de-zusterverwante-van de-zusterverwante-jouwer (ben)jij:
/// | \ .
die versmaden de-manmenselijken-hunner en de-stichtkinderen-hunner,
\ .
de-moederende-jelieder (is)ChieTTieJT,
<> !
en-de-omvamende-jelieder AêMoRieJt.
\\ /// | \ .
en-de-zusterverwante-jouwer de-grote ShoMeRóWN (is)het 46
[en-de-zusterverwante-harer,
<> . . . .
de-zittende op~het-linker-noorden-van-jou;
|| \ .
en-de-zusterverwante-jouwer de-kleine vandaan-van-jou,
\\ | .
zittend vandaan-vanhte-rechterzuiden-van-jou,
<> !
(is)SoDoM en-de-stichtkinderen-harer.
/// | .
en-niet de-neemwegen-hunner ga-jij, 47
EZ 16
<> . . . . . . . . . .
en-naar-de-gruwelijkheden-hunner maak-jij('t);
\ .
als-een-weinig weerzin,
// <>
en-voorts-verderf-jij('t) vandaan-van(anders-dan-zij)-hen
!
[op-al-af~de-neemwegen-jouwer.
. .
leven-doe~ik: 48
| \ .
konde-van de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël,
| \ .
ware't-dat~maakt SeDoM de-zusterverwante-jouwer,
<> . . . . . .
zij en-de-stichtdochters-harer;
\ .
zoals jij-maakt,
<> !
samen-met de-stichtdochters-jouwer.
\ .
kijk-hier~dit geschiedt, 49
<> \ . . . . . . .
het-geontwricht-van SeDoM de-zusterverwante-jouwer;
\\ / \ . .
hoovaardij verzadiging-van~brood en-zorgeloosheid-van kalmte:
/// | .
geschiedt voor-haar en-voor-de-stichtdochters-harer,
// <> //
en-de-hand-van een-gebogene en-een-behoeftige doet-zij-niet
!
[volharden.
.
en-voorts-doen-zij-zich-rijzig-zijn, 50
// <> . . . . . .
en-voorts-maken-zij gruwelijkheid voor-de-vertegenwendiging-mijner;
// <> // !
en-voorts-doe-ik-wijken enwel-hen naar-wat ik-zie.
.
en-ShoMeRoN, 51
// <> \ . . . . . . . . . .
naar-de-helft-van de-verwaarding-van-jou niet verwaardt-zij;
/// \\ | .
en-voorts-doe-jij-veel-zijn de-gruwelijkheden-jouwer
[vandaan-van(anders-dan)zij,
| .
en-voorts-rechtvaardig-jij enwel~de-zusterverwante-jouwer,
<> // !
met-al-af~de-gruwelijkheden-jouwer die jij-maakt.
EZ 16
\ \ . .
ook~jij draag-hoog-heen de-schaamdeelachtigheid-jouwer: 52
/// | .
die jij-uitspreekt over-de-zusterverwante-jouwer,
// //
met-de-verwaarding-van-jou waarmee jij-gruwelijks-doet
<> \
[vandaan-van(anders-dan)-zij ben-jij-aan't-rechtvaardigen-haar
. . . . .
[vandaan-van(anders-dan)-jou;
// \\ | \ .
en-ook~jij word-te-schande en-draag-hoog-heen
[de-schaamdeelachtigheid-jouwer,
<> !
als-jij-rechtvaardigt de-zusterverwante-jouwer.
| .
en-voorts-doe-ik-terugkeren enwel~de-gevangenschap[65]-hunner, 53
/// | .
enwel~de-gevangenschap-van SeDoM en-de-stichtdochters-harer,
// <> . . . . . .
en-enwel~de-gevangenschap-van ShoMeRoN
[en-de-stichtdochters-harer;
// <>
en-voorts-ben-ik-een-keer[66]-aan't-brengen-in de-gevangenschap-jouwer
!
[in-het-midden-hunner.
\\ | \ .
ter-toebuiging-daaraan-dat jij-hoog-heen-aan't-dragen-bent 54
[de-schaamdeelachtigheid-jouwer,
||
en-voorts-ben-jij-schaamdeelachtig-aan't-worden
<> \ . . . . . .
[vandaan-van(vanwege)al-af wat jij-maakt;
<> !
als-jij-troost enwel-hen.
. .
en-de-zusterverwanten-jouwer: 55
/// | <>
SeDoM en-de-stichtdochters-harer zijn-aan't-terugkeren
.
om-het-oostenvroege-hunner,
EZ 16
| .
en-ShoMeRoN en-de-stichtdochters-harer,
<> . . . . . .
zij-zijn-aan't-terugkeren om-het-oostenvroege-hunner;
| .
en-jij en-de-stichtdochters-jouwer,
<> !
zijn-aan't-terugkeren om-het-oostenvroege-hunner.
/// | \ .
en-niet geschiedt SeDoM de-zusterverwante-jouwer, 56
<> . . . . . . .
om-gehoord-te-worden in-de-mond-jouwer;
<> !
op-de-dag-van de-hovaardij-jouwer.
¬ \ ,
als-nog-vers-is-dat aan't-ontmanteld-worden-is het-kwaad-jouwer 57
. .
zoals-het(is):
/// \ .
een-tij-van hoon-van de-stichtdochters-van~AæRáM,
<> \
en-al-af~de-haar-omsingelende stichtdochters-van
. . . . .
[de-PeLieJSheTieJM;
// <> !
die-misprijzen enwel-jou vandaan-van-de-omsingeling.
// <>
enwel~de-opzettelijkheid-jouwer en-enwel~de-gruwelijkheden-jouwer 58
\ . . . . . .
[jij hoog-heen-draag-jij-ze;
<> !
konde-van die-JHWH-van-Israël.
=
\ /// | \ .
ja zo zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël, 59
// <> \ . . . . . .
en-ik-maak enwel-jou naar-wat jij-maakt;
// <> // !
dat-jij-minacht een-bezwering om-te-verwoelen een-zuivergang.
SEDER
\\ \\\ // <>
en-aan-haak-ik ik enwel~bij-de-zuivergang-mijner samen-met-jou 60
\ . . . . . . .
[in-de-dagen-van de-bonktijd-jouwer;
EZ 16,17
// <> // !
en-voorts-ben-ik-aan't-doen-opstaan voor-jou een-zuivergang wereldlang.
\ ¬
en-voorts-ben-jij-aan't-aanhaken enwel~bij-de-neemwegen-jouwer 61
,
[en-voorts-ben-jij-als-een-schaamdeel-aan't-worden
. .
als-jij-aanneemt:
\\ | \ .
enwel~de-zusterverwanten-jouwer die-groot-zijn
[vandaan-van(anders-dan-jij)-jou,
<> . . . . .
tot~die-klein-zijn vandaan-van(anders-dan)jou;
\\ // <> //
en-voorts-ben-ik-aan't-geven enwel-hen tot-stichtdochters en-niet
!
[vandaan-van(vanwege)-de-zuivergang-met-jou.
// // <> . . . . .
en-voorts-ben-ik-aan't-doen-opstaan ik enwel~de-zuivergang-mijner 62
[samen-met-jou;
<> // !
en-voorts-ben-jij-aan't-volkennen ja~ik(ben) die-JHWH-van-Israël.
/// | .
ter-toebuiging-daaraan-dat jij-aan't-aanhaken–bent 63
[en-aan't-te-schande-worden-bent,
\\ // |\ .
en-niet is-aan't-geschieden~voor-jou nogmaals opening-van de-mond,
. . . . .
vandaan-van(vanwege)-de-vertegenwendiging-van-
[het-als-een-schaamdeel-zijn-van-jou;
| \ .
als-ik-betegen~voor-jou en-voor-al-af~wat jij-maakt,
<> // !
konde-van de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël.
=
// <> // !
en-voorts-geschiedt een-inbreng-van~die-JHWH-van-Israël tot-mij 17.1
[om-te-zeggen.
|| // <> \
stichtkind-van~roodling geef-te-raden een-raadselachtigheid en-stel-voor 2
. . . . . . . . . . .
[een-vore-stelling;
<> !
aan~het-huis-van JieSseRáAéL.
|| \ \ . . . . . . . . . . .
en-voorts-ben-jij-aan't-zeggen zo~zegt de-machtiger-mijns 3
[die-JHWH-van-Israël:
EZ 17
/// | /// \\ | \ .
een-adelaar groot groot de-vleugels gestrekt de-slagpennen,
| .
vol vechtlust,
<>. . . . . . . . . . . . . . .
aan-wie bontkleurigheid (is);
/// .
hij-komt naar~de-LeBháNóWN,
<> // !
en-voorts-neemt-hij enwel~de-woltop-van de-ceder.
// // <> . . . . . . . .
en-wel het-eerstdeel-met de-zuigtwijgen-zijner plukt-hij; 4
// | \ .
en-voorts-doet-hij-komen-die naar~het-land KeNàNgàN[67],
// <> !
in-een-stad-van marskramers stelt-hij-die.
| \ .
en-voorts-neemt-hij vandaan-van-het-kiemgoed-van het-land, 5
<> . . . . . . . .
en-voorts-geeft-hij-die in-een-veld-voor~kiemgoed;
//// \ .
neemt-hij op~wateren vele,
<> !
in-piepgrond stelt-hij-hem.
|' ☼ \\ /
en-voorts-spruit-hij-uit en-voorts-geschiedt-hij tot-een-rank die-afhangt 6
\ . .
[laag-is de-opstand:
/// | .
om-te-wenden de-bungeltakken-zijner naar-hem,
<> \ . . . . . . . .
en-de-wortels-zijner zijn-op-de-drukplek-zijner aan't-geschieden;
\ . . . . .
en-voorts-geschiedt-zij tot-een-rank,
\ \ <> !
en-voorts-maakt-zij afzonderlingen en-voorts-zendt-zij pronksels.
en-voorts-geschiedt-er een-adelaar~een-één-enkele een-grote, 7
groot-van vleugels en-veel vechtlust;
en-kijk-hier de-rank (nl.)deze doet-nooddruftig-zijn de-wortels-harer op-hem:
en-de-bungeltakken-harer zendt-zij-uit~voor-hem,
EZ 17
\ .
dat-hij-drenkt enwel-haar,
<> !
vandaan-van-de-snakplekken[68]-van de-planting-harer.
// // // <> // . . . . .
naar~een-veld goed naar~wateren vele (is)hij potend-haar; 8
/// | \ .
om-te-maken twijg en-omhoog-heen-te-dragen vrucht,
<> // !
om-te-geschieden tot-een-rank getooid.
. .
zeg: 9
// // // <> . . . . . . . . .
zo zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël zij-is-aan't-doorzetten;
☼ <> / \
niet? enwel~de-wortels-harer is-hij-aan't-los-rijten en-enwel de-vrucht-harer
\ . .
[is-hij-aan't-verfrommelen en-voorts-wordt-hij-droog:
/// | .
al-af~de-vreetbladeren-van het-uitspruitsel-harer is-droog-aan't-worden,
/// | .
en-niet~met-een-arm groot en-met-genotenvolk~veel,
/// <> !
om-hoog-heen-te-dragen enwel-haar
[vandaan-van-de-wortels-harer.
// <> . . . . . . . . . .
en-kijk-hier gepoot-zijnde is-zij-aan't-doorzetten?; 10
☼ \\ / /// |
niet? zodra-aantast haar een-beluchting-van oostenvroeg
\ .
[is-zij-droog-aan't-worden droog-wordend,
// <> //
op~de-snakbedden-van het-uitspruitsel-harer is-zij-droog-aan't-worden.
~
// <> // !
en-voorts-geschiedt een-inbreng-van~die-JHWH-van-Israël tot-mij om-te-zeggen.11
| \ .
zeg~dan-toch aan-jet-huis-van weerspannigheid, 12
// <> . . . .
niet? volkènnen-jullie wat(is)~dit;
. .
zeg:
\\ /// \\ |
kijk-hier~komt de-koning-van~BáBhèL te-JeRuWSháLàieM
EZ 17
/// | .
[en-voorts-neemt-hij enwel~de-koning-harer en-enwel~de-vorsten-harer,
// // <> !
en-voorts-doet-hij-komen enwel-hen tot-zich BáBhèl-waarts.
| \ .
en-voorts-neemt-hij vandaan-van-het-kiemsel-van het-koninkrijk-harer, 13
// <> . . . . . . . . . .
en-voorts-scheidt-hij-af samen-met-hem een-zuivergang;
/// | .
en-voorts-doet-hij-komen enwel-hem met-een-bezwering,
// <> !
en-enwel~de-vooruitzichthebbenden-van het-land neemt-hij.
| \ .
dat-geschiedt een-koninkrijk(-schap) laag, 14
<> . . . . . . . . . .
zonder-dat het-zich-hoog-heen-draagt;
// <> !
dat-het-waar-houdt enwel~de-zuivergang-zijner om-staande-te-blijven.
. .
en-voorts-is-hij-weerspannig~bij-hem: 15
/// | .
om-te-zenden de-bodewerkers-zijner naar-MieTseRàJieM,
// <> . . . . .
om-te-geven~aan-hem paarden en-genotenvolk~veel;
/// | \ .
is-hij-aan't-zich-doorzetten? is-hij-aan't-ontkomen? die-maakt deze(dingen),
// <> !
is-hij-aan't-breken? de-zuivergang en-is-hij-voorts-aan't-ontkomen?.
. .
levend~(ben)ik: 16
¬ \ ,
konde-van de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël
. .
ware't~niet-dat:
| \\ | \
op-de-opstaanplaats-van de-koning die-hij-doet-koningen
.
[enwel-hem,
/// | .
die veracht de-bezwering-van-hem,
<> . . . . . .
en-die breekt de-zuivergang-zijner;
// <> !
samen-met-hem in-het-midden-van~BáBèL hij-aan't-sterven-is.
☼ \\ / \ . .
en-niet met-een-vermogen groot en-met-een-afstemming veel: 17
\\ /// | .
is-'t-aan't-maken samen-met-hem PàReNgoH in-de-broderij,
EZ 17
// <> \
bij-het-storten-van een-opzetbaan en-bij-het-stichten-van
. . . . .
[een-fortificatie;
<> // !
om-af-te-scheiden lichaamzielen vele[69].
// <> \ . . . . . . . . .
en-hij-veracht de-bezwering om-te-breken de-zuivergang; 18
| // // // <>
en-kijk-hier geeft-hij de-hand-zijner en-al-af~deze (dingen) maakt-hij
// !
[niet is-hij-aan't-ontkomen.
=
|| \\ \ ¬ ,
om-vastzo zo~zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël levend(ben)~ik 19
. .
ware't~niet:
| \ .
de-bezwering-mijner die-hij-veracht,
<> . . . . . .
en-de-zuivergang-mijner die-hij-breekt;
<> !
en-ik-geef-die op-het-eerstdeel-zijner.
/// | .
en-ik-spreid over-hem de-wegvang-mijner, 20
<> . . . . . . .
en-hij-wordt-gevat in-vangkooi-mijner;
\ . .
en-komen-doe-ik-hem BáBèL-waarts:
/// | .
en-ik-stel-mij-de-regel samen-met-hem daar,
<> // !
de-overtreding-zijner waarmee hij-overtreedt.
\\ /// ///
en-enwel al-af~het-heengeschotene-van-hem in-al-af~de-troep-zijner 21
\ .
[in-het-zwaard zijn-zij-aan't-vallen,
<> \ . . . . . . . . . . .
en-de-restanten voor-al-af-beluchting zijn-zij-aan't-verspreid-worden;
|| //// <> !
en-voorts-zijn-jullie-aan'tvolkènnen ja ik die-JHWH-van-Israël ik-breng't-in.
=
EZ 17,18
/// | \ .
zo zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël, 22
\ . .
en-voorts-ben-ik-aan't-nemen ik:
\\\ // <> . . . . . . .
vandaan-van-het-woltoppige-van de-ceder veheven
[en-voorts-ben-ik(dat)-aan't-geven;
/// | \ .
vandaan-van-het-eerstdeel-van zuiger-zijner zacht ben-ik-aan't-plukken,
\ .
en-voorts-ben-ik(dat)-aan't-poten ik,
<> !
op~een-berg~rijzig en-knobbelachtig.
\\ /// | .
op-een-berg verheven (in)JieSseRáAéL ben-ik-aan't-poten-hem, 23
/// | \ .
en-voorts-is-hij-hoog-heen-aan't-dragen twijgen[70] en-aan't-maken vrucht,
<> \ . . . . . .
en-voorts-is-hij-aan't-geschieden tot-een-ceder die-zich-tooit;
\ . .
en-voorts-zijn-aan't-voortwonen op-de-drukplek-zijner:
/// \ .
al-af tsjirpends en-al-af gevleugelds,
// <> !
in-de-schemer-van de-bungeltakken-zijner zijn-zij-aan't-voortwonen.
|| \ . .
en-voorts-zijn-aan't-volkènnen al-af~de-houtbomen-van het-veld: 24
\ \\\ | \ \ . .
ja ik die-JHWH-van-Israël ik-verlaag een-houtboom rijzig:
\\ | \ .
ik-doe-rijzig-zijn een-houtboom laag,
\\ | \ .
ik-doe-droog-worden een-houtboom klam,
<> \ . . . . . .
en-ik-doe-bloeien een-houtboom droog;
// <> \ !
ik die-JHWH-van-Israël breng('t)in en-maak('t).[71]
~
// <> //
en-voorts-geschiedt de-inbreng-van~die-JHWH-van-Israël tot-mij 18.1
!
[om-te-zeggen.
. .
wat?(iser)~aan-jullie: 2
EZ 18
| | \ .
jullie vore-stellend enwel~een-vore-stel (als)dit,
// <> . . . . . . .
over~het-roodlingse-van JieSseRáAéL om-te-zeggen;
| \ .
omvamenden zijn-aan't-eten onrijpe-druiven[72],
// <> !
en-de-tanden-van de-stichtkinderen-hunner zijn-bot-aan't-worden.
|| <> \ . . . . . . . . . . . .
levend(ben)~ik konde-van de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël; 3
\\ / . .
ware-dat~aan't-geschieden-is voor-jullie nogmaals:
// // <> !
het-vore-stellen-van een-vorestel (als)dit in-JieSseRáAéL.
/// | \ .
kijk-hier al-af~de-lichaamzielen aan-mij (zijn)zij, 4
\\\ // //
zoals-de-lichaamziel-van de-omvamende en-zoals-de-lichaamziel-van
<> . . . .
[het-stichtkind aan-mij~(zijn)zij;
// <> !
de-lichaamziel-van de-verwaarder zij is-aan't-sterven.
=
<> \ . . . . . . .
en-iedermenselijke ja~is-hij-aan't-geschieden (als)een-rechtvaardige; 5
// <> !
en-is-voorts-aan't-maken stelregeling en-gerechtigheid.
| \ .
aan~de-bergen niet eet-hij,
| \ .
en-de-wel-ogen-zijner niet draagt-hij-hoog-heen,
<> \ . . . .
naar~de-wentelhopen-van het-huis-van JIeSseRáAéL;
/// \\ | \ .
en-enwel~de-vrouwmenselijke-van de-metgezel-zijner niet besmet-hij,
// <> \ !
en-naar~een-vrouwmenselijke (die)uitstotelijk(is) is-hij-niet
[aan't-lijfnaderen.
| \ .
en-iedermenselijke(die) niet aan't-benadelen-is. 6
// | .
het-pand-zijner aan-wie-in-'t-krijt-staat doet-weerkeren,
<> \ . . . . . . . . . . .
een-wegropping niet aan't-wegroppen-is;
EZ 18
| \
het-brood-zijner aan-een-hongerige aan't-geven-is,
<> !
en-een-naakte aan't-hullen-is-in~kostuum.
\ . .
met-bijtgeld is-hij-niet~aan't-geven: 8
| \ .
en-teveel is-hij-niet aan't-nemen,
<> \ . . . . . .
vandaan-van-valsheid is-hij-aan't-doen-terugkeren de-hand-zijner;
/// | .
stelregeling-van trouw is-hij-aan't-maken,
// <> !
onderscheidend iedermenselijke voor-iedermenselijke.
SEDER
\\\ // //
in-de-ingriffingen-mijner is-hijaan't-gaan en-de-stelrgels-mijner 9
<> \ . . . . . .
[houdt-hij-waar om-te-maken trouw;
// | \ .
een-rechtvaardige (als)hij levend is-hij-aan't-leven,
<> \ !
konde-van de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël.
// <> \ . . . . . .
en-doet-hij-baren een-stichtzoon~openrijter[73] stortend roods; 10
\ .
en-maakt-hij aan-een-broederverwant,
<> !
vandaan-van-één-enkele vandaan-van-deze(dingen).
|| <> \ . . . . . .
en-hij-zelf enwel~al-af~deze(dingen) niet maakt; 11
\ /// | .
ja wel op~de-bergen eet,
// <> !
en-enwel~de-vrouwmenselijke-van de-metgezel-zijner besmet.
/// | .
en-een-gebogene en-een-behoeftige en-een-benadeelde, 12
// .
met-ropperijen beropt,
<> \ . . . . . . . . . .
een-pand is-hij-niet aan't-doen-weerkeren;
| \ .
en-naar~de-wentelgoden draagt-hij-hoog-heen de-welogen-zijner,
<> !
gruwelijkheid maakt-hij.
EZ 18
\\\ // // <> . . . . . .
met-bijtgeld geeft en-een-veelvoud neemt en-leeft; 13
\ . .
niet is-hij-aan't-leven:
\ /// \\ .
enwel al-af~de-gruwelijkheden (nl.)deze maakt-hij,
\ .
stervend is-hij-tot-sterven gebracht-aan't-worden,
<> // !
het-roods-zijner is-op-hem aan't-geschieden.
| \ .
en-kijk-hier doet-hij-baren een-stichtzoon, 14
|| // <>
en-voorts-ziet-hij enwel~al-af~de-verwaarding-van de omvamende-zijner
\ . . . . . .
[die hij-maakt;
|| // <> !
en-voorts-ziet-hij-het en-niet is-hij-aan't-maken naar-deze(dingen).
| \ .
op~de-bergen niet eet-hij, 15
| \ .
en-de-welogen-zijner niet draagt-hij-hoog-heen,
<> \ . . . . . .
naar-de-wentelgoden-van het-huis-van JieSseRáAéL;
// <> // !
enwel~de-vrouwmenselijke-van de metgezel-zijner niet besmet-hij.
| \ .
een-menselijke (is)niet benadeeld, 16
| \ .
verpandend niet een-pand,
<> \ . . . . . .
en-afgeropts niet afropt;
| \ .
het-brood-zijner aan-de-hongerige geeft ,
<> !
en-een-naakte hult~in-kostuum.
|| \ . .
vandaan-van-een-gebogene doet-hij-terugkeren de-hand-zijner: 17
/// | \ .
bijtgeld en-een-veelvoud niet neemt-hij-aan,
\ .
de-stelregels-mijner maakt-hij,
<> . . . . . . .
in-de-ingriffingen-mijner gaat-hij;
. .
hij:
// // //
niet is-hij-tot-sterven-gebracht-aan't-worden door-het-geontwricht-van
EZ 18
<> // !
de-omvamende-zijner levend is-hij-aan't-leven.
|| \ . .
de-omvamende-zijner ja~bedrukkend bedrukt-hij: 18
\\ \ .
afroppend ropt-hij-af een-broederverwant,
// // <> \ . . . . . . .
en-wat niet~goed(is) maakt-hij in-het-midden-van
[het-genotenvolk-zijner;
<> !
en-kijk-hier~een-gestorvene(is-hij) in-het-geontwricht-van-hem.
|| // //
en-voorts-zijn-jullie-aan't-zeggen bekend-met-wat? draagt~niet-hoog-heen 19
<> \ . . . . . . . .
[de-stichtzoon aan-het-geontwricht-van de-omvamende;
|| \\\ \ . .
en-de-stichtzoon stelregel en-gerechhtigheid maakt-hij:
\ // // //
enwel al-af~de-ingriffingen-mijner houdt-hij-waar en-voorts-maakt-hij
<> // !
[enwel-die levend ishij-aan't-geschieden.
// <> . . . . . . . . . . . . . . . . .
de-lichaamziel die-verwaardt hij is-een-gestorvene-aan't-worden; 20
|| \ \ \
een-stichtkind is-niet hoog-heen-aan't-dragen aan-het-geontwricht-van
. .
[de-omvamende:
| /// | \
en-een-omvamende is-niet hoog-heen-aan't-dragen aan-het-geontwricht-van
.
[het-stichtkind,
/// | \ .
de-gerechtigheid-van de-rechtvaardige (is)op-hem aan't-geschieden,
<> // // !
en-het-schenden-van de-schender is-op-hem aan't-geschieden.
=
. .
de-schender: 21
/// | | . .
ja is-hij-aan't-omkeren vandaan-van-al-af~de-verwaarding-zijner
[die-hij-maakt:
| .
en-is-hij-voorts-aan't-waarhouden enwel~al-af~de-ingriffingen-mijner,
// <> . . . . . . . . .
en-is-hij-voorts-aan't-maken stelregel en-gerechtigheid;
// <> // !
levend is-hij-aan't-geschieden niet is-hij-een-gestorvene-aan't-worden.
EZ 18
| .
al-af~de-afvalligheden-zijner die-hij-maakt, 22
// <> . . . . .
niet is-daarbij-aan't-aangehaakt-worden voor-hem;
// <> !
in-de-gerechtigheid-zijner die-hij-maakt is-hij-aan't-leven.
/// | \
welgevallen-hebbend? ben-ik-een-welgevallen-aan't-hebben-aan het-sterven-van
.
[een-schender,
<> \ . . . . . . . . . . .
konde-van de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël;
// // <> !
niet? aan-het-omkeren-van-hem vandaan-van-de-neemwegen-zijner
[en-hij-leeft.
=
\\ /// |
bij-het-omkeren-van een-rechtvaardige vandaan-van-de-gerechtigheid-zijner 24
\ .
[en-hij-maakt valsheid,
\\ / \\\ // <>
zoals~al-af de-gruwelijkheden die~makend de-schender aan't-maken-is
. . . . . .
[en-voorts-is-hij-aan't-leven;
/// | \
bij-al-af~de-gerechtigheid-zijner die~hij-maakt is-niet
.
[aan't-aangehaakt-worden,
\\\ //
in-de-overtreding-zijner waarmee~hij-overtreedt
// <> //
[en-in-de-verwaarding-zijner waarmee~hijverwaardt daarin
!
[is-hij-een-gestorvene-aan't-worden.
|| // <> \
en-voorts-zijn-jullie-aan't-zeggen niet vastzo-aan't-zijn-is de-neemweg-van 25
. . . . . .
[de-machtiger-mijns;
| \ .
hoort~dan-toch huis-van JieSseRáAéL,
| \ .
de-neemweg-mijner? is-niet vastzo-aan't-zijn,
// <> // !
niet? de-neemwegen-jelieder zijn-niet vastzo-aan't-zijn.
\\\ //
bij-het-omkeren-van~een-rechtvaardige vandaan-van-de-rechtvaardigheid-zijner26
EZ 18
// <>
en-voorts-is-hij-aan't-maken valsheid
\ . . . . . . .
[en-voorts-is-hij-een-gestorvene-aan't-worden daarom;
// <> !
in-de-valsheid-zijner die~hij-maakt is-hij-een-gestorvene-aan't-worden.
=
\ . .
bij-het-omkeren-van een-schender: 27
| \ .
vandaan-van-het-geschend-van-hem dat hij-maakt,
// <> . . . . . . . . .
en-voorts-maakt-hij stelregeling en-gerechtigheid;
<> // !
hij-is enwel~de-lichaamziel-zijner aan't-doen-leven.
\ .
en-voorts-ziet-hij en-voorts-keert-hij-om, 28
<> \ . . . . . .
vandaan-van-al-af~de-afvalligheden-zijner die hij-maakt;
☼ <> // !
levend is-hij-aan't-leven niet aan't-sterven.
| .
en-zij-zeggen, het-huis-van~JieSseRáAéL, 29
// <> // . . . . . .
niet is-vastzo-aan't-zijn de-neemweg-van de-machtiger-mijns;
|| /// | .
de-neemwegen-mijner? niet zijn-die-vastzo-aan't-zijn huis-van JieSseRáAéL,
// <> // !
niet? de-neemwegen-jelieder zijn-niet vastzo-aan't-zijn.
☼ \\ /
om-vastzo iedermenselijke naar-de-neemwegen-zijner 30
/// | \ .
[ben-ik-de-regel-aan't-stellen enwel-jullie huis-van JieSseRáAéL,
<> \ . . . . . . . . . . . .
konde-van de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël;
/// \\ | .
keert-om en-bekeert-je vandfaan-van-al-af~de-afvalligheden-jelieder,
// // <> !
en-niet~is-aan't-geschieden voor-jullie tot-een-struikelblok ontwrichting.
\ . .
werpt-weg vandaan-van-op-jullie: 31
| \ \ .
enwel~al-af~de-afvalligheden-jelieder zoals jullie-afvallig-zijn daarmee,
// // // <> \
en-maakt voor-jullie een-hart maandnieuw en-een-beluchting . . . . . . . . . . .
[maandnieuw;
EZ 18,19
// <> !
en-voor-wat? zijn-jullie-aan't-sterven huis-van~JieSseRáAéL.
\ /// | \ .
ja niet ben-ik-wel;gevallen-aan't-hebben in-het-gestorven-zijn-van 32
[een-gestorvene,
<> \ . . . . . . . . . . . .
konde-van de-machtiger-mijns die-JHWH-van-IsraëL;
<> !
en-bekeert-je en-leeft.
~
| \ .
en-jij draag-hoog-heen een-rouwzang, 19.1
<> !
naar~de-hoog-heen-dragenden-van JieSseRáAéL.
. .
en-voorts-ben-jij-aan't-zeggen: 2
/// | .
wat (is) de-moederenden-jouwer een-leeuwin,
// <> . . . . . . . . . . . .
onderscheidend stroper(leeuwen) legert-zij-zich;
// <> // !
in-het-midden-van tegenaar(leeuwen) doet-zij-veel-zijn de-welpen-harer[74].
// // <>
en-voorts-doet-zij-opgaan een-één-enkele vandaan-van-de-welpen-harer 3
\ . . . . . . . . .
[(als)een-tegenaar geschiedt-hij;
// <> // !
en-voorts-leert-hij om-te-vervreten~vreterij roodling eet-hij.[75]
// // <> \ . . . . .
en-voorts-horen naar-hem naties in-de-kuil-hunner wordt-hij-gevat; 4
// <> // !
en-voorts-doen-zij-komen-hem met-ringdoornen naar~het-land MieTseRáJieM.
\\ | \ .
en-voorts-ziet-zij ja zij-doet-wachten-zichzelf 5
<> . . . . . .
te-loor-gaat de-gespannenenheid-harer;
// // <>
en-voorts-neemt-zij een-één-enkele vandaan-van-de-welpen-harer
// !
[(als)tegenaar zet-zij-hem.
// <>
en-voorts-gaat-hij-voor-zich in-het-midden-van~stroper(leeuwen) 6
EZ 19
\ . . . . . . . . .
[(als)tegenaar(leeuw) geschiedt-hij;
// <> // !
en-voorts-leert-hij om-te-vervreten~vreterij roodling eet-hij.
\\ | .
en-voorts-volkènt-hij de-weduwen-hunner, 7
<> . . . . . . . . . .
en-de-steden-hunner maakt-hij-schroeidroog;
\\ \\ | .
en-voorts-ontzet-zich het-land en-de-volheid-zijner,
<> !
vandaan-van(vanwege)-de-stem-van het-gebrul-zijner.
\\ // // <> . . . . . . . . . . .. .
en-voorts-geven over-hem de-naties een-omsingeling 8
[vandaan-van-de-oordeelsgbieden;
// // <> //
en-voorts-spreiden-zij over-hem de-wegvangst-hunner in-de-kuil-hunner
!
[wordt-hij-gevat.
/// | .
en-voorts-geven-zij-hem in-opsluiting met-doornhaken, 9
<> \ . . . . . .
en-voorts-doen-zij-komen-hem naar~de-koning-van BáBhèL;
\\ | .
en-zij-doen-komen-hem in-de-ontoegankelijkheden,
. .
ter-toebuiging-daaraan-dat:
// // <>
niet~aan't-gehoord-worden-is de-stem-zijner nogmalig
// !
[naar~de-bergen-van JieSseRáAéL.
~
// // <> \
de-moederende-jouwer (is)als-een-rank in-de-verstarring-van-jou op-wateren 10
. . . . .
[gepoot;
| .
en-de-vrucht-harer en-de-vertwijging-harer,
<> // !
geschiedt vandaan-van(vanwege)-de-wateren vele.
|| \ . .
en-voorts-geschieden-er~voor-hem rekters-van sterkte: 11
| .
tot~de-stamstaven-van vore-stellers,
// <> \
en-voorts-wordt-rijzig de-opstand-zijner op~onderscheid-van
. . . . . . . .
[diktakken;
EZ 19, 20
\ .
en-voorts-wordt-hij-gezien door-de-rijzigheid-zijner,
<> !
door-de-veelheid-van de-bungeltakken-zijner.
/// | \ .
en-voorts-wordt-hij-uitgeroeid met-hittigheid ter-land weggeworpen, 12
// <> \ . . . . . .
en-een-beluchting-van oostenvrogeg doet-droog-worden de-vrucht-harer;
\\\ // // <>
af-rukken-zij-zich en-droog-worden-doen-zij de-rekter-van de-sterkte-harer
// !
[vuur eet-op-hem.
<> \ . . . . . . . . . .
en-nu gepoot-is-hij in-het-inbrengveld; 13
<> // !
in-een land-van woestenij en-dorst.
\\ /// \\ |
en-voorts-trekt uit vandaan-van-de-rekter-van de-afzondertakken-zijner 14
\ .
[de-vrucht-daarvan eet-het-op,
// // <> \
en-niet~geschiedt bij-hem een-rekter-van~sterkte een-stamstaf
. . . . . . . . . . . .
[om-zich-vore-te-stellen;
// <> // !
een-rouwklacht (is)het en-voorts-geschiedt-het tot-rouwklacht.
~
\ \ . .
en-voorts-geschiedt-het in-jaarandering zeven: 20.1
| \ .
in-de-vijfde[76] op-de-tiende voor-de-nieuwmaand,
\\\ // //
er-komen menselijken vandaan-van-de-baardouden-van
<> \ . . . . . . . . . . . .
[JieSseRáAéL om-na-tevragen enwel~die-JHWH-van-Israël;
<> !
en-voorts-zitten-zij voor-de-vertegenwendiging-mijner.[77]
=
// <> // !
en-voorts-geschiedt een-inbreng-van~die-JHWH-van-Israël tot-mij om-te-zeggen.2
. .
stichtzoon-van~een-roodling: 3
EZ 20
|| /// | \
breng-in tot~de-baardouden-van JieSseRáAéL en-voorts-ben-jij-aan't-zeggen
.
[tot-hen,
/// | \ .
zo zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël,
// <> \ . . . . . . . .
om-na-te-vragen? enwel-mij (zijn)jullie komende;
\\| \ .
een-levende~(ben)ik ware't-dat~ik-aan't-nagevraagd-worden-ben voor-jullie,
<> // !
konde-van de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël.
\ .
ben-jij-de-regel-aan't-stellen? enwel-hen, 4
<> . . . . . . . .
ben-jij-de-regel-aan't-stellen? stichtzoon-van~een-roodling;
// <> !
enwel~de-gruwelijkheden-van de-omvamenden-hunner doe-die-volkènnen.
\ . .
en-voorts-ben-jij-aan't-zeggen tot-hen: 5
¬ \ ,
zo~zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël
| \ .
op-een-dag kies-ik voor-JieSseRáAéL,
\ . .
en-voorts-draag-ik-hoog-heen de-hand-mijner:
\\ | \ .
voor-het-kiemsel-van het-huis-van LàNgæQoBh,
// .
en-voorts-doe-ik-mij-volkènd-worden aan-hen
. . . . .
[in-het-land MieTseRáieM;
\\ /// | .
en-voorts-draag-ik-hoog-heen de-hand-mijner voor-hen om-te-zeggen,
<> // !
ik(ben) die-JHWH-van-Israël de-gods-jelieder.
\ . .
op-de-dag (nl.)die: 6
/// | .
draag-ik-hoog-heen de-hand-mijner voor-hen,
<> \ . . . . .
om-te-doen-uittrekken-hen vandaan-van-het-land MieTseRáJieM;
// \ . .
naar~een-land dat~ik-uitzoek voor-hen:
/// | .
vloeiend-van vetmelk en-honing,
// <> !
zwel-trots (is)het voor-al-af~de-landen.
EZ 20
\ . .
en-voorts-zeg-ik tot-hen: 7
\ /// |
ieder-menselijke de-afschuwelijkheden-van de-welogen-zijner
.
[werpen-zij-weg,
// <> . . . . . . .
en-met-de-wentelgoden-van MieTseRàJieM
[zijn-jullie-je-niet-aan't-besmetten;
<> // !
ik die-JHWH-van-Israël (ben)de-gods-jelieder.
. .
en-voorts-ergerden-zij-zich~aan-mij: 8
/// | \ .
en-niet hebben-zij-behoefte om-te-horen naar-mij[78],
/// | \ .
enwel~de-afschuwelijkheden-van de-welogen-hunner niet
[werpen-zij-weg,
// <> \ . . . . . . .
en-enwel~de-wentelgoden-van MieTseRàJieM niet verlaten-zij;
|| \\\ \ . .
en-voorts-zeg-ik om-uit-te-storten de-hittigheid-mijner over-hen:
/// | .
om-al-af-te-doen-zijn de-neuswalging-mijner bij-hen,
<> // !
in-het-midden-van het-land MieTseRáJieM.[79]
\\ | \ .
en-voorts-maak-ik('t) ter-toebuiging-aan de-naam-mijner, 9
// // // <>
zonder (die)aan-te-pakken voor-de-wel-ogen-van de-naties
\ . . . . . . . .
[waarvan-geldt-dat~zij(zijn) in-het-midden-hunner;
\\ /// | .
van-wie-geldt-dat ik-volkènd-word aan-hen voor-de-wel-ogen-hunner,
<> // !
om-te-doen-uittrekken-hen vandaan-het-land MieTseRáJieM.
<> \ . . . . . . .
en-voorts-doe-ik-uittrekken-hen vandaan-van-het-land MieTseRáJieM; 10
EZ 20
<> !
en-voorts-doe-ik-komen-hen naar~het-inbrengveld.
/// | .
en-voorts-geef-ik aan-hen de-ingriffingen-mijner, 11
<> | . . . . .
en-enwel~de-stelregelingen-mijner doe-ik-volkènnen enwel-hen;
\\ // // <> // !
als aan't-(waar)maken-is enwel-hen een-roodling dan-leeft-hij door-hen.[80]
/// | \ .
en-ook enwel~de-verstildagen-mijner geef-ik aan-hen, 12
\ .
om-te-geschieden (als)kenteken,
<> . . . . . . .
onderscheidend-mij en-onderscheidend-de-stichtkinderen-hunner;
|| // // <> !
om-te-volkènnen ja ik die-JHWH-van-Israël (ben)heiligende-hen.[81]
| // . .
en-voorts-worden-zij-bitter~op-mij het-huis-van~JieSseRáAéL 13
[in-het-inbrengveld: | / \
met-de-ingriffingen-mijner niet~gaan-zij en-enwel~de-stelregelingen-mijner
. .
[schofferen-zij:
|| \\ /// <>
waarvan-geldt-dat is-aan't-(waar)maken ernwel-hen de-roodling
\ .
[dan-leeft-hij daardoor,
<> \ . . . . . . . .
en-enwel~de-verstildagen-mijner pakken-zij-aan machtig;
|| \\ \\\ //
en-voorts-zeg-ik om-uit-te-storten de-hittigheid-mijner op-hen
<> !
[in-het-inbrengveld om-al-af-te-maken-hen.
<> \ . . . . . . .
en-voorts-maak-ik't ter-toebuiging-aan de-naam-mijner; 14
/// | \ .
zonderdat die-aangepakt-is voor-de-welogen-van de-naties,
// <> !
als ik-doe-uittrekken-hen voor-de-welogen-hunner.
. .
en-ook~ik: 15
\\\ // <> . . . . . . . . . .
ik-draag-hoog-heen de-hand-mijner voor-hen in-het-inbrengveld;
☼ \\ / \ . .
zonder-dat-ik doe-komen enwel-hen naar~het-land dat~ik-geef:
EZ 20
/// | .
vloeiend van vetmelk en-honing,
// <> !
zweltrots (is)het voor-al-af~de-landen.
// \ . .
ter-toebuiging-daaraan-dat met-de-stelregelingen-mijner zij-schofferen(mij): 16
| \ .
en-enwel~de-ingriffiungen-mijner niet~gaan daarmee,
\ . . . . . . . . . . .
en-enwel~de-verstildagen-mijner pakken-zij-aan;
// // <> // !
ja laat-aan-achter de-wentelgoden-hunner (is)het-hart-hunner gaande.
\\\ // <> . . . . .
en-voorts-heeft-verdriet het-weloog-mijner over-hen 17
[vandaan-van-het-verderven-hen;
\\\ // <> !
en-niet~maak-ik't met-hen al-af in-de-inbrengveld.
/// | .
en-voorts-zeg-ik tot~de-stichtkinderen-hunner in-het-inbrengveld, 18
/// | .
met-de-ingriffingen-van de-omvamenden-jelieder zijn-jullie-niet~aan't-gaan,
<> !
en-enwel~de-stelregelingen-hunner
[zijn-jullie-niet~waar-aan't-houden;
<> !
en-met-de-wentelgoden-jelieder zijn-jullie-je-niet~aan't-besmetten.
| \ .
ik(ben) die-JHWH-van-Israël de-gods-jelieder, 19
<> . . . . .
met-de-ingriffingen-mijner gaat;
// <> !
en-enwel~de-stelregelingen-mijner houdt)ze)waar en-maak(waar)hen.
<> . . . . . . . .
en-enwel~de-verstildagen-mijner heiligt(ze); 20
/// |
en-voorts-zijn-zij-aan't-geschieden tot-een-kenteken
\ .
[onderscheidend-mij en-onderscheidend-de-stichtkinderen-jelieder,
<> // // <> !
om-te-volkènnen ja ik(ben) die-JHWH-van-Israël de-gods-jelieder.
\ . .
en-voorts-worden-bitter-op-mij die-stichtkinderen: 21
\ ☼ |
met-de-ingriffingen-mijner niet~gaan-zij en-enwel~de-stelregelingen-mijner
// \ . .
[niet~houden-zij-waar om-te-maken enwel-die:
☼ \\ /// | \
waarvangeldt-dat is-aan't-maken enwel-hen de-roodling dan-leeft-hij
EZ 20
.
[daardoor,
<> . . . . . .
enwel~de-verstildagen-mijner pakken-zij-aan;
|| \\\ \ . .
en-voorts-zeg-ik om-uit-te-storten de-hittigheid-mijner over-hen:
// // <> !
zodat-'t-al-afmaakt de-walgneus-mijner met-hen in-het-inbrengveld.
| .
en-voorts-ben-ik-aan't-doen-keren enwel~de-hand-mijner, 22
<> \ . . . . . . .
en-voorts-maak-ik('t) ter-toebuiging-aan de-naam-mijner;
/// | \ .
zonder-dat hij-aangepakt-wordt voor-de-welogen-van de-naties,
// <> !
terwijl~ik-doe-uittrekken enwel-hen voor-de-welogen-hunner.
. .
ook~ik: 23
\\\ // <> . . . . . . . . . .
hoog-heen-draag-ik enwel~de-hand-mijner voor-hen in-het-inbrengveld;
/// <> .
om-te-verstrooien enwel-hen bij-de-naties,
// <> !
en-om-uit-te-wannen enwel-hen in-de-landen.
// /// |
ter-toebuiging-daaraan-dat de-stelgereglingen-mijner zij-niet~(waar)maken 24
\ .
[en-de-ingriffingen-mijner zij-schofferen,
<> . . . . . . . . . .
en-enwel~de-verstildagen-mijner zij-aanpakken;
| \ .
en-laat-aan-achter de-wentelgoden-van de-omvamenden-hunner,
<> !
geschieden de-welogen-hunner.
| \ .
en-ook~ik ik-geef aan-hen, 25
<> \ . . . . . . . . .
ingriffingen (die)niet goed(zijn);
.
en-stelregelingen,
// <> !
niet zijn-zij-aan't-leven daarmee.
/// | .
en-voorts-besmet-ik enwel-hen met-de-giften-hunner, 26
<> | . . . . . . . . . . . .
als-zij-doen-oversteken[82] al-af~wat-openspert een-moederschoot;
EZ 20
\ .
ter-toebuiging-daaraan-dat ik-tot-ontzetting-aan't-brengen-ben-hen,
\\ | .
ter-toebuiging-daaraan-dat zij-volkènnen,
<> // !
dat ik('t-ben) die-JHWH-van-Israël.
=
|| \\ /// | .
om-vastzo breng-in tot~het-huis-van JieSseRáAéL stichtkind-van~roodling, 27
\ .
en-voorts-ben-jij-aan't-zeggen tot-hen,
// <> \ . . . . . . . . . . . .
zo zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël;
. .
nogmalig:
/// /// | .
hiermee bezwadderen enwel-mij de-omvamenden-jelieder,
// <> !
met-de-overtreding-hunner ja overtreding.
| .
en-doe-ik-voorts-komen-hen naar~het-land, 28
/// \\ | .
waar ik-hoog-heen-draag enwel~de-hand-mijner,
// <> . . . .
om-te-geven enwel-dat aan-hen;
☼ \\ // \ . .
en-voorts-zien-zij al-af~heuvelmuts verheven en-al-af~houtgeboomte dik:
/// |
en-voorts-slachten-zij~daar enwel~de-slachtgaven-hunner
| \ .
[en-voorts-geven-zij~daar hartzeer-aan lijfnaderingsgaven-hunner,
\ . .
en-voorts-stellen-zij daar:
/// .
de-lucht-van rustbrenggaven-hunner,
// <> !
en-voorts-gieten-zij-uit daar de-uitgietgaven-hunner.
\ .
en-voorts-zeg-ik tot-hen, 29
\ .
wat? de-cultursbult,
// <> . . . . .
dat~jullie('t-zijn) die-komen daar;
/// | .
en-voorts-is-uitgeroepen de-naam-daarvan cultusbult,
<> // !
tot de-dag-van vandaag.
EZ 20
|| \ \ . .
om-vastzo zeg tot~het-huis-van JieSseRáAéL: 30
/// | \ .
zo zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël,
// <> \
op-de-neemweg-van? de-omvamenden-jelieder (zijn)jullie
!
besmet-wordenden;
// <> // !
en-laat-aan-achter de-afschuwelijkhden-hunner (zijn)jullie hoererenden.
\ |'
en-met-het-hoog-heen-dragen-van de-giften-jelieder 31
☼ \\ /
[met-het-doen-oversteken-van de-stichtkinderen-jelieder in-het-vuur
☼ /// |
[(zijn)jullie besmet-wordenden voor-al-af-de-wentelgoden-jelieder
.
[tot~vandaag,
// // <> \ . . . .
en-ik ik-ben-aan't-bevraagd-worden voor-jullie huis-van JieSseRáAéL;
. .
een-levende~ben-ik:
| \ .
konde-van de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël,
<> !
ware't-toch-dat~ik-bevraagd-aan't-worden-ben voor-jullie.[83]
| .
wat-opgaat over~de-beluchting-jelieder, 32
<> \ . . . . . . . .
geschiedend is-het-niet aan't-geschieden;
\ \ . .
dat jullie(zijn) zeggenden:
/// | \ .
wij-zijn-aan't-geschieden als-naties als-de-families-van de-landen,
<> // !
om-te-bedienen hout en-steen.
|| <> \ .
een-levende(ben)~ik konde-van de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël; 33
☼ \\ / \\\ // //
ware't~dat-niet met-een-hand hard en-met-een-arm gerekt en-met-hittigheid
<> // !
[uitgegoten ik-aan't-koningen-ben over-jullie.
/// | .
en-ik-doe-uittrekken enwel-jullie vandaan-van-de-genotenvolken, 34
\ .
en-ik-verzxamel enwel-jullie,
EZ 20
.
vandaan-van~de-landen,
// <> . . . . . .
zoals jullie-vestrooid-zijn daarin;
/// | \ .
met-een-hand hard en-met-een-arm gerekt,
<> !
en-met-hittigheid uitgegoten.
\ .
en-komen-doe-ik enwel-jullie, 35
<> . . . . . . . . . . .
naar~het-inbrengveld-van de-genotenvolken;
/// | .
en-ik-stel-de-regel enwel~jullie daar,
<> !
vertegenwendiging naar~vertegenwendiging.
/// \\ .
zoals ik-de-regel-stel enwel~de-omvamenden-jelieder, 36
<> . . . . . .
in-het-inbrengveld-van MieTseRáieM;
/// \ .
vastzo ben-ik-de-regel-aan't-stellen enwel-jullie,
<> // !
konde-van de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël.
// <> \ . . . . . . .
en-oversteken-doe-ik enwel-jullie op-de-drukplek-van de-stamstaf; 37
// <> // !
en-komen-doe-ik enwel-jullie in-de-versnoering-van de-zuivergang.
\ . .
en-ik-zuiver vandaan-van-jullie: 38
/// | .
de-verbitterden en-de-afvalligen ja,
/// | \
vandaan-van-het-land-van hun-inklampingen doe-ik-uittrekken
.
[enwel-hen,
// <> \
en-naar~het-roodlingse-van JieSseRáAéL zijn-zij-niet
. . . . . . .
[aan't-komen[84];
<> // !
en-jullie-volkènnen ja~ik(ben) die-JHWH-van-Israël.
\\ / \ \ . .
en-jullie huis-van~JieSseRáAéL zo~zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël:39
/// | \ .
ieder de-wentelgoden-zijner gaat-heen heerdient,
EZ 20
|| <> \
en-laat-daar-achter ware't-dat~geenszins-jullie(zijn) horenden
. . . .
[naar-mij;
/// | \ .
en-enwel~de-naam de-heilige-mijner zijn-jullie-niet aan't-aanpakken~nogmalig,
<> !
met-de-giften-jelieder en-met-de-wentelgoden-jelieder.
\ || \ \ . .
ja op-de-berg~de-heilige-mijner op-de-berg de-verhevene-van JieSseRáAéL:40
| \ .
konde-van de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël,
\ // \\\ ///
daar is-aan't-heerdienen-mij al-af~het-huis-van JieSseRáAéL
<> . . . . .
[al-af-dat in-het-land;
\ .
daar ben-ik-aan't-genadigen-hen,
|| \ . .
en-daar ben-ik-aan't-navragen de-verhevenheids-gaven-jelieder:
// //
en-enwel~het-eerste-van de-hoogheendrachten-jelieder
!
[bij-al-af~de-geheiligdwe(dingen)-jelieder.
SEDER
\ ¬ \ ,
bij-een-lucht die-rust-geeft ben-ik-aan't-genadigen enwel-jullie 41
/// | .
als-ik-doe-uittrekken enwel-jullie vandaan-van-de-genotenvolken,
\ .
en-voorts-ben-ik-aan't-verzamelen enwel-jullie,
.
vandaan-van-de-landen,
// <> . .
waarvan-geldt-dat jullie-verstrooid-zijn daarin;
// <> \ !
en-voorts-ben-ik-aan't-geheiligd-worden in-jullie voor-de-welogen-van
[de-naties.
| \ .
en-voorts-zijn-jullie-aan't-volkènnen ja~ik(ben) die-JHWH-van-Israël, 42
// <> \ . . . . .
als-ik-doe-komen enwel-jullie naar~het-roodlingse-van JieSseRáAéL;
. .
naar~het-land:
/// \\ | .
waarover ik-hoog-heen-draag enwel~de-hand-mijner,
EZ 20
// <> !
om-te-geven enwel-dat aan-de-omvamenden-jelieder.
. .
en-voorts-zijn-jullie-aan't-aanhaken~daar: 43
| .
enwel~bij-de-neemwegen-jelieder en-enwel al-af~de-handelingen-jelieder:
// <> . . . . . . . .
waarvan-geldt-dart jullie-je-besmetten daarmee;
|
en-voorts-zijn-jullie-weerzin-aan't-voelen
.
[vandaan-van(vanwege)-de-vertegenwendiging-jelieder,
<> // !
bij-al-af~de-kwaadheden-jelieder die jullie-maken.
| \ .
en-voorts-zijn-jullie-aan'tvolkènnen ja~ik(ben) die-JHWH-van-Israël, 44
// <> \ . . . . . . .
als-ik-maak enwel-jullie ter-toebuiging-aan de-naam-mijner;
☼ \\ /
niet naar-de-neemwegen-jelieder (die)kwaad(zijn)
/// | \ .
[en-naar-de-handelingen-jelieder die-verderven huis-van JieSseRáAéL,
<> // !
konde-van de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël.
~
// <> // !
en-voorts-geschiedt de-inbreng-avn~die-JHWH-van-Israël tot-mij 21.1[85]
[om-te-zeggen.
. .
stichtkind-van~roodling: 2
/// \\ | \ .
stel de-vertegenwendiging-jouwer op-de-neemweg zuidrechtswaarts,
<> . . . . . .
en-druip-af naar~het-zuiden;
// // <> !
en-profeteer naar~het-woud-van het-veld-van de-zuidwoestijn.
| \ .
en-voorts-ben-jij-aan't-zeggen aan-het-woud-van de-zuidwoestijn, 3
<> . . . . . . . . . . .
hoor de-inbreng-van~die-JHWH-van-Israël;
\ \ |' \
zo~zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël kijk-hier-mij
\ |' \ \
[ontstekend~bij-jou vuur en-voorts-is-het-aan't-eten bij-jou
EZ 21
☼ \\ ///
[al-af~boom-hout~klammig en-al-af~boomhout~droog
| \ .
[niet~is-aan't-geblust-worden de-steekvlam die-stekend-vlamt,
//
en-voorts-zijn-aangebrand-aan't-worden~daarmee
<> //
[al-af-de-vertegenwendigingen vandaan-van-de-zuidwoestijn
!
en-het-opberg-noorden.
| .
en-voorts-zijn-aan't-zien al-af~vlees, 4[86]
// // <> . . . . .
ja ik die-JHWH-van-Israël verbrandt-dat;
<> !
niet is-het-aan't-geblust-worden.
|| <> \ . . . . . . . . . . .
en-voorts-zeg-ik och machtiger-mijns jij-JHWH-van-Israël; 5[87]
/// \ .
zij(zijn) zeggende aangaande-mij,
// // <> !
niet? een-voresteller-van vorestellingen (is)hij.
~
// <> // !
en-voorts-geschiedt de-inbreng-van~die-JHWH-van-Israël tot-mij om-te-zeggen.6[88]
. .
stichtkind-van~een-roodling: 7[89]
/// \\ | .
stel de-vertegenwendiging-jouwer naar~JeRuWSháLàieM,
<> . . . . . . . . . . . .
en-druip naar~de-heiligdommen;
<> // !
en-profeteer naar~het-roodlingse-van JieSseRAéL.
|| \ . .
en-voorts-ben-jij-aan't-zeggen aan-het-roodlingse-van JieSseRáAéL: 8[90]
/// \ .
zo zegt die-JHWH-van-Israël,
\ .
kijk-hier-mij naar-jou,
// <>
en-voorts-ben-ik-aan't-doen-uittrekken het-zwaard-mijner
EZ 21
. . . . . .
[vandaan-van-de-naakthouder-zijner;
// <> // !
en-voorts-ben-ik-aan't-afscheiden vandaan-van-jou rechtvaardige en-schender.
// // <> \
ter-toebuiging-daaraan dat~ik-doe-afscheiden vandaan-van-jou rechtvaardige 9[91]
. . . . . . . .
[en-schender;
☼ \\ \\\
om-vastzo is-aan't-uittrekken het-zwaard-mijner
// <>
[vandaan-van-de-naakthouder-zijner naar~al-af~vlees
// !
[vandaan-van-de-zuidwoestijn naar-het-opbergnoorden.
| .
en-voorts-zijn-aan't-volkènnen al-af~het-vlees, 10[92]
///\ .
ja ik die-JHWH-van-Israël,
// <> . . . . . . . . . .
doe-uittrekken het-zwaard-mijner vandaan-van-de-naakthouder;
// <> !
niet is-het-aan't-terug-keren nogmalig.
=
// <> . . . . . . .
en-jij stichtkind-van~roodling jammer; 11[93]
/// \\ | .
met-verbreking-van heupen en-met-bitterheid,
// !
aan't-jammeren-ben-jij voor-de-welogen-hunner.
| \ .
en-voorts-is't-aan't-geschieden ja~zij-zij-aan't-zeggen tot-jou, 12[94]
<> \ . . . . . . . . . .
over~wat? (ben)jij jammerende;
|' \ |'
en-voorts-ben-jij-aan't-zeggen over~een-hoorgerucht ja~het-komt
\ ☼ \\
[en-voorts-is-aan't-vervloeien al-af~hart en-voorts-zijn-aan't-zakken
// \ . .
[al-af~de-handen en-is-aan't-kwijnen al-af~beluchting:
\\ | \ .
en-al-af~de-inzegenbotten zijn-aan't-heengaan (als)water,
EZ 21
/// | .
kijk-hier het-komt en-het-wordt-tot-geschieden-gebracht,
<> // !
konde-van de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël.
~
// <> // !
en-voorts-geschiedt de-inbreng-van~die-JHWH-vanb-Israël tot-mij 13[95]
[om-te-zeggen.
|| | .
stichtkind-van~roodling profeteer en-voorts-ben-jij-aan't-zeggen, 14[96]
<> \ | || // // <>
zo zegt de-machtiger-mijns zeg het-zwaard het-zwaard is-gescherpt
!
[en-ook~gladgeplukt.
\\ /// \\ | .
ter-toebuiging-daaraan-dat het-afslacht een-afslachting gescherpt, 15[97]
// <> .. . . .
en-ter-toebuiging-daaraan-dat~er-geschiedt~daaraan blikseming gladgeplukt;
\ .
of wij-verrukt-zijn,
// <> // !
een-stamstaf-van de-stichtzoon-mijner die-schoffeert al-af~hout.
// // <> \ . . . . . . . .
en-voorts-geeft-hij enwel-dat ter-gladplukking om-te-vatten 16[98]
[met-de-handzool;
/// \\ | \ .
het~is-gescherpt het-zwaard en-het is-gladgeplukt,
// <> !
om-te-geven enwel-dat in-de-hand-van-een-moordenaar.
/// | .
schreeuw en-jammer stichtkind-van~roodling, 17[99]
| \ .
ja~het geschiedt in-het-genotenvolk-mijner,
<> \ . . . . .
het(is) bij-al-af~de-hoog-heen-dragenden-van JieSseRáAéL;
/// \\ | \ .
verklampingen aan-een-zwaard geschieden bij-het-genotenvolk-mijner,
<> // !
om-vastzo een-stomp aan~een-bekken.
\ . .
ja een-test: 18[100]
EZ 21
|| // <> \ . . . . . . . .
en-wat? ware~-er~ook~een-stamstaf die-schoffeert niet aan't-geschieden;
<> // !
konde-van de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël.
~
\ .
en-jij stichtkind-van~roodling, 19[101]
|| <> \ . . . . . . . .
profeteer en-sla handzool aan~handzool;
|| /// \\ | \
en-aan't-verdubbelen-is-zich een-zwaard drievoudig het-zwaard-van
.
[aangepakten,
. .
(is-)het:
fz \ .
een-zwaard pakt-aan de-grote,
<> !
dat-binnenkamert voor-hen.
\ \ . .
ter-toebuiging aan-het-zwikken-van het-hart: 20[102]
| .
het-veel-maken-van de-struikelingen,
fz .
op~al-af~de-poorten-hunner,
<> . . . . . . .
geef-ik de-wette-van~het-zwaard;
// // <> // !
och gemaakt-is-het ter-blikseming befloerst voor-het-afslachten.
// <> \ . . . . . . .
verenig-je ga-zuidenrechts stel-je linksom; 21[103]
<> // !
waarheen de-vertegenwendiging-jouwer verordend-is.
. .
en-ook~ik: 22[104]
/// | .
ik-ben-aan't-slaan de-handzool-mijner aan~de-handzool-mijner,
<> . . . . . . .
en-voorts-ben-ik-aan't-doen-rusten de-hittigheid-mijner;
// <> !
ik die-JHWH-van-Israël breng't-in.
EZ.21
~
// <> // !
en-voorts-geschiedt een-inbreng-van~die-JHWH-van-Israël tot-mij 23[105]
[om-te-zeggen.
\\ / \ \ . .
en-jij stichtkind-van een-roodling stel~voor-jou andertwee neemwegen: 24[106]
| \ .
waarop-komt het-zwaard-van de-koning-van~BáBhèL,
// <> \ . . . . . . . . . .
vandaan-van-een-land een-één-enkel trekken-uit zij-andertwee;
\ .
en-een-hand[107] stel(die)zuiver,
// <> !
bij-het-eerstdeel-van de-neemweg-naar~de-stad stel(die)zuiver.
\ .
een-neemweg ben-jij-aan't-stellen, 25[108]
\ .
waarop-komt het-zwaard,
<> \ . . . . . . .
naar[109] RàBhàH-van de-stichtkinderen-van~!NgàMMóWN;
// <> !
en-naar[110]~JeHuWDáH in-JeRuWSháLàieM op-de-rots[111].
\\ / \ . .
ja~staande-blijft de-koning-van~BáBhèL aan~het-moederpunt-van 26[112]
[de-neemweg:
// // <>
op-het-eerstdeel-van andertwee de-neemwegen
. . . . . . . .
[om-te-voorspellen~voorspellerij;
/// | \ .
hij-trekt-rap met-de-pijlen[113] hij-doet-een-wens bij-de-schimgoden[114],
<> !
hij-ziet op-het-(lever)gezwaarte.
op-de-zuidenrechter-zijner geschiedt de-veoorspelling-van JeRuSháLàieM: 27[115]
EZ 21
/// | /// | .
om-te-stellen scheerringen[116] om-te-openen een-mond met-doden,
// <> . . . . . . . .
om-verheven-te-doen-zijn een-stem met-geschetter;
/// | .
om-te-stellen scheerringen op~poorten,
// <> // !
om-te-storten een-opzetbaan om-te-stichten een-fortificatie.
\\ /// | .
en-het-geschiedt voor-hen als-een-voorpsellerij-van~waan 28[117]
[in-de-wel-ogen-hunner,
// <> . . . . .
zeven bezeveningen voor-hen;
// <> !
en-hij(is)~doende-aanhaken-bij ontwrichting om-te-vatten-hen.
~
. .
om-vastzo: 29[118]
¬ \ ,
zo~zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël
. .
ter-toebuiging-daaraan-dat:
| .
men-jullie-doet-aanhaken-bij het-geontwricht-jelieder,
\ .
bij-het-ontmantelen-van de-afvalligheden-jelieder,
| .
en-om-te-doen-zien de-verwaardingen-jelieder,
. . . . . . .
in-al-af de-handelingen-jhelieder;
fz ..
ter-toebuiginging-daaraan-dat men-doet-aanhaken-bij-jullie,
<> !
in-een-hand-zool zijn-jullie-je-aan't-laten-vatten.
=
/// | .
zo zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël, 31[119]
| .
doe-wijken de-tulband,
EZ 21
<> . . . . . .
en-doe-opgeheven-zijn de-krans;
\ .
dit (is)niet~dit,
\ .
de-verlaagde (is) de-rijzige,
<> !
en-de-rijzige de-verlaagde.[120]
// <> \ . . . . . . . .
ontwrichtheid ontwrichtheid ontwrichtheid ben-ik-aan't-stellen-dan-toch; 32[121]
| \ .
ook~dit niet geschiedt-het,
// // <> !
tot-dat~komt aan-wie de-stelregeling(is) en-ik-geef-dat.
~
\ . .
en-jij stichtkind-van~een-roodling: 33[122]
/// . . / // | \
profeteer en-voorts-ben-jij-aan't-zeggen zo zegt de-machtiger-mijns
.
[die-JHWH-van-Israël,
// <> . . . . . . .
tot~de-stichtkinderen-van NgàMMóWN en-tot~het-gehoon-hunner;
. .
en-voorts-ben-jij-aan't-zeggen:
\ /// | \ .
het-zwaard het-zwaard open-getrokken ter-afslachting gladgeplukt,
<> !
om-al-af-te-doen-zijn en-om-te-bliksemen.
// | .
bij-het-schouwen[123] voor-jou van-waan, 34[124]
<> . . . . . .
en-bij-het-voorspellen~aan-jou van-leugen;
\ . .
om-te-geven enwel-jou:
| \ .
op~de-halzen-van de-aangepakten-van de-schenders,
\ .
van-wie~komt de-dag,
<> //
in-het-tij-van de-ontwrichting-van het-einde.
EZ 21
<> . . . . . .
keer-('t)om naar~de-naakthouder-zijner; 35[125]
\\\ //
op-een-opstaanplaats waar~jij-zuiver-gesteld-bent
// <> // !
[in-het-land-van de-uitgravingen-jouwer
[ben-ik-de-regel-aan't-stellen-aan enwel-jou.
/// \\ | .
en-voorts-ben-ik-aan't-uit-storten op-jou het-gram-mijner, 36[126]
// <> \ . . . . .
met-vuur de-overstokenheid-mijner voorts-aan't-blazen op-jou;
. .
en-voorts-ben-ik-aan't-geven-jou:
| \ .
in-de-hand-van menselijken die-verbranden,
<> !
bewerkers-van verderf.
/// | .
voor-het-vuur ben-jij-aan't-geschieden tot-eten, 37[127]
// <> \ . . . . . .
het-roods-jouwer is-aan't-geschieden in-het-midden- an het-land;
\ .
niet is-er-aangehaakt-aan't-worden-bij-jou,
// // <> !
ja ik die-JHWH-van-Israël breng('t)in.[128]
~
// <> // !
en-voorts-geschiedt de-inbreng-van~die-JHWH-van-Israël tot-mij 22.1
[om-te-zeggen.
\ .
en-jij stichtkind-van een-roodling, 2
// <>
ben-jij-de-regel-aan't-stellen? ben-jij-de-regel-aan't-stellen
\ . . . . . . . . . . . .
[enwel~de-stad-van roodsstortingen;
.
en-voorts-doe-jij-volkènnen-haar,
!
enwel~al-af~de-gruwelen-harer.
. .
en-voorts-ben-jij-aan't-zeggen: 3
EZ 22
/// | \ .
zo zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël,
\ // // <> \
stad die-uitstort roods in-het-midden-harer voor-het-komen-van
. . . . . .
[het-tij-zijner;
\\\ // <> !
en-voorts-is-zij-aan't-maken wentelgoden over-haar ter-verwaarding.
\\ / . .
met-het-roods-jouwer dat~jij-uitstort ben-jij-onschuldig: 4
/// | .
en-met-de-wentelgoden-jouwer die~jij-maakt ben-jij-besmet,
\ .
en-voorts-doe-jij-lijfnaderen de-dagen-jouwer,
<> . . . . . . . .
en-voorts-kom-jij tot~de-jaaranderingen-jouwer;
. .
om~vastzo:
/// | .
geef-ik-jou (tot)hoon voor-de-naties,
<> !
en-beschimping voor-al-af~de-landen.
// // <>~ . . . . .
die-lijfna-zijn en-die-veraf-zijn vandaan-van(vanwege)-jou 5
[zijn-aan't-schimpen-op-jou;
\ .
besmetter-van de-naam,
<> !
veel-zijnde-van de-beroering.
| \ .
kijk-hier de-hoog-heen-dragenden-van JieSseRáAéL, 6
// <> . . . . .
iedermenselijke voor-de-arm-zijner geschieden-zij bij-jou;
<> !
ter-toebuiging-aan het-uitstorten-van~roods.
/// | \ .
omvamende en-moederende kleineren-zij bij-jou, 7
// // <> . . . . .
voor-de-inklamper maken-zij('t) met-bedrukking in-het-midden-van-jou;
// <> // !
wees en-weduwe benadelen-zij bij-jou.[129]
<> . . . . . . . .
de-geheiligde(dingen)-mijner veracht-jij; 8
EZ 22
<> !
en-enwel~de-verstildagen-mijner pak-jij-aan.
// // // <> \
menselijken-van uitkramerij geschieden bij-jou ter-toebuiging-aan 9
. . . . . .
[het-uitstorten-van~roods;
| \ .
en-aan~de-bergen eten-zij bij-jou,
<> // !
opzettelijkheid maken-zij in-het-midden-van-jou.
<> . . . .
de-naaktheid-van~een-omvamende ontmantelt-men~bij-jou; 10
<> !
de-besmette-van~afstotelijkheid[130] buigen-zij~in-jou.
\ \ . .
en-een-manmenselijke samen-met~de-vrouwmensleijke-van 11
[de-metgezel-zijner:
| .
maakt-hij gruwelijks,
// <> \
en-een-manmenselijke enwel-de-bruidsdochter-zijner besmet-hij
. . . . . . . . . . .
[in-opzettelijkheid;
// //
en-een-manmenselijke enwel~de-zusterverweante-zijner
<> !
[de-stichtdochter-van~de-omvamende-zijner buigt-hij~in-jou.[131]
// <> \ . . . . . .
een-geschenk nemen-zij-aan~in-jou ter-toebuiging-aan 12
[het-uitstorten-van~roods;
\\\ \ . .
bijtgeld en-en-een-veelvoud neem-jij:
/// \\ | .
en-voorts-verbrokstuk-jij de-metgezel-jouwer met-bedrukking,
\ .
enwel-mij vergeet-jij,
<> \ !
konde-van de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Iaraël.
| \ .
en-kijk-hier ik-sla de-handzool-mijner, 13
<> \ . . . . . .
aan~het-brokstuk-jouwer dat jij-maakt;
.
en-op-tegen~de-roodsstortingen-jouwer,
// <> !
die geschieden in-het-midden-van-jou.
EZ 22
/// | \
is-staande-aan't-blijven? het-hart-jouwer ware't-dat~aan't-hard-vatten-zijn 14
,
[de-handen-jouwer,
|' //<> \ . . . . .
voor-de-dagen dat ik ('t)makende(ben) samen-met-jou;
// <> // !
ik die-JHWH-van-Israël ik-breng('t)-in en ik-maak('t).
/// | .
en-voorts-verstrooi-ik enwel-jou bij-de-naties, 15
<> . . . . . . .
en-ik-verwan-jou in-de-landen;
// <> !
en-voorts-doe-ik-gaafweg-zijn de-besmetting-jouwer vandaan-van-jou.
SEDER
// <> \ . . . . . .
en-aangepakt-word-jij in-jou voor-de-welogen-van naties; 16
<> // !
en-jij-volkènt ja~ik(ben) die-JHWH-van-Israël.
~
// <> // !
en-voorts-geschiedt een-inbreng-van~die-JHWH-van-Israël tot-mij 17
[om-te-zeggen.
|' // <>
stichtkind-van~roodling voor-mij~geschieden-zij het-huis-van~JieSseRáAéL 18
. . . . . . . . .
[tot-afschuifsel[132];
|' ☼ \\ /// \\ | \
al-af-zij(zijn) metaal en-tin en-ijzer en-lood in-het-midden-van
.
[de-ovenuitgraving,
// !
(als)afschuifsels-van zilver geschieden-zij.
=
. .
om-vastzo: 19
/// | \ .
zo zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël,
// // <> . . . . . . . . .
ter-toebuiging-aan het-geschieden-van al-af-jullie tot-afschuisels;
EZ 22
| \ \ .
om-vastzo kijk-hier-mij verzamelend enwel-jullie,
<> !
naar~het-midden-van JeRuWSháLáieM.
\ ☼ ☼ \\ /// \ \
vewrzameld zilver en-metaal en-ijzer en-tin en-lood naar~het-midden-van 20
.
[een-uitgravingsoven,
// <> . . . . . . . . .
om-te-blazen~daarop vuur om('t)-te-doen-uitstromen;
/// | \ .
vastzo ben-ik-aan't-verzamelen in-de-neuswakging-mijner
[en-in-de-hittigheid-mijner,
// <>
en-voorts-ben-ik-aan't-doen-rusten en-ben-ik-aan't-doen-uittstromen
!
[enwel-jullie.
\ .
en-voorts-ben-ik-aan't-vergaren enwel-jullie, 21
// <> \ . . . . . . .
en-voorts-ben-ik-aan't-blazen op-jullie met-het-vuur-van
[de-overstókenheid-mijner;
<> !
en-voorts-zijn-jullie-aan't-uitstromen in-het-midden-van-haar.
// \\ | \ .
als-het-uitstromen-van zilver in-het-midden-van een-uitgravingsoven, 22
<> \ . . . . .
vaszto zijn-jullie-aan't-uitstromen in-het-midden-van-haar;
| \ .
en-voorts-zijn-jullie-aan't-volkènnen ja~ik die-JHWH-van-Israël,
// <> !
uitstort-ik de-hittigheid-mijner op-jullie.
=
// <> // !
en-voorts-geschiedt de-inbreng-van~die-JHWH-van-Israël tot-mij te-zeggen. 23
|| |' \ .
stichtkind-van~roodling zeg~aan-haar jij land, 24
// <> . . . .
niet gereinigd (is)het;
// <> // !
niet beplasregend op-de-dag-van de-gramschap.
/// | .
de-verknoping-van de-profeten-van-haar (is)in0het-midden-van-haar, 25
// <> \ . . . . . . . . .
als-een-stroper(leeuw) die-brult vervretend vreetkost;
\ . .
lichaamziel eten-zij:
EZ 22
/// | .
krachtenbundeling en-kostbaarheid nemen-zij,
<> // !
de-weduwen-harer doen-zij-veel-zijn in-het-midden-van-haar.
// \ ¬
de-priesters-van-haar doen-geweld-aan de-uitleg-mijner 26
\ .
[en-voorts-pakken-zij-aan de-geheiliugde(dingen),
/// | \ .
onderscheidend~het-geheiligde voor-het-aangepakte niet splitsen-zij,
// <> \ . . . . . . .
en-onderscheidend~het-besmette voor-het-reine niet
[doen-zij-volkènnen;
| \ .
en-vandaan-van-de-verstildagen-mijner doen-zij-niet-weten
[de-welogen-hunner,
<> !
en-voorts-word-ik-aangepakt in-het-midden-van-hen.[133]
\ .
de-vorsten-harer in-het-naderlijf-harer, 27
<> \ . . . . . . . .
als-wolven vervreten-zij vreetkost;
| \ .
om-uit-te-storten~roods om-te-loor-te-doen-gaan lichaamzielen,
<> // !
ter-toebuiging-aan het-afbrokkelen-van een-brokstuk.[134]
. .
en-de-profeten-harer: 28
/// | .
zij-strijken aan-hen een-smeerlaag,
\ .
schouwend waan,
// <> . . . . . . .
en-voortspellend aan-hen liegerij;
. .
zeggende:
/// | \ .
zo zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël,
<> // !
en-voorts-is-aan't-geschieden niet een-inbreng.[135]
/// \\ | \ .
het-genotenvolk-van het-land zij-bedrukken (met)bedrukking, 29
<> . . . . . . . . . .
zij-roppen-weg met-wegropping;
EZ 22,23
/// | .
en-een-gebogene en-een-behoeftige benadelen-zij,
// <> // !
en-enwel~de-inklamper bedrukken-zij bij-(het)niet(zijn-van) stelgereling.
\ |' \ ☼
en-voorts-zoek-ik vandaan-van-hen een-menselijke bemurende~een-bemuring 30
\\ \\\ // //
[en-staande-blijvende in-de-reet voor-de-vertegenwendiging-mijner tot-bij
<> \ . . . . . . .
[het-land zonder het-te-verderven;
<> !
en-niet vind-ik.[136]
/// | .
en-voorts-stort-ik-uit over-hen de-gramschap-mijner, 31
// <> . . . . .
met-het-vuur-van de-overstókenheid-mijner maak-ik-al-af-hen;
| \ .
de-neemweg-hunner op-het-eerstdeel-hunner geef-ik,
<> // !
konde-van de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël.[137]
~
// <> // !
en-voorts-geschiedt de-inbreng-van~die-JHWH-van-Israël tot-mij 23.1
[om-te-zeggen.
. . . . . . .
stichtkind-van~een-roodling; 2
\ .
andertwee vrouwmenselijken,
// <> !
(als)stichtdochters-van een-moederende~een-één-enkele geschieden-zij.[138]
EZ 23
\ .
en-voorts-hoereren zij in-MieTseRáJieM,[139] 3
<> . . . . . . . .
in-de-bonktijd-hunner hoereren-zij;
fz .
daar worden-gedeukt de-borsten-hunner.
\ .
en-daar worden-gemasseerd[140],
<> !
de-spenen[141]-van de-maagdom-hunner.
. .
en-de-namen-hunner: 4
/// | \ ..
AáHåLáH[142] de-grotere en-AáHåLieJBháH[143] zusterverwante-harer,
\ .
en-voorts-geschieden-zij voor-mij,
<> \ . . . . . . . . . . . .
en-voorts-baren-zij stichtzonen en-stichtdochters;
|| \ .
en-de-namen-hunner ShoMeRóWN (is)AáHåLáH,
<> !
en-JeRuWSháLàieM AáHåLieJBháH.
// . . . . . . .
en-voorts-hoereert-zij op-de-drukplek-mijner; 5
| .
en-voorts-hunkert-zij op~wie-beminnen-haar ,
<> !
naar~AàShShuWR de-lijfna-zijnden.
/// \\ | \ .
gekleden-in purpur commandanten en-overheden, 6
// <> . . . .
uitgekozenen-van begeerlijkheid al-af-zij;
EZ 23
|| <> !
paardrijders oprijdend-op paarden.
/// \\ | .
en-voorts-geeft-zij de-hoererijen-harer op-hen, 7
// <> . . . .
vandaan-van-de-uitkiezing-van de-stichtkinderen-van~AàShShuWR al-af-zij;
\\\ // <>
en-met-al-af naar-wie~zij-hunkert met-al-af~de-wentelgoden-hunner
!
[wordt-zij-besmet.
/// // | \ .
en-enwel~de-hoererijen-harer vandaan-van-MieTseRàJieM niet verlaat-zij, 8
/// | \ .
ja samen-met-haar liggen-zij in-de-bonktijd-harer,
// <> \ . . . . . .
en-zij- zij-masseren de-spenen-van de-maagdom-harer;
// <> !
en-voorts-storten-zij-uit de-hoererijen-hunner op-haar.
// <> . . . . .
om-vastzo geef-ik-haar in-de-hand-van~wie-beminnen-haar; 9
| \ .
in-de-hand-van de-stichtzonen-van AàShShuWR,
// <> !
omdat zij-hunkert op-hen.
¬ \ ,
zij zij-ontmantelen de-naaktheid-harer 10
/// \\ | .
de-stichtzonen-harer en-de-stichtdochters-harer nemen-zij,
<> \ . . . . . . . . . .
en-enwel-haar met-het-zwaard vermoorden-zij;
| .
en-voorts-geschiedt~een-naam voor-de-vrouwmenselijken,
<> // !
en-stelregels maken-zij bij-haar.
=
\\ | \ .
en-voorts-ziet('t) de-zusterverwante-harer AáHåLieBháH, 11
// <> . . . . .
en-voorts-verderft-zij het-gehunker-van-haar vandaan-van(vanwege)-die;
\\ .
en-enwel~de-hoererijen-van-haar,
<> !
vandaan-van(vanwege)-de-hoererijen-van de-zusterverwante-harer.
☼ \\ /
naar~de-stichtzonen-van AàShShuWR hunkert-zij 12
[commandanten en-overheden lijfnabije gekleden met-al-afzorg,
EZ 23
<> \ . . . . . . .
paardzitters oprijdend-op paarden;
// <> !
uitgekozenen-van begeerte al-af-zij.
<> \ . . . . . . . . .
en-voorts-zie-ik ja besmet-is-zij; 13
// <> !
een-neemweg een-één-enkele voor-hun-andertwee.
<> . . . . . .
en-voorts-voegt-zij-toe aan~de-hoererijen-van-haar; 14
. .
en-voorts-ziet-zij:
| \ .
menselijken-van ingegriftheden op~de-wand,
\ .
beelden-van de-KàSseDieJM,
<> !
ingriffingen met-menie.
| / . .
omgord met-een-pantser op-het-heupenpaar: 15
/// | .
afgehangen-met sjaals op-de-eerstdelen-hunner,
// <> . . . . .
het-aanzien-van derde-mannen[144] al-af-zij;
/// | .
gelijk aan-de-stichtkinderen-van~BáBhèLs KàSseDieJM,
<> !
het-land-van geboorte-van-hen.
// <> \ . . . . . .
en-voorts-hunkert-zij op-hen voor-het-aanzien-van de-welogen-harer; 16
\\\ // <> !
en-voorts-zendt-zij werkboden naar-hen naar-de-KàSseDieJM.
\\ /// | \
en-voorts-komen tot-haar de-stichtzonen-van~BáBhèL voor-een-ligbed-van 17
.
[liefjes,
// <> . . . . . . . .
en-voorts-besmetten-zij enwel-haar met-de-hoererijen-hunner;
.
en-voorts-besmet-zij-zich~met-hen,
// <> !
en-voorts-wordt-gestoten de-lichaamziel-harer vandaan-van-hen.
| .
en-voorts-wordt-ontmanteld de-hoererij-harer, 18
<> . . . . . .
en-voorts-wordt-ontmanteld de-naaktheid-harer;
EZ 23
/// | .
en-voorts-wordt-gestoten de-lichaamziel-mijner vandaan-van-op-haar,
// // <> // !
zoals afgetrokken-is de-lichaamziel-mijner vandaan-van-op
[de-zusterverwante-harer.
<> . . . . . .
en-voorts-doet-zij-veel-zijn de-hoererijen-van-haar; 19
| \ .
ter-aanhaking-bij enwel~de-dagen-van de-bonktijd-harer,
// <> // !
dat zij-hoereert in-het-land MieTseRáJieM.
.
en-voorts-hunkert-zij, 20
<> . . . . . . .
op de-kindjongens-hunner;
/// | .
van-wie vlees-van~ezels(is) het-vlees-hunner,
// <> !
en-plenzerij-van paarden (is)de-plezerij-hunner.
.
en-voorts-moeit-zij-zich-om, 21
<> \ . . . . . .
enwel de-opzettelijkheid-van de-bonktijd-harer;
/// \\ | .
als-masseren (die)vandaanvan-MieTseRàJieM de-spenen-jouwer,
<> // .
ter-toebuiging-op de-borsten-van de-bonktijd-jouwer.
=
\ . .
om-vastzo AáHåLieJBháH: 22
¬ \ ,
zo~zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël
| /// \\ | .
kijk-hier-mij die-wek en-wel~de-beminners-van-jou op-tegen-jou,
// // <>
enwel (jij)die~heen-enweer-draait de-lichaamziel-jouwer
. .. . .
[vandaan-van(vanwege)-hen;
// <> !
en-voorts-ben-ik-aan't-doen-komen-hen over-jou in-omsingeling.
\\\\ \ .
de-stichtkinderen-van BáBhèL en-al-af~de-KàSseDieJM: 23
/// \\ .
PeQóWD en-ShoNgàH en-QuWNg,
// <> . . . . .
al-af~de-stichtkinderen-van AàShShuWR samen-met-hen;
EZ23
\\ / /// | .
uitgekozenen-van begeerte commandanten en-overheden al-af-zij,
| .
derdemannnen en-beroepenen,
// <> !
oprijdenden-op paarden al-af-zij.
\ <> ☼ /// |
en-voorts-zijn-aan't-komen over-jou kar[145] oprijtuig en-wentelwiel 24
\ .
[en-met-een-afstemming-van genotenvolken,
/// | .
schild en-schut en-helm,
// <> .
zijn-zij-aan't-zetten op-tegen-jou in-omsingeling;
/// | .
en-voorts-ben-ik-aan't-geven voor-de-vertegenwendiging-hunner stelregeling,
<> !
en-voorts-zijn-zij-regel-aan't-stellen-aan-jou met-de-stelregelingen-hunner.
\\ / . .
en-voorts-ben-ik-aan't-geven de-hartstocht-mijner op-jou: 25
/// | .
en-voorts-zijn-zij-aan't-maken samen-met-jou in-hittigheid,
/// \\ | .
de-walgneus-jouwer en-de-oren-jouwer zijn-zij-aan't-doen-wijken,
<> \ . . . . . .
en-de-latere-van-jou is-door-het-zwaard aan't-vallen;
. .
zij:
/// \\ | .
de-stichtzonen-jouwer en-de-stichtdochters-jouwer zijn-zij-aan't-nemen,
<> // !
en-het-latere-van-jou is-aan't-gegeten-worden in-vuur.
<> . . . . . . .
en-voorts-zijn-zij-aan't-ontschillen-jou enwel~van-de-kostuums-jouwer; 26
<> // !
en-voorts-zijn-zij-aan't-nemen de-gereistukken-van de-pronk-jouwer.
SEDER
/// | .
en-voorts-ben-ik-aan't-doen-verstillen de-opzettelijkheid-jouwer 27
[vandaan-van-mij,
<> \ . . . . . . .
en-enwel~het-gehoereer-jouwer vandaan-van-het-land MieTseRáJieM;
/// \\ | .
en-niet~ben-jij-hoog-heen-aan't-dragen de-welogen-jouwer naar-hen,
EZ 23
<> // !
en-bij-MieTseRáJieM ben-jij-niet aan't-aanhaken-nogmalig.
=
\ /// | \ .
ja zo zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël, 28
| .
kijk-hier-mij gevende-jou,
<> . . . . .
in-de-hand-van wie beweigert-jou;
// // <> !
in-de-hand-van wie~heen-en-weer-draait de-lichaamziel-jouwer
[vandaan-van-hen.
\\ / . .
en-voorts-zijn-zij't-aan't-maken samen-met-jou in-beweigering: 29
| .
en-voorts-zijn-zij-aan't-nemen al-af~de-arbeid-jouwer,
<> \ . . . . . .
en-voorts-zijn-zij-aan't-verlaten-jou naakt en-ontnaakt;
| \ .
en-voorts-is-aan't-ontmanteld-worden de-naaktheid-van het-gehoereer-jouwer,
<> !
en-de-opzettelijkheid-jouwer en-de-hoererijen-jouwer.
// <> . . . .
men-maakt dit aan-jou; 30
| \ .
als-jij-hoereert laat-aan-achter naties,
// <> !
om dat jij-je-besmet met-de-wentelgoden-hunner.
// <> . . . . . .
op-de-neemweg-van de-zusterverwante-jouwer ga-jij; 31
// <> !
en-voorts-ben-ik-aan't-geven de-beker-harer in-de-hand-jouwer.
=
/// | \ .
zo zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël, 32
/// | .
de-beker-van de-zusterverwante-jouwer ben-jij-aan't-drinken,
<> . . . . . . .
die-diep-is en-die-wijd-is;
// // .
jij-bent-aan't-geschieden ter-belaching en-ter-beschatering,
// !
teveel om-aan'te-kunnen.
// <> . . . . . . . . . . .
met-roesdronkenschap en-kommer ben-jij-vol-aan't-zijn; 33
EZ 23
fz \ .
een-beker-van ontzetting en-ontzettendheid,
<> // !
(is)de-beker-van de-zusterverwante-jouwet ShoMeRóWN.
\\ . .
en-voorts-ben-jij-aan't-drinken enwel-die en-aan't-uitduwen: 34
// <>
en-enwel~de-kleistukken-daarvan ben-je-aan't-vermalen
\ . . . . . . .
[en-de-borsten-jouwer ben-jij-aan't-afrijten;
///\ .
ja ik ik-breng('t)in,
// !
konde-van de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël.
=
. .
om-vastzo: 35
/// | // .
zo zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël,
fz \ .
ter-toebuiging-daaraan vergeet-jij enwel-mij,
// <> \ . . . . . . . .
en-voorts-werp-jij-weg enwel-mij laat-aan-achter
[de-rug-jouwer;
// // <> !
en-ook~jij draag-hoog-heen de-opzettelijkheid-jouwer
[en-enwel~het-gehoereer-jouwer.
=
/// | .
en-voorts-zegt die-JHWH-van-Israël tot-mij, 36
|| //
stichtkind-van~een-roodling de-regel-aan't-stellen-ben-jij?
<> . . . . . . . .
[enwel~AáHåLáH en-enwel~AáHåLieJBháH;
\ .
en-leg-voor aan-hen,
!
enwel~de-gruwelijkheden-hunner.
\ . .
ja zij-breken-de-echt: 37
| .
en-roods (is)in-de-handen-hunner,
<> . . . . .
en-samen-met~de-wentelgoden-hunner breken-zij-de-echt;
EZ 23
/// | \ .
en-ook enwel~de-stichtkinderen-hunner die zij-baren~voor-mij,
// <> !
doen-zij-oversteken voor-zich tot-eten.
// <> \ . . . . .
nogmalig dit maken-zij voor-mij; 38
/// | // .
zij-besmetten enwel~het-heiligdom-mijner op-de-dag (nl.)die,
<> !
en-enwel~de-verstildagen-mijner pakken-zij-aan.
/// | .
als-zij-villen enwel~de-stichtkinderen-hunner voor-de-wentelgoden-hunner, 39
\\\ // // <>
dan-voorts-komen-zij naar~het-heiligdom-mijner op-de-dag (nl.)die
. . . . . . . . . . . . . .
[om-aan-te-pakken-het;
// <> // !
en-kijk-hier~zo maken-zij in-het-midden-van het-huis-mijner.[146]
. .
en-voorwaar: 40
/// \\ | .
ja zij-zijn-aan't-zenden-dan-toch voor-menselijken,
<> . . . . . .
die-komen vandaan-van-verre;
\\ / /// | .
zoals een-bodewerker gezonden(is) naar-hen en-kijk-hier~zij-komen,
// // // <> // !
voor-wie jij-je-wast schminkt de-welogen-jouwer en-je-siert met-sieraad.
| \ .
en-voorts-zit-jij op~een-rekstede-van zwaarte, 41
// <> . . . . . . . .
en-een-tafel gerangschikt voor-de-vertegenwendiging-daarvan;
// <> // !
en-verwalmingsmiddel-mijner en-olie-mijner zet-jij daarop.
\ ¬ \ ,
en-de-stem-van een-roerigheid-van zorgelozen (is) bij-haar 42
| \ .
en-naar~menselijken vandaan-van-een-veelheid-van roodling(en),
// <> . . . . . . . . . .
die-doen-komen zuipers vandaan-van-een-inbrengveld;
/// | .
en-voorts-geven-zij een-juk-armbanden aan-de-handen-hunner,
// <> !
en-een-krans-van pronk op~het-eerstdeel-hunner.
|| <> . . . . . . . . . .
en-voorts-zeg-ik aan-haar-die-zich-verzondert in-echtbreuken[147]; 43
EZ 23
// // <> !
nu is-zij-aan't-hoereren het-gehoereer-harer en-zij(ook).
\ .
en-voorts-komt-men tot-haar, 44
<> \ . . . . . . . .
zoals-men-komt tot~een-vrouwmenselijke (die)hoer(is);
\ . .
vastzo komen-zij:
| .
naar~AáHåLáH en-naar~AáHåLieJBháH,
<> !
vrouwmenselijk-van opzettelijkheid.
\ . .
en-menselijken (die)rechtvaardig)zijn: 45
fz \ .
zij zijn-de-regel-aan;t-stellen enwel-aan-hen,
| .
de-stelregeling-van echtbreeksters,
<> \ . . . . . .
en-de-stelregeling-van stortsters-van roods;
/// | .
ja echtbreeksters (zijn)zij,
<> !
en-roods (is)in-de-handen-hunner.[148]
=
// // <> \ . . . . . . . . . . . .
ja zo zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël; 46
/// | .
hij-doet-opgaan op-tegen-hen een-afstemming,
// <> // !
en-hij-geeft-over enwel-hen aan-gebibber en-aan-roof.
\\ // \\ | .
en-zij-keilen op-hen gesteente ,de-afstemming, 47
// <> . . . . . . .
en-uitzuivert-die enwel-hen met-de-zwaarden-hunner;
/// | .
de-stichtzonen-hunner en-de-stichtdochters-hunner zijn-zij-aan't-vermoorden,
<> // !
en-de-huizen-hunner met-vuur aan't-vervlammen-zijn-zij.
// <> . . . . . .
en-verstillen-doe-ik opzettelijkheid vandaan-van-het-land; 48
| .
en-onderricht-worden al-af~de-vrouwmenselijken,
// <> !
en-niet zijn-zij-aan't-maken volgens-de-opzettelijkheden-jelieder.
EZ 23, 24
/// \\ | .
en-zij-geven de-opzettelijkheid op-jullie, 49
// <> . . . . . . . . . . . . . .
en-de-verwaardingen-van de-wentelgoden-jelieder
[zijn-jullie-hoog-heen-aan't-dragen;
|| //<> // !
en-julie-zijn-aan'tvolkènnen ja ik de-nachtiger-mijns[149]
[(ben)die-JHWH-van-Israël.
~
☼ \\ /
en-voorts-geschiedt de-inbreng-van~die-JHWH-van-Israël tot-mij 24.1
\ | \ .
[in-jaarandering negen in-nieuwmaand tien,
// <> !
op-de-tiende voor-de-nieuwmaand om-te-zeggen.
. .
stichtkind-van~roodling: 2
| \ .
schrijf-op~voor-jou enwel~de-naam-van de-dag,
<> \ . . . .
en-wel~bothard de-dag-(nl.)deze;
/// | .
een-stut-maakt de-koning-van~BáBhèL toe-naar~JeRuWSháLàieM,
<> // !
op-bothard de-dag (nl.)deze.
/// \\ | .
stel-voor aan~het-huis-het-weerspannige een-vore-stel, 3
\ .
en-voorts-ben-jij-aan't-zeggen tot-hen,
// <> \ . . . . . . . . . . . .
zo zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël;
/// | .
maak-gereed de-pot maak-gereed,
// <> !
en-ook~giet daarin water.
/// \\ | .
haal-bijeen de-hompen-daarvan daarnaar, 4
// <> \ . . . . . .
al-af~homp goed bekken en-flank;
\ <> !
vandaan-het-uitgekozene-van harde-botten maak(hem)-vol.
/// | .
vandaan-van-het-uitgekozene-van het-voorttrekvee neem, 5
// // <> . . . . . . . .
en-ook een-ronding-van de-harde-botten op-de-drukplek-daarvan;
EZ 24
\ .
afschuimt het-afschuimsel-daarvan,
// <> !
ook~-worden-gaar de-harde-botten-zijner in-het-midden-daarvan.
=
|| \ \ . .
om-vastzo zo~zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël: 6
¬ \ ,
wee de-stad-van de-roodsstortingen
fz \ \ .
een-pot met roest daarin,
.
en-de-roest,
// <> . . . . . . . .
niet trekt-die-uit vandaan-daarvan;
/// \\ | .
tot-homp tot-homp doe-uittrekken-hem,
// <> !
niet~valt over-haar een-lotsdeel.
/// | \ .
ja het-roods-harer in-het-midden-harer geschiedt, 7
// <> . . . . . . . . . .
op~het-gebleekte-van een klip stelt-zij-het;
/// \\ | .
niet stort-zij-het op~het-land,
// <> !
zodat-hult daarover stof.
/// | \ .
om-te-doen-opgaan hittigheid om-te-wreken met-wraak, 8
// <> \ . . . . . .
geef-ik enwel~het-roods-harer op~het-gebleekte-van een-klip;
<> !
zodat-het-zonder een-verhulling(is).
=
. .
om-vastzo: 9
/// | \ .
zo zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël,
<> \ . . . . . . . . . . . . .
wee de-stad-van de-roodsstortingen;
<> // !
ook~ik ik-doe-groot-zijn de-rondhoop.
/// | \ .
doe-veel-zijn het-hout doe-verzengend-zijn het-vuur, 10
EZ 24
<> . . . . .
maak-gaafweg het-vlees;
| .
en-saus-maak de-maaksaus,
<> !
en-de-harde-botten zijn-aan't-ontgloeien.
// <> . . . .
en-doe-staande-blijven-dat op~kolen loos; 11
\\ / \ . .
ter-toebuiging-daaraan-dat het-heet-wordt en-ontgloeit het-metaal-daarvan:
/// | .
en-uitstroomt in-het-midden-zijner de-besmetting-zijner,
<> !
gaaf-weg-is het-roest-zijner.
<> . . . .
met-streverijen tobt-zij-af; 12
/// \\ | \ .
en-niet~is-aan't-uittrekken vandaan-van-haar de-veelheid-aab roest,
<> !
in-het-vuur het-roest-harer.
<> . . . . . . . . . . .
in-de-besmetting-jouwer (is)opzettelijkheid; 13
/// | \ .
ter-toebuiging-daaraan-dat-ikreinig-jou en-niet ben-jij-rein,
|
vandaan-van(vanwege)-de-besmetting-van-jou
\ .
[ben-jij-niet rein-aan't-worden~nogmalig,
// <> !
tot-dat~ik-rust-geef enwel~de-hittigheid-mijner bij-jou.
\\ /// \\ | \ .
ik die-JHWH-van-Israël in-breng-ik-het het-komt en-ik-maak-'t, 14
// <>
niet~ben-ik't-aan't-laten-varen niet~ben-ik-verdriet-aan't-hebben
\ . . . . . . . . . . . . . . .
[en-niet ben-ik-troost-aan't-zoeken;
/// \\ |
naar-de-neemwegen-jouwer en-naar-de-handelingen-jouwer
!
[stellen-zij-de-regel-aan-jou,
<> // !
konde-van de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël.
~
// <> // !
en-voorts-geschiedt de-inbreng-van~die-JHWH-van-Israël tot-mij om-te-zeggen.15
|| \\ \\\ //
stichtkind-van~een-roodling kijk-hier-mij nemende vandaan-van-jou 16
EZ 24
// <> . . . . . .
[enwel~het-begeerde-van de-welogen-jouwer met-een-steek;
/// | \ .
en-niet ben-jij-aan't-rouwklagen en-niet ben-jij-aan't-wenen,
// <> !
en-niet ben-jij-aan't-doen-komen de-tranen-jouwer.
\ . .
het-gekreun verstart: 17
| \ .
gestorvenen betreuren ben-jij-niet~aan't-maken,
| \ .
de-pronkhoed-jouwer omwinden op-jou,
<> \ . . . . . . .
en-de-schoeisels-jouwer ben-jij-aan't-stellen
[aan-de-voetebenen-jouwer;
/// | .
en-niet ben-jij-aan't-omfloersen over~de-snorlip,
// <> // !
en-brood-van menselijken ben-jij-niet aan't-eten.
/// | .
en-voorts-breng-ik(dit)in tot~het-genotenvolk in-de-ochtend, 18
// <> . . . . . .
en-voorts-sterft de-vrouwmenselijke-mijner in-de-avond;
// <> // !
en-voorts-maak-ik in-de-ochtend naar-wat geboden-was-mij.
// <> . . . . . . . . .
en-voorts-zeggen tot-mij het-genotenvolk; 19
// | \ .
niet?~ben-jij-aan't-voorleggen aan-ons wat~deze(dingen-zijn) voor-ons,
// <> !
ja jij(bent) makende(zo).
\ . . . .
en-voorts-zeg-ik tot-hen; 20
.
een-inbreng-van~die-JHWH-van-Israël,
// <> !
geschiedt tot-mij om-te-zeggen.
\ \ . .
zeg aan-het-huis-van JieSseRáAéL: 21
¬ | ,
zo~zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël
| /// .
kijk-hier-mij aanpakkend enwel~het-heiligdom-mijner,
\ .
de-hoovaardigheid-van de-sterkte-jelieder,
// <>
het-begeerde-van de-welogen-jelieder
\ . . . . . .
[en-het-medelijden-van de-lichaamziel-jelieder;
EZ 24
\\\ //
en-de-stichtzonen-jelieder en-de-stichtdochters-jelieder
// <> // !
[omdat jullie-verlaten-hen door-het-zwaard zijn-zij-aan't-vallen.
<> \ . . . . . .
en-voorts-zijn-jullie-aan't-maken naar-wat ik-maak; 22
| \ .
over-de-snorlip zijn-jullie-niets aan't-omfloersen,
// <> // !
en-brood-van menselijken niet aan't-eten.
\ . .
en-de-pronkhoeden-jelieder (zijn) op~de-eerstdelen-jelieder: 23
| .
en-de-schoeisels-jelieder aan-de-voetebenen-jelieder,
// <> \ . . . . . . .
niet zijn-jullie-aan't-rouwklagen en-niet zijn-julie-aan't-wenen;
| .
en-voorts-zijn-jullie-aan't-verpussen in-de-ontwrichtingen-jelieder,
<> //
en-voorts-zijn-jullie-in-beroering-aan't-raken iedermenselijke
!
[naar~de-verwanten-zijner.[150]
SEDER
\\ /// | .
en-voorts-is-aan't-geschieden JeChèZeQéAL voor-jullie tot-een-godsbewijs, 24
// <> . . . . . . .
in-al-af wat~hij-maakt zijn-jullie-aan't-maken;
|| <> // \
als-het-komt zijn-jullie-voorts-aan't-volkènnen ja ik(ben) de-machtiger-mijns
!
[die-JHWH-van-Israël.[151]
=
\ .
en-jij stichtkind-van~een-roodling, 25
..
niet?:
\\ /// | .
op-die-dag neem-ik vandaan-van-hen enwel~de-sterkte-hunner,
<> . . . . . . .
het-verukkelijke-van de-pronkerij-hunner;
/// | \
enwel~het-begeerde-van de-welogen-hunner enwel~de-hoogdragendheid-van
EZ 24,25
.
[de-lichaamziel-hunner,
<> !
de-stichtzonen-hunner en-de-stichtdochters-hunner.
\ .
op-de-dag (nl.)die, 26
// . . . . .
is-aan''t-komen de-ontkomene naar-jou;
<> !
om-te-doen-horen de-oren-jelieder.[152]
\ . .
op-de-dag (nl.)die: 27
/// \\ | .
is-aan't-geopend-worden de-mond-jouwer samen-met~de-ontkomene,
|| // <> . . . . . .
en-jij-bent-aan't-inbrengen en-niet ben-jij-stom-aan't-zijn nogmalig;
| .
voor-hen tot-godsbewijs,
<> // !
en-aan't-volkènnen-zijn-zij ja~ik(ben) die-JHWH-van-Israël.[153]
=
// <> // !
en-voorts-geschiedt de-inbreng-van~die-JHWH-van-Israël tot-mij te-zeggen. 25.1
|| // <>
stichtkind-van~een-roodling stel de-vertegenwendiging-jouwer 2
\ . . . . . . .
[naar~de-stichtkinderen-van NgàMMóWN;
<> !
en-profeteer over-hen.
\\ \ .
en-voorts-ben-jij-aan't-zeggen aan-de-stichtkinderen-van NgàMMóWN, 3
<> \ . . . . . . . . . . .
hoort de-inbreng-van~de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël;
\ \ |'
zo~zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël
☼ \\ // \
[ter-toebuiging-daaraan-dat jij-zegt aha aangaande-het-heiligdom-mijner
. .
[ja~aangepakt-is-het:
/// | .
en-aangaande~het-roodlingse-van JieSseRáAéL ja ontzettend-is-het,
\ .
en-aangaande~het-huis-van JeHuWDáH,
EZ 25
// <> !
ja zij-gaan in-de-ontmanteling.
|' ☼ \\ //
om-vastzo kijk-hier-mij gevende-jou aan-de-stichtkinderen-van~oostenvroeg 4
. .
[ter-wegvanging:
/// | .
en-aan't-doen-zitten-zijn -zij de-kasseienheiningen-hunner in-jou,
// <> . . . . . .
en-voorts-zijn-zij-aan't-geven in-jou de-woningen-hunner;
fz \ .
zij zij-zijn-aan't-eten de-vruchten-jouwer,
<> // !
en-zij zij-zijnaa't-drinken de-vetmelk-jouwer.
/// | \ .
en-voorts-ben-ik-aan't-geven enwel~RàBBáH tot-een-oord-van kamelen, 5
// <> . . . . . . . . . .
en-enwel~de-stichtkinderen-van NgàMMóWN
[tot-een-beligplek-van~voorttrekvee;
<> // !
en-voorts-zijn-zij-aan'tvolkènnen ja~ik(ben) die-JHWH-van-Israël.
=
\ /// | \ .
ja zo zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël, 6
fz \ .
ter-toebuiging-aan het-klepperen-van-jou de-hand,
| . . . . . . . . .
en-aan-het-pletten-van-jou met-een-voetebeen;
/// | .
en-voorts-verheug-jij-je bij-al-af~het-struinen-van-jou
[met-de-lichaamziel,
<> !
naar~het-roodlingse-van JieSseRáAéL.
|' ☼ \\ / . .
om-vastzo kijk-hier-mij ik-geef enwel~de-hand-mijner op-tegen-jou: 7
/// | .
en-ik-geef-jou tot-een-brok voor-de-naties,
| .
en-ik-scheidt-af-jou vandaan-van~de-genotenvolken,
<> . . . . . . .
en-ik-doet-teloor-gaan-jou vandaan-van~de-landen;
.
ik-ben-aan't-verdelgen-jou,
<> // !
en-voorts-ben-jij-aan't-volkènnen ja~ik(ben) die-JHWH-van-Israël.
=
EZ 25
// <> \ . . . . . . . . . . . .
zo zegt de-machtiJáTger-mijns die-JHWH-van-Israël; 8
. .
ter-toebuiging-daaraan-dat:
/// | .
zegt MóAáBh en-SséNgieJR,
<> // !
als-al-af~de-naties (is)het-huis-van JeHuWDáH.
| \\ / /// |
om-vastzo kijk-hier-mij openend enwel~het-schouderblad-van MóWAáBh 9
.
[vandaan-van-de-steden,
<> . . . . . .
vandaan-van-de-steden-zijner vandaan-van-het-einde-zijner;
. .
zweltrots:
fz \ .
land BéJT HàJeShieJMoT,
// <> !
BàNgàL MeNgóWN en-QieReJáTáMáH.
\\ | \ .
voor-de-stichtkinderen-van~oostenvroeg op-tegen~de-stichtkinderen-van 10
[NgàMMóWN,
<> . . . . . . . .
en-voorts-ben-ik-aan't-geven-haar ter-wegvangst;
// //
ter-toebuiging-daaraan-dat niet~aangehaakt-aan't-worden-is-bij
<> !
[de-stichtkinderen-van~NgàMMóWN bij-de-naties.
<> \ . . . . . . . .
en-in-MóWAáBh ben-ik-aan't-maken stelregels; 11
<> // !
en-voorts-zijn-zij-aan't-volkènnen ja~ik(ben) die-JHWH-van-Israël.
=
/// | \ .
zo zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël, 12
\ // // // <>
ter-toebuiging-aan het-maken-van AêDóWM met-wraak wreekt-hijz-ch
\ . . . . .
[op-het-huis-van JeHuWDáH;
// <> //
en-voorts-maken-zij-zich-schuldig zich-schuldig-makend en-wreken-zij-zich
!
[op-hen.
. .
om-vastzo: 13
EZ 25
/// | \ .
zo zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël,
/// | .
en-uit-rek-ik de-hand-mijner op-tegen~AêDóWM,
// <> \ . . . . .
en-af-scheid-ik vandaan-van-aar roodling en-dier;
/// | .
en-ik-geef-over-haar-aan schroeidroogte vandaan-van-TéJMáN,
<> // !
en-naar~DeDáN door-het-zwaard zijn-zij-aan't-vallen.
\\ / . .
en-ik-geef enwel~de-wraak-mijner in-AêDóWM: 14
| \ .
door-de-hand-van het-genotenvolk-mijner JieSseRáAéL,
\ .
en-zij-maken in-AêDóWM,
<> . . . . . . .
naar-de-neuswalging-mijner en-naarde-hittigheid-mijner;
| .
en-zij-volkènnen enwel~de-wraak-van-mij,
<> // !
konde-van de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël.
~
/// | \ .
zo zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël, 15
// // <> . . . . . .
ter-toebuiging-aan het-maken-van de-PeLieJSheTieJM met-wraak;
/// | \ .
en-zij-wreken-zich met-een-wraak door-misprijzen met-de-lichaamziel,
<> // !
zodat-vernietigt een-vijandschap-van wereldlang.
. .
om-vastzo: 16
/// | \ .
zo zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël,
\\ /// | .
kijk-hier-mij uitgerekt de-hand-mijner op-tegen~de-PeLieJSheTieJM,
<> . . . . . . .
en-af-scheid-ik enwel~de-KeRéTieten;
. .
en-ik-doe-te-loor-gaan,
<> // !
enwel~het-restant-van het-strand-van de-zee.
/// | \ .
en-ik-maak bij-hen wraaknemingen grote, 17
<> . . . . . . . . .
met-rechtzettingen-van hittigheid;
EZ 25,26
| \ .
en-zij-volkènnen ja~ik(ben( die-JHWH-van-Israël,
// <> !
als-ik-geef enwel~de-wraak-van-mij op-hen.[154]
=
// // <> \ . . . . . . . . . .
en-voorts-geschiedt-het in-de-elfde jaarandering op-de-ene 26.1
[voor-de-nieuwmaaand;
// <> // !
er-geschiedt een-inbreng-van~die-JHWH-van-Israël tot-mij om-te-zeggen.
. .
stichtzoon-van~een-roodling: 2
☼ \\ /// \\ | .
ter-toebuiging-aan wat~zegt TsoR[155] over~JeRuWSháLàieM aha,
// // <>
gebroken-is-zij de-bungeldeuren-van de -genotenvolken
\ . . . . .
[zijn-versingeld naar-mij;
<> !
ik-ben-aan't-vol-gemaakt-worden zij-is-schroeidroog.
. .
om-vastzo: 3
/// | \ .
zo zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël,
// <> . . . . .
kijk-hier-mij op-tegen-jou TsoR;
// \\ | \ .
en-voorts-ben-ik-aan't-doen-opgaan op-tegen-jou naties vele,
// <> !
als-het-doen-opgaan-van de-zee tot-de-wentelingen-zijner.
|| \ . .
en-voorts-zijn-zij-aan't-verderven de-muren-van TsoR: 4
| .
en-voorts-zijn-zij-aan't-slopen de-groterts[156]-harer,
EZ 26
// <> . . . . . . .
en-voorts-ben-ik-aan't-vegen het-stof-harer vandaan-daarvan;
// <> // !
en-voorts-ben-ik-aan't-geven enwel-haar tot-een-gebleekte klip.
\\ /// | \
(als)een-uitbreidende-van visnetten is-zij-aan't-geschieden in-het-midden-van 5
.
[de-zee,
///\ .
ja ik in-breng-ik't,
<> \ . . . . . . . . . . .
konde-van de -gods-mijner die-JHWH-van-Israël;
// <> !
en-voorts-is-zij-aan't-geschieden tot-roof voor-de-naties.
\\ | \ .
de-stichtdochters-harer die(zijn) in-het-veld, 6
<> . . . . . . . . . . . .
met-het-zwaard zijn-zij-aan't-vermoord-worden;
<> // !
en-voorts-zijn-zij-aan't-volkènnen ja~ik(ben) die-JHWH-van-Israël.
~
\ /// | \ .
ja zo zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël, 7
/// // . .
kijk-hier-mij doende-komen naar~TsoR:
\\\ //
NeBhuWKhàDeRèATSTSàR de-koning-van~BáBhèL
<> \ . . . . . . . .
[vandaan-van-het-opbergnoorden de-koning-van de-koningen;
// // <> //
op-paarden en-met-oprij-tuig en-met-paardrijders en-een-afstemming
!
[en-genotenvolk~veel.
// <> \ . . . . . . . . . . . .
de-stichtdochters-jouwer in-het-veld met-het-zwaard aan't-vermoorden-is-hij; 8
\\ . .
en-voorts-is-hij-aan't-geven fortificaties:
/// \\ | .
en-voorts-is-hij-aan't-storten op-tegen-jou een-opzeetingswal,
// <> !
en-voorts-is-hij-aan't-doen-opstaan op-tegen-jou een-schild.
\ .
wegwissers-van het-verkregene-zijner, 9
<> . . . . . .
is-hij-aan't-geven bij-de-muren-jouwer;
EZ 26
.
en-de-groterts-jouwer,
<> !
is-hij-aan't-omver-rukken met-de-zwaarden-zijner.
// <>
vandaan-van(vanwege)-de-weelde-van de-paarden-zijner 10
\ . . . . . . .
[is-aan't-omhullen-jou het-schurksel-hunner;
☼ \\ / . .
vandaan-van(vanwege)-de-stem-van paardrijder en-wenteling en-oprijtuig:
\\ | .
zijn-aan't-dreunen de-muren-jouwer,
| .
als-zij-komen in-de-poorten-jouwer,
<> // !
als-komenden in-de-stad (die)gespleten(is).
\ .
met-de-klauwhoeven-van de-paarden-zijner, 11
<> . . . . . . . .
zijn-zij-aan't-betreden enwel~de-straatbuitens-jouwer;
| \ .
het-genotenvolk-jouwer met-het-zwaard is-hij-aan't-vermoorden,
// <> //
en-de-plaatsingen-van de-sterkte-jouwer zijn-ter-land
!
[tot-neerdalen-gebracht.
\ . .
en-buit-maken-zij het-vermogen-jouwer: 12
| .
en-roven de-marskramerij-jouwer,
| .
en-zij-slopen de-muren-jouwer,
// <> . . . . . .
en-de-huizen-van begeerte-jouwer rukken-zij-omver;
/// \\ | .
en-de-stenen-jouwer en-de-houten-jouwer en-de-stof-jouwer,
// <> !
in-het-midden-van het-water zijn-zij-aan't-stellen.
<> \ . . . . . . .
en-voorts-doe-ik-verstillen het-rumoer-van de-zangen-jouwer; 13
\ . // <> !
en-de-stem-van de-cisters-jouwer is-niet gehoord-aan't-worden nogmalig.
|| \ . .
en-voorts-ben-ik-aan't-geven-jou tot-een-bleke klip: 14
/// | .
(als)een-uitbreider-van bannen ben-jij-aan't-geschieden,
// <> . . . . . . . .
niet ben-jij-aan't-gesticht-worden nogmalig;
EZ 26
\ /// | .
ja ik die-JHWH-van-Israël breng-ik-in,
<> // !
konde-van de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël.
=
// // // <> . . . . . .
zo zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël aan-TsóWR; 15
\ \ . .
niet? vandaan-van(vanwege)-de-stem-van het-gevallene-jouwer:
\\ / /// \\ | .
als-kreunt een-aangepakte bij-het moordend moorden
[in-het-midden-jouwer,
<> !
zijn-aan't-dreunen de-kusten.[157]
|| . .
en-voorts-zijn-aan't-afdalen vandaan-van-op de-tronen-hunner: 16
\ .
de-hoog-heendragenden-van de-zee,
\\ | .
en-voorts-zijn-zij-aan't-doen-wijken enwel~de-opperkleden-hunner,
// <> . . . . . . .
enwel~van-de-kostuums bont-van-hen
[zijn-zij-zich-aan't-ontschillen;
/// \\ | \ .
met-huiveringen zijn-zij-zich-aan't-kleden op~het-land zijn-zij-aan't-zitten,
| .
en-voorts-zijn-zij-aan't-huiveren voor-flitsen,
<> !
en-voorts-zijn-zij-ontzet-aan't-zijn over-jou.
\ | \ .
en-voorts-zijn-zij-hoog-heen-aan't-dragen een-rouwzang en-aan't-zeggen 17
[aan-jou,
\ .
ach-hoe ga-jij-teloor,
<> . . . . . .
bewoonde[158] vandaan-van-de-zeeën;
\ . .
de-stad de-bepraalde:
☼ \\ /// | \ .
die geschiedt (als)de-harde op-de-zee zij en-de-inzittenden-harer,
// <> !
die~geven de-ontsteltenis-hunner aan-al-af-de-inzittenden-harer.
EZ 26
| \ .
nu zijn-aan't-huiveren de-kusten, 18
<> . . . . .
de-dag-van het-gevallen-zijn-van-jou;
// // <>
en-voorts-zijn-aan't-verschrikt-worden de-kusten bij-de-zee
!
[vandaan-van-het-uittrekken-van-jou.
=
\ /// | \ .
ja zo zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël, 19
/// | \ .
als-ik-geef enwel~jou (als)een-stad-van schroeidroogte,
<> \ . . . . . . . . . . .
als-de-steden die niet~bewoond[159]-zijn;
/// \\ | .
bij-het-doen-opgaan over-jou enwel~van-de-vloed-van-beroerring,
<> // !
en-voorts-zijn-aan-omhullen-jou de-wateren vele.
SEDER
☼ \
en-voorts-ben-ik-aan't-doen-neerdalen-jou samen-met~wie-neerdalen-in 20
// \ . .
[een-vergaarbak naar~een-genotenvolk wereldlang:
☼ \\ /
en-voorts-ben-ik-aan't-verstillen-jou in-een-land-van neerdrukplekken
/// | \
[als-schroeidroogten vandaan-van-wereldlang samen-met~wie-neerdalen-in
.
[een-vergaarbak,
<> \ . . . . . . . . . .
ter-toebuiging-daaraan-dat jij-niet bewoond-wordt[160] ;
// <> !
en-voorts-ben-ik-aan't-geven zweltrots in-het-land-van de-levenden.
// <> . . . . . . .
verschrikkingen ben-ik-aan't-geven-jou en-geenszins(ben)ji(er); 21
. .
en-jij-bent-aan't-gezocht-worden:
// | .
en-niet~ben-jij-aan't-gevonden-worden nogmalig voor-wereldlang,
EZ 26, 27
<> // !
konde-van de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël.[161]
=
// <> // !
en-voorts-geschiedt de-inbreng-van~die-JHWH-van-Israël tot-mij 27.1
[om-te-zeggen.
\ .
en-jij stichtzoon-van~een-roodling, 2
// <> !
draag-hoog-heen over~TsoR een-rouwzang.
\ . .
en-jij-zegt aan-TsoR: 3
\\ \ .
die-zit op~de-inkomplaatsen-van de-zee,
| .
kraam-voerend-met de-genotenvolken,
<> . . . . .
naar~kusten vele;
// | \ .
zo zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël,
|| \ .
TsóWR jij zegt,
<> // !
ik(ben) in-al-afheid mooi.
// <> . . . . . . .
in-het-hart-van de-zeeën (zijn)de-gebiedsgrenzen-jouwer; 4
|| // !
de-stichters-van-jou doen-al-af-zijn de-mooiheid-jouwer.
/// | \ .
met-cypressen vandaan-van-SseNieJR stichten[162]-zij voor-jou, 5
<> . . . . . . .
enwel al-af~de-dubbelborden[163];
EZ 27
/// | .
een-ceder vandaan-van-de-LeBháNóWN nemen-zij,
// <> !
om-te-maken een-mast op-jou.
| .
van-eiken vandaan-van-BáSháN, 6
<> . . . . . . .
maken-zij de-struinspanen-jouwer;
/// | .
de-plank-jouwer maken-zij~van-tandbeen-van BàT~AaeSchoeRieJM,
<> !
vandaan-van-de-kusten-van de-KieTTieten.
/// | \ .
batist~met-bont(stiksel) vandaan-van-MieTseRàieM geschiedt als-uitspreidsel, 7
// <> . . . . .
om-te-geschieden voor-jou tot-banier;
\\\ // // <> //
purpur en-roodblauw vandaan-van-de-kusten-van AêLieJSháH geschiedt
!
[tot-omhullling-jouwer.[164]
/// | .
de-inzittenden-van TsieJDóWN en-AàReWàN, 8
\ <> . . . . .
geschieden tot-struinroeiers voor-jou;
/// | \ .
de-wijzen-jouwer TsóWR geschieden in-jou,
<> !
zij(zijn) de-bemanningen[165]-jouwer.
\\ /// \\ | \ .
de-baardouden-van GeBàL en-de-wijzen-harer geschieden in-jou, 9
<> . . . . . . .
hard-makend de-bouwvalligheden-jouwer;
\\ /// | \ .
al-af~de-schepen-van de-zee en-de-matrozen[166]-hunner geschieden in-jou,
<> !
om-borg-te-staan voor-de-borgstelling-jouwer[167].
\\ /// | \ .
Pers en-Lydiër enPuthiër geschieden in-het-vernogen-jouwer, 10
<> . . . . .
menselijken-van de-broderij-van-jou;
EZ 27
/// | .
schutschild en-helm hangen~bij-jou,
<> // !
zij geven de-luister-jouwer.
/// \ . .
stichtkinderen-van AàReWàD en-het-vermogen-jouwer: 11
\\ | .
op~de-muren-jouwer in-omsingeling,
\\ <> . .
en-GàMMáDieten op-de-groterts[168]-jouwer geschieden;
|| /// \\ | .
de-solmiddelen-hunner hangen op~de-muren-jouwer in-omsingeling,
<> // !
zij maken-al-af de-mooiheid-jouwer.
// <>
TtàReShieJSh (is)handelsreiziger-jouwer 12
\ . . . . . . . .
[vandaan-van(vanwege)-de-veelheid-van al-af~de-welstand;
/// | \ .
in-zilver goud tin en-lood,
<> !
geven-zij de-nalatenschappen-jouwer.
/// | .
JáWáN TtoeBhàL en-MàL en-MéShéK, 13
<> . . . . . . .
zij(zijn) de-marskramers-jouwer;
/// | \ .
met-de-lichaamziel-van een-roodling en-gerei-van metaal,
<> !
geven-zij de-borgstelling-van-jou.
<> . . . . . .
vandaan-van-het-huis-van TtóWGàReMáH; 14
/// | .
paarden en-paardrijders en-muilezels,
<> !
geven-zij (als(nalatenschappen-jouwer.
/// | .
stichtkinderen-van DeDáN de-marskramers-jouwer, 15
// <> \ . . . . . . .
kusten vele de-reiswaar-van de-hand-jouwer;
// | .
horens-van tandbeen en-ebbenhout,
<> !
doen-zij-weerkeren (als)tribuut-jouwer.
// <>
AaeRáM (is)een-handelsreiziger-voor-jou 16
EZ 27 \ . . . . . .
[vandaan-van(vanwege)-de-veelheid-van de-maaksels-jouwer;
+ \\ /// | \ .
met-turkoois rood-blauw en-bontheid en-lijnwaad en-koraalrood en-karbonkel,
<> !
geven-zij bij-de-nalatenschappen-jouwer.
| \ .
JeHuWDáH en-het-land JieSseRáAéL, 17
<> . . . . .
zij(zijn) de-marskramerend-met-jou;
\ + \\ /// \\ | .
in-tarwe-van MieNNieJT en-PéNàG[169] en-honing en-olie en-mastix[170],
<> !
geven-zij als-borgstellingen-jouwer.
\\\ // //
DàMMèShèQ (is)de-handelsreiziger-jouwer met-de-veelheid-van 18
<> \ . . . . . .. . .
[de-maaksles-jouwer vandaan-van(vanwege)-de-veelheid-van~welstand;
// <> // !
met-wijn-van ChèLeBóWN en-wol blank.
/// | .
en-DáN en-JáWáN tot-weglopen-gebracht[171], 19
<> . . . . . . . . .
op-de-nalatenschappen-jouwer geven-zij;
/// | \ .
ijzer geproduceerd kassia en-stengelkalmus,
<> !
bij-de-borgstellingen-jouwer geshiedt-het.
| .
DeDáN (is)de-marskramer-jouwer, 20
<> !
in-kostuums-van~ontslag[172] om-op-te-rijden.
| \ .
NgaeRàBh en-al-af~de-hoog-heen-dragers-van QéDáR, 21
<> \ . . . . . . .
zij(zijn) de-handelsreizigers-van de-hand-jouwer;
/// | .
met-ringspringers en-reebokken en-geiten,
<> !
daarmee de-handelsreizigers-jouwer.
/// | .
de-marskramers-van SheBháNg en-RàNgeMáH,
EZ 27
<> . . . . . . .
zij(zijn) de-marskramers-jouwer;
\\ // /// | .
in-alsem al-af~crêmes en-al-af~gesteente kostbaar en-goud,
<> !
geven-zij (als)nalatenschappen-jouwer.
/// | .
CháRáN en-KàNNáH en-NgèDèN, 23
<> . . . . . .
de-marskramers-van SheBh'áNg;
<> // !
AàShShuwR KieLeMàD de-marskramers-jouwer.
/// \\ | <> | \
zij de-marskramers-jouwer in-al-af-produkten in-kaftans[173] -van purpur 24
.
[en-bontkleurigheid,
<> . . . . . .
en-in-schatten-van tapijten;
\\\ // <> !
met-snoeren omwonden en-cederbomen op-de-handelsplaatsen-jouwer.
\ .
schepen-van TàReShieJSh, 25
<> . . . . . . .
bedienend-jou vandaan-van(vanwege)-de-borgstellingen-jouwer;
\\\ // <>
en-voorts-wordt-jij-vol-gemaakt en-voorts-krijg-jij-zwaarte machtig
// !
[in-het-hart-van de-zeeën.
/// | .
in-dagen vele doen-komen-jou, 26
<> . . . . .
de-struinroeiers enwel-jou;
fz .
beluchting-van oostenvroeg,
<> // !
breekt-jou in-het-hart-van de-zeeën.[174]
| .
de-welstand-jouwer en-de-nalatenschappen-jouwer, 27
|| <> . . . . . . .
de-borgstellingen-jouwer de-matrozen-jouwer en-de-bemanningen-jouwer;
\ .
hard-makend de-bouwvalligheden-jouwer,
\ + |
en-borg-stellend de-borgstellingen-jouwer en-al-af~de-menselijken-van
EZ 27
// . .
[de-broderij-jouwer die(zijn)~in-jou:
| \ .
en-al-af~de-afstemming-jouwer die(is) in-het-midden-van-jou,
| \ !
aan'tvallen-zijn-zij in-het-hart-van de-zeeën,
<> !
op-de-dag-van het-vallen-van-jou.
<> \ . . . . . . .
voor-de-stem-van het-geschreeuw-van de-bemanningen-jouwer; 28
<> !
zijn-aan't-dreunen de-dreven.
|| . .
en-voorts-dalen-af vandaan-van-de-schepen-hunner: 29
fz \ .
al-af wie-vatten de-struinspaan,
|| <> \ . . . . .
matrozen al-af de-bemanningen-van de-zee;
<> !
aan~het-land zijn-zij-staande-aan't-blijven.
/// \\ | .
en-horen-doen-zij('t) over-jou met-de-stem-hunner, 30
<> . . . . . .
en-aan't-schreeuwen-zijn-zij bitter;
/// | .
en-zij-zijn-aan't-doen-opgaan stof op-de-eerstdelen-hunner,
<> !
in-de-as zijn-zij-zich-aan't-evenen.
/// \\ | .
zij-maken-zich-kaal naar-jou (met)kaalheid, 31
<> . . . . . . .
en-zij-gorden-aan zakken;
// // <> // !
en-zij-wenen naar-jou met-bitterheid-van~lichaamziel een-rouwklacht bitter.
\\ /// | .
en-hoog-heen-dragen naar-jou de-stichtkinderen-hunner een-rouwzang, 32
<> . . . . .
en-zij-zingen-rouw over-jou;
\ .
wie(is)? als-TsóWR,
<> // !
als-een-verstarde in-het-midden van de-zee.
/// \\ | .
als-uittrekken de-nalatenschappen-jouwer vandaan-van-zeeën, 33
<> \ . . . . .
verzadig-jij genotenvolken vele;
/// \\ | .
met-de-veelheid-van de-welstand-jouwer en-de-nalatenschappen-jouwer,
EZ 27,28
<> !
maak-jij-rijk de-koningen-van~het-land.
// // <> . . . . . . . .
tentijde-van het-gebroken-worden vandaan-van-de-zeeën 34
[in-de-diepten-van~de-wateren;
// <> //
de-borgstellingen-jouwer en-al-af~de-afstemming-jouwer in-het-midden-jouwer
!
[vallen.
/// \ .
al-af~de-inzittenden-van de-kusten, 35
<> . . . .
zijn-ontzet over-jou;
| \ .
en-de-koningen-hunner beharen-zich het-haar,
<> !
(dan)dreunen de-vertegenwendigingen-hunner.
| .
de-handelsreizigers in-de-genotenvolken, 36
zij-lipfluiten over-jou;
\ .
(tot)verzonderdheden geschied-jij,
// !
en-geenszins(ben)jij(er) tot~wereldlang.[175]
=
// <> // !
en-voorts-geschiedt de-inbreng-van~die-JHWH-van-Israël tot-mij 28,1
[om-te-zeggen.
|' <> \\ / \
stichtkind-van~een-roodling zeg aan-de-voorlegger-van TsoR zo~zegt 2
\ . .
[de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël:
\ /// | \\ |
ter-toebuiging-daaraan-dat rijzig-is het-hart-jouwer en-voorts-zeg-jij
\ .
[een-god (ben)ik,
\\\ // <> \ . . . . . . .
zittend gods zit-ik in-het-hart-van de-zeeën;
/// | .
en-jij(bent) een-roodling en-niet~een-god,
// <> // !
en-voorts-geef-jij het-hart-jouwer als-het-hart-van gods.
// // . . . . . . .
kijk-hier wijs (ben)jij vandaan-van(anders-dan)-DáNieAéL; 3
EZ 28
<> // !
(van)al-af~het-weggestopte niet maken-zij-deelgenoot-jou.
| .
door-de-wijsheid-jouwer en-door-het-onderscheidingsvermogen-jouwer, 4
// <> . . . . . . .
maak-jij voor-jou vermogen;
// // <> !
en-voorts-maak-jij goud en-zilver in-de-voorraden-jouwer.
\\\ // <>
met-de-veelheid-van de-wijsheid-jouwer bij-de-marskramerij-jouwer 5
\ . . . . . . .
[doe-jij-veel-zijn het-vermogen-jouwer;
// <> !
en-voorts-maakt-zich-rijzig het-hart-jouwer met-het-vermogen-jouwer.
=
|| // <> \ . . . . . . . . . . .
om-vastzo zo zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël; 6
// // <>
ter-toebuiging-daaraan-dat jij-aan't-geven-bent-aan-jou enwel~het-hart-jouwer
// !
[als-het-hart-van gods.
. .
om-vastzo: 7
\\ /// \\ | .
kijk-hier-mij doende-komen over-jou vreemden,
<> . . . . . .
verdeinzers-van naties;
/// | \
en-voorts-zijn-zij-aan't-ontlozen de-zwaarden-hunner over~de-mooiheid-van
.
[de-wijsheid-jouwer,
<> !
en-voorts-zijn-zij-aan't-aanpakken het-mooie-van-jou.
<> . . . . .
tot-de-kuil zijn-zij-aan't-doen-afdalen-jou; 8
// // <>
en-voorts-ben-jij-aan't-sterven de-stervenswijzen-van een-aangepakte
// !
[in-het-hart-van de-zeeën.
/// | \ .
zeggend? ben-jij-aan't-zeggen gods (ben)ik, 9
<> . . . . . . . . . . .
voor-de-vertegenwendiging-van wie-vermoorden-jou;
// // <> // !
en-jij(bent) een-roodling en-niet~een-god in-de-hand-van wie-aanpakken-jou.
\\\ // <>
het-sterven-van voorhuid-hebbenden ben-jij-aan't-sterven 10
EZ 28
// . . . . . . . .
[door-de-hand-van~vreemden;
///\ .
ja ik in-breng-ik('t),
<> // !
konde-van de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël.
=
// <> // !
en-voorts-geschiedt de-inbreng-van~die-JHWH-van-Israël tot-mij 11
[om-te-zeggen.
|| // <>
stichtkind-van~een-roodling draag-hoog-heen een-rouwzang 12
\ . . . . . . .
[over~de-koning-van TsóWR;
\ . .
en-voorts-ben-jij-aan't-zeggen aan-hem:
/// | \ .
zo zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël,
| \ .
jij(bent) verzegelende vastigheid,
// <> // !
vol wijsheid en-al-af-van mooiheid.
SEDER
\\ / . .
in-NgéDèN de-schutse-van~gods geschied-jij: 13
/// \\ | \ . .
robijn omvlechtend-jou topaas en-onyx:
// \\ | .
chrysolyth carneool en-jaspis,
\ .
saphier turkoois,
<> . . . . .
en-smaragd en-goud;[176]
\\ /// \\ | .
bodewerk-van de-pauken-jouwer en-inboorpijpen-jouwer bij-jou,
// <> !
op-de-dag dat-jij-zuiver-gesteld-wordt zijn-zij-vastzo.
\\ .
jij KheRuWB, 14
<> . . . . .
een-gezalfde die-omvlecht-jou;
EZ 28
. .
en-ik-geef-het-jou:
\\ /// | .
op-een-berg geheiligd gods geschied-jij,
// <> !
in-het-midden-van stenen-van~vuur ga-jij-je-gang.
/// | .
volgaaf (ben)jij op-de-neemwegen-jouwer, 15
<> . . . . . . . . . . . . . . .
vandaan-van-de-dag dat-jij-zuivergesteld-wordt;
// !
tot~gevonden-wordt valsheid bij-jou.[177]
\ . .
bij-de-veelheid-van de-marskramerij-jouwer: 16
\\\ // <> . . . . . . . .
maken-zij-vol het-midden-jouwer (met)geweld en-verwaarding;
☼ \\ ///
en-voorts-pak-ik-aan-jou vandaan-van-de-berg-van gods
| \ .
[en-voorts-doe-ik-teloor-gaan-jou KeRuwBh die-omvlecht,
<> !
vandaan-van-het-midden-van stenen-van~vuur.
/// | .
rijzig-is het-hart-jouwer bij-de-mooiheid-jouwer, 17
// <> . . . . . . .
jij-bederft de-wijsheid-jouwer over-schijn-jouwer;
// . .
op~het-land werp-ik-weg-jou:
\\\ // <> // !
voor-de-vertegewendiging-van koningen geef-ik-jou om-te-zien op-jou.
\ . .
vandaan-van(vanwege)-de-veelheid-van de-ontwrichtingen-jouwer: 18
| | <>
met-de-valsheid-van de-marskramerij-jouwer pak-jij-aan
. . . . . . .
[het-heiligdom-jouwer;
/// |
en-voorts-doe-ik-uittrekken~vuur vandaan-van-het-midden-van-jou
\ .
[het (is)veretend-jou,
/// \\| .
en-voorts-geef-ik-jou tot-as over~het-land,
<> !
voor-de-welogen-van al-af~wie-ziet-jou.
EZ 28
| .
al-af~wie-volkènnen-jou bij-de-genotenvolken, 19
<> . . . . .
zijn-ontzet over-jou;
\ .
verzonderd[178] geschied-jij,
<> !
en-geenszins(ben)-jij(er) tot~wereldlang.
~
// <> // !
en-voorts-geschiedt de-inbreng-van die-JHWH-van-Israël tot-mij 20
[om-te-zeggen.
|| // <> . . . . . .
stichtkind-van~een-roodling stel de-vertegenwendiging-jouwer 21
[naar~TsieJDóWN;
// !
en-profeteer over-haar.
. .
en-voorts-ben-jij-aan't-zeggen: 22
/// | \ .
zo zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël,
/// \\ | .
kijk-hier-mij op-tegen-jou TsieJDóWN,
<> . . . . .
en-voorts-ben-ik-zwaarte-aan't-krijgen in-het-midden-van-jou;
|| \ . .
en-voorts-zijn-zij-aan't-volkènnen ja~ik(ben) die-JHWH-van-Israël:
// // <> //
als-ik-maak in-haar stelregels en-voorts-ben-ik-aan't-geheiligd-worden
!
[in-haar.
|| /// | .
en-voorts-ben-ik-aan't-zenden~in-haar inbracht[179] en-roods 23
[op-de-straatbuitens-harer,
/// |
en-voorts-is-aan't-tot-vallen-gebracht-worden een-aangepakte
.
[in-het-midden-harer,
// <> . . . . . . . .
met-een-zwaard op-tegen-haar vandaan-van-de-omsingeling;
<> // !
en-voorts-zijn-zij-aan'tvolkènnen ja~ik(ben) die-JHWH-van-Israël.
EZ 28
\\ / \ . .
en-niet~is-aan't-geschieden nogmalig voor-het-huis-van JieSseRáAéL: 24
<> | \ .
een-gifdoorn die-uitslag-geeft en-een-prikheester die-hartzeer-geeft,
| .
vandaan-al-af wat-omsingelt-hen,
<> . . . . . .
zij-die-misprijzen enwel-hen;
.
en-voorts-zijn-zij-aan't-volkènnen,
// <> // !
ja ik(ben) de-machtiger[180] die-JHWH-van-Israël.
=
¬ \ ,
zo~zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël 25
\ \ . .
als-ik-verzamel enwel~het-huis-van JieSseRáAéL:
| \ \ .
vandaan-van~de-genotevolken zoals zij-verstrooid-zijn in-hen,
//
en-voorts-ben-ik-aan't-geheiligd-worden bij-hen
\ . . . . . . . . . .
[voor-de-welogen-van de-genotenvolken;
| .
en-voorts-zijn-zij-aan't-zitten op~het-roodlingse-hunner,
// <> // !
dat ik-geef aan-de-heerdienbaar-mijner aan-JàNgæQoBh.
\ ¬ ,
en-voorts-zijn-zij-aan't-zitten daarop tot-veiligheid 26
/// | \ .
en-voorts-zijn-zij-aan't-stichten huizen en-aan't-planten gaarden,
<> . . . . . . . .
en-voorts-zijn-zij-aan't-zitten tot-veiligheid;
\ . .
als-ik-maak stelregelingen:
\\ /// \\ .
bij-al-af wie-misprijzen enwel-hen vandaan-van-wie-omsingelen-hen,
.
en-voorts-zijn-zij-aan't-volkènnen,
//// <> !
ja ik(ben) die-JHWH-van-Israël de-gods-hunner.[181]
EZ 29
=
| .
in-jaarandering tien, 29.1
|' // <> . . . . . . . . . .
in-de-tiende(maand) op-de-twaalfde voor-de-nieuwmaand;
// <> // !
geschiedt de-inbreng-van~die-JHWH-van-Israël tot-mij om-te-zeggen.
|' \ .
stichtkind-van~een-roodling stel de-vertegenwendiging-jouwer, 2
<> \ . . . . . .
op-tegen~PàReNgoH koning-van MieTseRáieJM;
<> .
en-profeteer over-hem,
<> !
en-over~MieTseRáieJM al-af.
\\ // \ \
breng-in en-voorts-ben-jij-aan't-zeggen zo~zegt de-machtiger-mijns 3
. .
[die-JHWH-van-Israël:
/// | \ .
kijk-hier-mij op-tegen-jou PàReNgoH koning-van~MieTseRáieJM,
| .
de-draak[182] groot,
<> \ . . . . . .
die-beligt[183] in-het-midden-van de-rivier-zijner;
// // // <> !
die zegt aan-mij (is)de-rivier en-ik maak-die.
/// | .
en-voorts-ben-ik-aan't-geven ringdoorns in-de-kaken-jouwer, 4
// <>
en-voorts-ben-ik-aan't-doen-aankleven de-vis-van~de-rivier-jouwer
. . . . . . .
[aan-de-schubben-jouwer;
\\ | \
en-voorts-ben-ik-aan't-doen-opgaan-jou vandaan-van-het-midden-van
.
[de-rivier-jouwer,
| \ .
en-enwel al-af~de-vis-van de-rivier-jouwer,
<> !
op-de-schubben-jouwer is-het-aan't-aankleven.
\ .
en-voorts-ben-ik-aan't-weggooien-jou inbrengveld-waarts: 5
EZ 29
| | \ .
enwel-jou en-enwel al-af~de-vis-van de-rivier-jouwer,
/// | .
op~de-vertegenwendiging-van het-veld is-het-aan't-vallen,
// <> . . . . . . . . . . . .
niet ben-jij-aan't-bijeen-gehaald-worden
[en-niet-aan't-verzameld-worden;
// // // <>
voor-het-wildleven-van het-land en-voor-het-gevogelte-van de-helftenhemel
// !
[geef-ik-jou tot-eten.
| \ .
en-voorts-zijn-aan't-volkènnen al-af~de-inzittenden-van MieTseRáieJM, 6
<> \ . . . . . . . . . . . .
ja ik(ben) die-JHWH-van-Israël;
\\\ // // <>
ter-toebuiging-daaraan-dat zij-geschieden (als)-een-leunstok-van gestengelte
// !
[voor-het-huis-van JieSseRáAéL.
\\ /// \\ .
als-zij-vatten jou bij-de-handzool-jouwer ben-jij-aan't-stuk-gebeukt-worden, 7
// <> . . . . . .
en-voorts-ben-jij-aan't-splijten voor-hen al-af~de-flank;
/// \\ | .
en-als-zij-leunen op-jou ben-jij-aan't-breken,
// <> !
en-voorts-ben-jij-aan't-staande-doen-blijven voor-hen al-af~de-heupen.
=
. .
om-vastzo: 8
/// | \ .
zo zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël,
// // <> . . . . . . .
kijk-hier-mij doende-komen over-jou een-zwaard;
// <> // !
en-voorts-ben-ik-aan't-uitscheiden vandaan-van-jou roodling en gedierte.
/// \\ | \
en-voorts-is-aan't-geschieden het-land~MieTseRàJieM tot-ontzetting 9
.
[en-schroeidroogte,
<> \ . . . . . . . . . . . .
en-voorts-zijn-zij-aan'tvolkènnen ja~ik(ben) die-JHWH-van-Israël;
\\\ // // <> // !
ter-toebuiging-daaraan-dat hij-zegt de-rivier (is)aan-mij en-ik-maak(die).
// // <> . . . . . . .
om-vastzo kijk-hier-mij naar-jou en-naar~de-rivier-jouwer; 10
|| \ . .
en-voorts-ben-ik-aan't-geven enwel~het-land MieTseRàJHieM:
EZ 29
| \ .
tot-schroeidroogten schroeidroog een-ontzetting,
// <> //
vandaan-van-de-grotert[184]-van SeWéNáH en-tot~de-gebiedsgrens-van
!
[KuWSh.[185]
/// | \ .
niet is-aan't-oversteken~op-haar het-voetebeen-van een-roodling, 11
// <> \ . . . . . . .
en-het-voetebeen-van een-dier is-niet aan't-oversteken~daarop;<>
<> // !
en-niet is-het-aan't-bewoond-worden[186] veertig jaarandering.[187]
\ ☼ \\ /
en-voorts-ben-ik-aan't-geven enwel~het-land MieTseRàJieM ontzetting 12
\ \ . .
[in-het-midden-van de-landen die-zich-ontzetten:
\\ | \\ /// |
en-de-steden-harer in-het-midden-van steden schroeidroog
\ .
[zijn-aan't-geschieden (tot)ontzetting,
<> . . . . . . . . . .
veertig jaarandering;
/// \\ .
en-voorts-ben-ik-aan't-verstrooien enwel~MieTseRàJiem bij-de-naties,
<> !
en-voorts-ben-ik-aan't-verwannen-hen in-de-landen.[188]
~
// // <> \ . . . . . . . . . . .
ja zo zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël; 13
|| /// | \
vandaan-van-het-einde-van veertig jaarandering ben-ik-aan't-verzamelen
.
[enwel~MieTseRàJieM,
<> // !
vandaan-van~de-genotenvolken zoals~zij-vertrooid-zijn daarheen.[189]
| \ .
en-voorts-ben-ik-aan't-keren enwel~de-keer-van MieTseRàJieM, 14
EZ 29
/// | \ .
en-voorts-ben-ik-aan't-doen-terugkeren enwel-hen in-het-land PàTeRóWS.
// . . . . .
op~het-land dat-verkocht-is-hun;
// // !
en-voorts-zijn-zij-aan't-geschieden (als)een-koninkrijk dat-laag-is.[190]
| \ .
vandaan-van(anders-dan)~de-koninkrijken is-het-aan't-geschieden verlaagd, 15
// <> . . . . . . . . . .
en-niet~is-het-zich-hoog-heen-aan't-dragen nogmalig
[over~de-genotenvolken;
.
en-voorts-ben-ik-aant-weinig-doen-zijn-hen,
<> // !
zonder te-regeren bij-de-naties.[191]
\ | \\ ///
en-niet is-het-aan't-geschieden~nogmalig voor-het-huis-van JieSseRáAéL 16
| \ .
[tot-veligheid aanhakend-bij ontwrichting,
<> . . . . .
als-zij-zich-wenden laat-aan-achter-hen;
.
en-voorts-zijn-zij-aan'tvolkènnen,
//<> // .
ja ik(ben) de-machtiger[192] die-JHWH-van-Israël.
~
. .
en-voorts-geschiedt-het: 17
/// \\ | .
in-de-twintigste en-zevende jaarandering,
<> \ . . . . . . . . . .
in-de-eerste[193] op-de-één-enkele voor-de-nieuwmaand;
// | // !
geschiedt een-inbreng-van~die-JHWH-van-Israël tot-mij om-te-zeggen.
. .
stichtkind-van~een-roodling: 18
\ ☼ \\
NeBhuWKhàDeRèATsTsàR de-koning-van~BáBhèL doet-heerdienen
/ /// | .
[enwel~het-vermogen-zijner een-heerdienst groot naar~TsoR,
EZ 29
\ .
al-af~eerstdeel kaalgemaakt,
<> . . . . . .
en-al-af~flank geplukt;
☼ \ /// | .
en-loon geschiedt-er~niet voor-hem en-voor-het-vermogen-zijner
[vandaan-van-TsoR,
<> // !
over~de-heerdienst die~hij-heerdient op-tegen-hem.
=
. .
om-vastzo: 19
/// | \ .
zo zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël,
// // //
kijk-hier-mij gevende aan-NeBhuWKhàDeRèATsTsàR
<> \ . . . . . .
[de-koning-van~BáBhèL enwel~het-land MieTseRáJieM;
\\ / ///
en-voorts-is-hij-hoog-heen-aan't-dragen de-som-zijner en-aan't-buit-maken
| \ .
[de-buit-zijner en-aan't-roven de-roof-zijner,
// <> !
en-voorts-is-er-aan't-geschieden loon voor-het-vermogen-zijner.
| \ .
(voor)het-werk-zijner dat~hij-heerdient daarin, 20
// <> \ . . . . . . .
geef-ik aan-hem enwel~het-land MieTseRáJieM;
| \ .
wat zij-maken voor-mij,
<> // !
konde-van de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël.
SEDER
\ . .
op-de-dag (nl.)die: 21
/// \\ | \ .
ben-ik-aan't-doen-uitspruiten een-hoorn voor-het-huis JieSseRáAéL,
// // <> . . . . . .
en-aan-jou ben-ik-aan't-geven openheid-van~mond
[in-het-midden-jelieder;
<> // !
en-voorts-zijn-zij-aan't-volkènnen ja~ik(ben) die-JHWH-van-Israël.
~
EZ 30
en-voorts-geschioedt de-inbreng-van~die-JHWH-van-Israël tot-mij 30.1
[om-te-zeggen.
|| | .
stichtkind-van~een-roodling profeteer en-voorts-ben-jij-aan't-zeggen, 2
// <> \ . . . . . . . . . . . .
zo zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël;
<> // !
jammert ach voor-die-dag.
\ .
ja~lijfna(is) een-dag, 3
// <> . . . . . . . . . . . .
en-lijfna een-dag voor-die-JHWH-van-Israël;
\ .
een-dag-van overwolking,
// <> !
een-tij-van naties is-aan't-geschieden.
// \\ | .
en-voorts-is-aan't-komen een-zwaard in-MieTseRáJieM, 4
/// | .
en-voorts-is-aan't-geschieden kronkeling in-KuWSh,
// <> . . . . . . .
als-valt het-aangepakte in-MieTseRáJieM;
\ .
en-voorts-zijn-zij-aan't-nemen het-roerige-zijner,
<> !
en-voorts-zijn-gesloopt-aan't-worden de-grondvesten-zijner.
\ /// | \ .
KuWSh en-PuWTh en-LuWD en-al-af~de-mix en-KhuWBh, 5
<> \ . . . . . . . . .
en-de-stichtkinderen-van het-land-van de-zuivergang;
<> // !
samen-met-hen door-het-zwaard zijn-zij-aan't-vallen.
~
/// \ .
zo zegt die-JHWH-van-Israël, 6
| \ .
en-voorts-zijn-aan't-vallen wie-stutten MieTseRàJieM,
<> \ . . . . . .
en-voorts-is-aan't-dalen de-hoovaardij-van de-sterkte-zijner;
\ . .
vandaan-van-de-grotert-van SeWéNáH:
\\ | .
door-het-zwaard zijn-zij-aan't-vallen-daarin,
<> // !
konde-van de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël.
EZ 30
|| <> \
en-voorts-zijn-zij-ontzettend-aan't-worden in-het-midden-van landen 7
. . . . . . . . . . .
[(die)ontzettend(zijn);
|| // !
en-de-steden-zijner in-het-midden-van~steden schroeidroog-wordend
[aan't-geschieden.
<> \ . . . . . . . . . . .
en-voorts-zijn-zij-aan't-volkènnen ja~ik(ben) die-JHWH-van-Israël; 8
\ .
als-ik-geef~vuur in-MieTseRáJieM,
<> !
en-voorts-aan't-gebroken-worden-zijn al-af~wie-helpen-hem.
\ . .
op-de-dag (nl.)die: 9
\ /// | .
trekken-uit werkboden vandaan-van-de-vertegenwendiging-mijner vloten,
<> \ . . . . . . . . .
om-te-doen-huiveren enwel~KuWSh dat-zich-veilig-acht;
\\ /// | \ .
en-er-geschiedt kronkeling bij-hen op-de-dag-van MieTseRáJieM,
// <> !
ja kijk-hier het-komt.
=
// <> \ . . . . . . . . . . .
zo zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël; 10
| \ .
en-voorts-ben-ik-aan't-doen-verstillen enwel~het-rumoer-van MieTseRáJieM,
<> // !
door-de-hand-van NeBhuWKhàDeRèATsTsàR de-koning-van~BáBhèL.
☼ /// | \ .
hij en-het-genotenvolk-zijner samen-met-hem die-af-doen-deinzen naties, 11
// \ . . . . .
op-komst-zijnde om-te-verderven het-land;
/// | .
en-voorts-zijn-zij-aan't-doen-ontlozen de-zwaarden-hunner
[op-tegen~MieTseRàJieM,
// <> !
en-voorts-is-aan't-vol-mkaen enwel~het-land het-aangepakte.
/// | .
en-voorts-ben-ik-aan't-geven rivieren schroeidroog, 12
/// <> . . . . . . .
en-aan't-verkopen-ben-ik enwel~het-land in-de-hand-van~kwaden;
|| /// |
en-voorts-ben-ik-ontzettend-aan't-doen-zijn het-land en-de-volheid-zijner
.
[door-de-hand-van~vreemden,
EZ 30
// <> !
ik die-JHWH-van-Israël ik-breng('t)-in.
=
|| \ . .
zo~zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël: 13
| //
en-voorts-ben-ik-aan't-teloor-doen-gaan wentelgoden
/// | .
[en-voorts-ben-ik-aan't-doen-verstillen ongoden vandaan-van-NoPh,
// <>
en-een-hoog-heen-dragende vandaan-van-het-land-van~MieTseRàJieM
. . . . . .
[is-niet aan't-geschieden~nogmalig;
// <> // !
en-voorts-ben-ik-aan't-geven ontzag in-het-land MieTseRáJieM.
| .
en-voorts-ben-ik-ontzettend-aan't-doen-worden enwel~PàTeRóWN, 14
// <> . . . . .
en-voorts-ben-ik-aan't-geven vuur in-TsoNgàN;
// <> !
en-voorts-ben-ik-aan't-maken stelregels in-NoA.
\ .
en-voorts-ben-ik-aan't-uitstorten de-hittigheid-mijner, 15
<> \ . . . . . . .
over~SieJN de-versterking-van MieTseRáJieM;
<> // !
en-voorts-ben-ik-aan't-uitscheiden enwel~de-roerigheid-van NoA.
/// | .
en-voorts-ben-ik-aan't-geven vuur in-MieTseRàJieM, 16
/// | .
kronkelend is-aan't-kronkelen SieJN,
<> \ . . . . . . .
en-NoA is-aan't-geschieden om-te-splijten;
<> // !
en-NoPh is-beëngd dagelijks.
// // <> \ . . . . . .
de-uitgekozenen-van AáWèN en-PhieJ~BhèSèT door-het-zwaard 17
[zijn-zij-aan't-vallen;
<> // !
en-zij in-gevangenschap zijn-zij-aan't-gaan.
| \ .
en-in-TeChàPheNeChéM verduistert de-dag, 18
| \ .
als-ik-breek~daar enwel~de-rekstaven-van MieTseRàJieM,
<> \
en-voorts-is-aan't-verstild-worden~daarin de-hoovaardij-van
EZ 30
. . . . . .
[de-sterkte-zijner;
fz \ .
haar-is een-overwolking aan't-verhullen,
<> // !
en-de-stichtdochters-harer-zijn in-gevangenschap aan't-gaan.
// <> . . . . .. .
en-voorts-ben-ik-aan't-maken stelregels in-MieTseRáJieM; 19
<> // !
en-voorts-zijn-zij-aan't-volkènnen ja~ik(ben) die-JHWH-van-Israël.
~
. .
en-voorts-geschiedt-het: 20
/// | .
in-de-elfde jaarandering,
<> . . . . . . . . . . .
op-de-eerste voor-de-nieuwmaand;
// <> // !
geschiedt de-inbreng-van~die-JHWH-van-Israël tot-mij om-te-zeggn.
|| // //
stichtkind-van~een-roodling enwel~de-arm-van PàReNgoH 21
<> . . . . . . .
[koning-van~MieTseRàJieM breek-ik;
\ ☼ \\ /
en-kijk-hier niet~wordt-hij-omwonden om-te-geven herstel
// // //
[voor-het-gesteld-worden-van een-windsel om-te-onwinden-haar
<> // !
[om-hard-te-maken-haar om-te-vatten het-zwaard.
=
|| \ \ . .
om-vastzo zo~zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël: 22
| \ .
kijk-hier-mij naar~PàReNgoH koning-van~MieTseRàJieM,
| .
en-voorts-ben-ik-aan't-breken enwel~de-armen-zijner,
<> . . . . . . .
enwel~de-hard-maker en-enwel~de-gebrokene[194]';
// <> !
en-voorts-doe-ik-vallen enwel~het-zwaard vandaan-van-de-hand-zijner.
// <> . . . . . .
en-voorts-ben-ik-aan't-verstrooien enwel~MieTseRàJieM bij-de-naties; 23
EZ 30, 31
<> !
en-voorts-ben-ik-aan't-verwannen-hen in-de-landen.
. .
en-voorts-ben-ik-hard-aan't-doen-zijn: 24
\ .
enwel~de-arm-van de-koning-van BáBhèL,
\ <> . . . . . .
en-voorts-ben-ik-aan't-geven enwel~het-zwaard-mijner
[in-de-hand-zijner;
| \ .
en-voorts-ben-ik-aan't-breken enwel~de-arm-van PàReNgoH,
// // <>
en-voorts-is-hij-aan't-kreunen het-kreunen-van een-aangepakte
!
[voor-de-vertegenwendiging-zijner.
. .
en-voorts-ben-ik-hard-aan't-maken: 25
| \ .
enwel~de-armen-van de-koning-van BáBhèL,
// <> . . . . . .
en-de-armen-van PàReNgoH zijn-aan't-vallen;
|| \ . .
en-voorts-zijn-zij-aan't-volkènnen ja~ik(ben) die-JHWH-van-Israël:
/// | \ .
als-ik-geef het-zwaard-mijner in-de-hand-van de-koning-van~BáBhèL,
// <> // !
en-voorts-is-hij-aan't-rekken enwel-dat naar-het-land MieTseRáJieM.
/// \\ | .
en-voorts-ben-ik-aan't-verstrooien enwel~MieTseRàJieM bij-de-naties, 26
// . . . . . . .
en-voorts-ben-ik-aan't-verwannen enwel-hen in-de-landen;
<> // !
en-voorts-zijn-zij-aan't-volkènnen ja~ik(ben) die-JHWH-van-Israël.
=
. .
en-voorts-geschiedt-het: 31.1
/// | .
in-de-elfde jaarandering,
<> \ . . . . . . . . . .
in-de-derde[195] op-de-ene voor-de-nieuwmaand;
// <> // !
geschiedt de-inbreng-van~die-JHWH-van-Israël tot-mij om-te-zeggen.
|| // // <>
stichtkind-van~een-roodling zeg tot~PàReNgoH de-koning-van~MieTseRàJieM 2
EZ 31
. . . . . .
[en-tot~het-roerige-zijner;
<> // !
naar~wie? ben-jij-te-vergelijken in-de-grootte-jouwer.
\\ / \ . .
kijk-hier AàShShuWR een-ceder op-de-LeBháNóWN: 3
// // <> \
mooi-van twijg en-oerwoud vandaan-van(vanwege)-de-schemer en-hoog-van
. . . . . . . .
[opstand;
\ .
en-onderscheidend wolkdikten,
<> !
geschiedt de-wollentop-zijner.
\ .
wateren doen-groot-zijn-hem, 4
<> . . . . .
een-roerpoel doet-verheven-zijn-hem;
. .
enwel~de-blikkeringen-zijner:
| \ .
gaande omsingelend de-planting-zijner,
\ .
en-enwl~de-oppergangen-harer uitzendend,
<> // !
naar al-af~de-hout-bomen-van het-veld.
| \ .
om~vastzo is-hoog de-opstand-zijner, 5
<> \ . . . . .
vandaan-van-al-af de-houtbomen-van het-veld;
\\ /
en-voorts-doet-hij-veel-zijn de-tweespaltige(takjes)-zijner
\\\ // //
[en-voorts-zijn-gestrekt de-pronkstels-zijner vandaan-van-de-wateren vele
!
[als-hij-uitzendt-die.
/// | <> .
in-de-tweespaltigjes-zijner nestelen-zij al-af~het-gevogelte-van 6
[de-helftenhemel,
/// | .
en-op-de-drukplek-van de-pronkstels-zijner baren-zij
\ . . . . .
al-af het-wildleven-van het-veld;
| .
en-in-de-schemer-zijner zitten-zij,
<> // !
al-af de-naties vele.[196]
EZ 31
\ .
en-voorts-is-hij-mooi in-de-grootheoid-zijner, 7
<> . . . . . .
als-hij-strekt de-bungeltakken-zijner;
// <> !
ja~geschiedt de-wortel-zijner aan~wateren vele.
\ ¬ ,
ceders niet~maken-zij-donker-hem in-de-schutse-van~gods 8
. .
cypressen:
/// | .
zijn-niet gelijk aan-de-tweespaltigen-zijner,
// <> . . . . . .
en-platanen niet~geschieden-zij als-de-pronksels-zijner;
| .
al-af~het-hout in-de-schutse-van~gods,
// <> !
is-niet~gelijk aan-hem in-de-mooiheid-zijner.
\ .
mooi maak-ik-hem, 9
<> . . . . . .
met-de-veelheid-van de-bungeltakken-zijner;
\\ | .
en-voorts-beijveren-zich-hem al-af~de-houtbomen-van~NgéDèN,
<> // !
die(zijn) in-de-schutse-van de-gods.
=
. .
om-vastzo: 10
/// | \ .
zo zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël,
|| // <> . . . . . . .
ter-toebuiging-daaraan dat jij-hoovaardig-bent met-een-opstand;
/// | \ .
en-voorts-geeft hij de-woltop-zijner naar~onderscheidend wolkdikke(takken),
// <> !
en-verheven-is het-hart-zijner in-de-hoovaardigheid-zijner.
.
en-ik-ben-aan't-geven-hem, 11
<> \ . . . . . . .
in-de-hand-van een-vooruitzicht-hebbende-van de-naties;
/// | .
makend is-hij-aan't-maken aan-hem,
<> !
als-hij-schendt verdrijf-ik-hem.
\\\ // // <>
en-voorts-scheiden-uit-hem vreemden die-doen-afdeinzen naties 12
EZ 31
. . . . .
[en-voorts-gooien-zij-weg-hem;
☼ \\ / \ . .
op[197]~de-bergen enop-al-af~de-hoogheden vallen de-bungeltakken-zijner:
/// | \\ \ .
en-voorts-breken de-pronksels-zijner in-al-af de-beddingen-van het-land,
\\\ //
en-voorts-dalen-af vandaan-van-de-schemer-zijner
// <> !
[al-af~de-genotenvolken-van het-land en-voorts-gooien-zij-weg-hem.
// <> \
op~het-omgevallene-zijner zijn-aan't-voortwonen al-af! het-gevogelte-van 13
. . . . . .
[de-helftenhemel;
\ .
en-aan~de-pronksels-zijner geschieden-zij,
<> // !
al-af het-wildleven-van het-veld.
|' // \\
ter-toebuiging-daaraan dat niet~aan't-zich-verhogen-zijn 14
// . .
[bij-de-opstam-hunner al-af~de-houtbomen-van~wateren:
/// |
en-zij-niet~aan't-geven-zijn enwel~de-woltoppen-hunner
\\ .
[naar~onderscheidend wolkdikten,
\\\ // \
en-niet~staande-aan't-blijven-zijn op-zichzelf[198] al-af~die-drinken
. . . . . .
[water;
| \\ // \
ja~al-af-zij worden-overgeven om-te-sterven naar~het-land
. .
[op-de-drukplek-daarvan:
// // <> //
in-het-midden-van de-stichtkinderen-van roodling naar~wie-afdalen
!
[in-de-vergaarbak.
=
|| \ . .
zo~zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël: 15
EZ 31
\\ /// \\ | //
op-de-dag van-afdalen-van-hem oergroeve-waarts doe-ik-treuren
/// | .
[hul-ik over-hem enwel~de-oerpoel,
| .
en-voorts-belet-ik blikkeringen[199],
<> \ . . . . .
en-voorts-worden-al-af-gehouden wateren vele;
/// | .
en-voorts-maak-ik-zwart op-tegen-hem LeBháNóWN,
// <> // !
en-al-af~de-houtbomen-van het-veld boven-hem bezwijmen-zij.
/// | \
vandaan-van(vanwege)-de-stem-van het-omgevallene-zijner doe-ik-dreunen 16
.
[naties,
// <>
als-ik-doe-neerdalen enwel-hem oergroevewaarts
\ . . . . . . .
[samen-met~neerdalem in-een-vergaarbak;
\\ | /// |
en-voorts-zoeken-troost in-het-land op-de-drukplek-daarvan
.
[al-af~de-houtbomen-van~NgéDèN,
// <> // !
het-uitgekozene en-het-goede-van~LeBháNóWN al-af~wie-drinken water.
. .
ook-zij: 17
// <> . . . . . .
dalen-af oergroevewaarts naar~de-aangepakten-van~een-zwaard;
// // <> //
en-(door)de-arm-zijner zitten-zij in-de-schemer-zijner in-het-midden-van
!
[de-naties.
\\ // // // <> . . . . .
aan-wie? ben-jij-gelijk alzo in-zwaarte en-in-grootte 18
[bij-de-houtbomen-van~NgéDèN;
|
en-voorts-ben-jij-tot-afdalen-gebracht-aan't-worden
// \ . .
[samen-met~de-houtbomen-van~NgéDèN naar~het-land-op-drukplek-daarvan:
\\ /// ||
in-het-midden-van voorhuidhebbenden ben-jij-aan't-neerliggen
.
[samen-met~de-aangepakten~door-een-zwaard,
fz | .
hij PàReNgoH en-al-af~het-roerige,
EZ 31, 32
<> // !
konde-van de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël.
=
SEDER
| \ .
en-voorts-geschiedt-het in-de-twaalfde jaarandering, 32.1
// <> \ . . . . . . . . . .
in-de-twaalfde nieuwmaand op-één-enkele voor-de-nieuwmaand;
// <> // !
geschiedt de-inbreng-van~die-JHWH-van-Israël tot-mij om-te-zeggen.
. .
stichtkind-van~een-roodling: 2
/// | \ .
draag-hoog-heen een-rouwzang over~PàReNgoH
[de-koning-van~MieTseRàJieM,
\ .
en-voorts-ben-jij-aan't-zeggen tot-hem,
// <> . . . . . . . . . . . .
een-tegenaar[200]-van de-naties ben-jij-gelijk-geworden;
| \ .
en-jij(bent) als-een-draak in-de-zeeën,
\ . .
en-voorts-tijg-jij-uit in-de-blikkeringen-jouwer:
\\ | .
en-voorts-verrommel-jij~water met-de-voetebenen-jouwer,
<> !
en-voorts-vertroebel-jij de-blikkeringen-hunner.
/// | \ .
zo zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël, 3
/// \\ | .
en-voorts-ben-ik-aan't-spreiden over-jou enwel~de-wegvanger-mijner,
<> \ . . . . .
met-een-afstemming-van genotenvolken vele;
<> !
en-voorts-zijn-zij-aan't-doen-opgaan-jou in-het-net-mijner.
\ .
en-voorts-ben-ik-aan't-weggooien-jou in-het-land, 4
// <> . . . .
op~de-vertegenwendiging-van het-veld ben-ik-aan't-smijten-jou;
// \\ | \
en-voorts-ben-ik-aan't-doen-voortwonen op-jou al-af~het-gevogelte-van
EZ 32
.
[de-helftenhemel,
// <> //
en-voorts-ben-ik-aan't-verzadigen vandaan-van-jou het-wildleven-van
!
[al-af~het-land.
// <> . . . . . . .
en-voorts-ben-ik-aan't-geven enwel~het-vlees-jouwer op-de-bergen; 5
// <> !
en-voorts-ben-ik-vol-aan't-doen-zijn de-valleien met-de-verhevenheden-jouwer.
| \\\ //
en-voorts-ben-ik-aan't-doen-drenken het-land-van het-uitvloeisel-jouwer 6
<> . . . . . . .
[vandaan-van(vanwege)-het-roods-jouwer tot-aan~de-bergen;
<> // !
en-beddingen zijn-vol-aan't-worden-! vandaan-van(vanwege)-jou.
/// | .
en-voorts-ben-ik-aan't-verhullen bij-het-blussen-van-jou hemelhelften, 7
<> . . . . . . .
en-voorts-ben-ik-zwart-aan't-doen-zijn enwel~de-sterren-hunner;
fz // .
de-zon met-overwolking ben-ik-aan't-verhullen,
|| // !
en-de-maan is-niet~aan't-doen-lichten het-licht-geven.
/// | .
al-af~wie-doen-lichten licht in–de-helftenhemel, 8
<> . . . . .
ben-ik-zwart-aan't-doen-worden over-jou;
/// \\ | .
en-voorts-ben-ik-aan't-geven duisternis over~het-land-jouwer,
<> // !
konde-van de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël.
.
en-voorts-ben-ik-hartzeer-doen-hebben, 9
<> \ . . . . .
het-hart-van genotenvolken vele;
/// | .
als-ik-doe-komen het-breken-van-jou bij-de-naties,
| !
over-landen die jullie-niet~volkènnen.
\\ / \ .
en-voorts-doe-ik-zich-ontzetten over-jou genotenvolken vele, 10
| /// \\ | .
en-de-koningen-hunner zijn-aan't-beharen over-jou beharing,
// <> . . . . . . .
als-ik-doe-vliegen het-zwaard-mijner
[over~de-vertegenwendigingen-hunner;
// | \
en-voorts-zijn-zij-aan't-huiveren voor-opflitsingen iedermenselijke
EZ 32
.
[voor-de-lichaam-ziel-zijner,
<> !
op-de-dag-van de-val-van-jou.
=
// // \ . . . . . . . . . . . .
ja zo zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël; 11
// <> !
het-zwaard-van de-koning-van~BáBhèL is-aan't-komen-bij-jou.
/// | \ . .
met-de-zwaarden-van heerbazen ben-ik-aan't-doen-vallen het-roerige-jouwer:12
// <> . . . .
verdeinzers-van de-naties al-af-(zijn)zij;
| \ .
en-voorts-zijn-zij-aan't-overweldigen enwel~de-hoovaardij-van MietseRàJieM,
<> !
en-voorts-is-aan't-verdelgd-worden al-af~het-roerige-zijner.
|
en-voorts-ben-ik-te-loor-aan't-doen-gaan enwel~al-af~het-diervee-hunner, 13
<> \ . . . .
vandaan-van-op wateren vele;
\\ || | .
en-niet is-aan't-verrommelen-hen het-voetebeen-van~een-roodling nogmalig,
// <> // !
en-de-klauwen-van het-diervee zijn-niet aan't-verrommelen-hen.
fz \ .
dan ben-ik-omlaag-aan't-doen-gaan de-wateren-hunner, 14
<> \ . . . . .
en-de-blikkeringen-hunner als-olie ben-ik-(ze)aan't-doen-gaan;
<> // !
konde-van de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israèl.
☼ \\ / \ .
als-ik-geef enwel~het-land MieTseRàJieM tot-ontzetting 15
en-het-wordt-onzettend,
fz .
het-land vandaan-van-de-volheid-zijner,
<> \ . . . . . .
als-ik-sla enwel~al-af~de-inzittenden daarin;
<> // !
en-voorts-zijn-zij-aan't-volkènnen ja~ik(ben) die-JHWH-van-Israël.
// | .
een-rouwzang (is)dit en-voorts-zijn-zij-aan't-rouwzangen-het, 16
// <> \ . . . .
de-stichtdochters-van de-naties zijn-aan't-rouwzinbgen enwel-dat;
/// | \
over~MieTsRàJieM en-over~al-af~het-roerige-zijner zijn-zij-aan't-rouwzingen
EZ 32
.
[enwel-dat,
<> // !
konde-van de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël.
=
| \ \ .
en-voorts-geschiedt-het in-de-twaalfde jaarandering, 17
// <> . . . . . . . . . .
op-de-vijf tiende voor-de-nieuwmaand;
// <> // !
geschiedt de-inbreng-van~die-JHWH-van-Israël tot-mij om-te-zeggen.
|| // // <>
stichtkind-van~een-roodling klaag over~het-roerige-van MieTseRàJieM 18
. . . . .
[en-doe-afdalen-hen;
// // <>
de-getooiden-hunner naar~het-land-van de-drukplekken
// !
[samen-met~wie-afdalen-in de-vergaarbak.
<> . . . . . . .
vandaan-van-wie? ben-jij-klankmooi; 19
// <> !
daal-af en-doe-je-neerliggen samen-met~voorhuidhebbenden.
// <> . . . . . .
in-het-midden-van aangepakten-van~het-zwaard zijn-zij-aan't-vallen; 20
\ .
(aan)een-zwaard wordt-zij-gegeven,
// <> !
voert-weg enwel-haar en-al-af~het-roerige-harer.
|| \\\ //
aan't-inbrengen-zijn~aan-hem de-vooruitzicht-hebbenden-van de-heerbazen 21
// <> . . . . .
[vandaan-van-het-midden-van de-oergroeve enwel~de-helpers-van-hem;
// // <> !
afdalen neerliggen de-voorhuidhebbenden aangepakten-van~het-zwaard.
/// | .
daar AàSnShuWR en-al-af~de-afstemming-zijner, 22
<> . . . . . .
omsingelend-hem de-graven-zijner;
\ .
al-af-zij aangepakten,
<> !
de-gevallenen in-het-zwaard.
\\ /// \\ | .
van-wie gegeven-worden de-graven-zijner in-de-bekkenholten-van 23
[de-vergaarbak,
EZ 32
\ .
en-voorts-geschiedt de-afstemming-zijner,
<> . . . . . .
omsingelend de-graven-zijner;
/// | \ .
al-af-zij aangepakten gevallenen in-het-zwaard,
// <> // !
die~geven ontsteltenis in-het-land-van de-levenden.
/// | .
daar NgéJLáM en-al-af~het-roerige-zijner, 24
<> . . . . . .
omsingelend de-graven-zijner;
\ ☼ \\ / //
al-af-zij aangepakten gevallenen in-het-zwaard die~afdalen
\ \ . .
[voorhuidhebbend naar~het-land-van de-drukplekken:
\\ /// | \ .
die geven de-ontsteltenis-hunner in-het-land-van de-levenden,
// <>
en-voorts-dragen-zij-hoog-heen de-schaamdelen-hunner
// !
[samen-met~wie-afdalen-in de-vergaarbak.
\ ☼ \\ // |
in-het-midden-van aangepakten geven-zij een-ligplaats aan-hem 25
.
[bij-al-af~het-roerige-zijner,
<> . . . . . .
omsingelend de-graven-zijner;
\ \ |' \\
al-af-zij voorhuidhebbendnen aangepakten-van~het-zwaard ja~gegeven-wordt
/ \ . .
[de-ontsteltenis-hunner in-het-land-van de-levenden:
/// |
en-voorts-dragen-zij-hoog-heen de-schaamdelen-hunner
\ .
[samen-met~wie-afdalen-in de-vergaarbak,
// <> !
in-het-midden-van aangepakten wordt-die-gegeven.
\ /// | .
daar MèShèQ TtoeBhàL en-al-af~het-roerige-zijner, 26
<> . . . . . .
omsingelend de-graven-zijner;
/// |\ .
al-af-zij voorhuidhebbenden aangepakten-van het-zwaard,
// <> // !
ja~zij-geven de-ontsteltenis-hunner in-het-land-van de-levenden.
/// | .
en-niet zijn-zij-aan't-neerliggen samen-met~heerbazen, 27
EZ 32
<> . . . . . . . . . . . . . . .
de-gevallenen vandaan-van-de-voorhuidhebbenden;
\ \ ☼ \
die afdalen-in~de-oergroeve in-al-af~de-broderijen-hunner en-voorts-geven-zij
// \ . .
[en-wel~de-zwaarden-hunner op-drukplek-van de-eerstdelen-hunner:
/// | .
en-voorts-geschieden de-ontwrichtingen-hunner
[over~de-harde-botten-hunner,
// <> \ !
ja~de-ontsteltenis-van de-heerbazen in-het-land-van de-levenden.
. .
en-jij: 28
\\\ // //
in-het-midden-van voorhuidhebbenden ben-jij-gebroken-aan't-worden
<> !
[en-ben-jij-aan't-neerliggen samen-met~de-aangepakten-van~een-zwaard.
\ . .
daar(is) AêDóWM: 29
\\ | .
de-koningen-zijner en-de-al-af~de-hoog-heen-dragenden-zijner,
// <> . . . . . . .
die~gegeven-worden bij-de-heerbazen-hunner
[samen-met~de-aangepakten~van-een-zwaard;
// // <>
zij samen-met~voorhuidhebbenden zijn-zij-aan't-neerliggen
!
[en-samen-met~wie-afdalen-in een-vergaarbak.
\ // // <> . . . . . . .
daar(zijn) de-voorgieters-van het-opberg-noorden al-af-zij 30
[en-al-af~de-TsieDoNiërs;
\ .
die~afdalen samen-met~aangepakten,
/// |
door-de-ontsteltenis-hunner vandaan-van-de-heerbazen-hunner
.
[te-schande-wordend,
/// | !
en-voorts-liggen-zij voorhuidhebbend
[samen-met~de-aangepakten-van~een-zwaard,
// <>
en-voorts-dragen-zij-hoog-heen de-schaamdelen-hunner
!
[samen-met~wie-neerdalen-in~een-vergaarbak.
| \ .
enwel-hen is-aan't-zien PàReNgoH, 31
<> . . . . . .
en-voorts-is-hij-troost-aan't-zoeken over~al-af~het-roerige-zijner;
EZ 32, 33
\\ | \ .
aangepakten-van-een-zwaard PàReNgoH en-al-af~het-vermogen-zijner,
<> // !
konde-van de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël.
// <> \ . . . . . . . .
ja~ik-geef enwel~ontsteltenis-zijner in-het-land-van de-levenden; 31
☼ \\ /
en-tot-neerliggen-gebracht-wordt-hij in-het-midden-van voorhuidhebbenden
. .
[samen-met~de-aangepakten-van~een-zwaard:
| .
PàReNgoH en-al-af~het-roerige-zijner,
<> // !
konde-van de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël.[201]
~
// <> // !
en-voorts-geschiedt de-inbreng-van~die-JHWH-van-Israël tot-mij 33.1
[om-te-zeggen.
. .
stichtkind-van~een-roodling: 2
/// |
breng-in tot~de-stichtkinderen-van~het-genotenvolk-jouwer
\ .
[en-voorts-ben-jij-aan't-zeggen tot-hen,
// <> . . . . . .
ja~aan't-doen-komen-ben-ik over-haar een-zwaard;
EZ 33
\\ | / ///
en-voorts-zijn-aan't-nemen het-genotenvolk-van~het-land een-manmenselijke
| .
[een-één-enkele vandaan-van-het-uiteinde-hunner,
// // !
en-voorts-zijn-zij-aan't-geven enwel-hem tot-verspieder.
// <> \ . . . . . .
en-voorts-is-hij-an't-zien enwel~het-zwaard (dat)komt over-het-land; 3
// <> //
en-voorts-is-hij-aan't-stoten op-de-klaroen en-voots-doet-hij-'t-klaar-zijn
!
[samen-met~het-genotenvolk.
\\ / // |
en-voorts-is-aan't-horen wie-hoort enwel~de-stem-van de-klaroen 4
\ .
[en-niet is-het-hem-klaar-aan't-worden,
// <> . . . . .
en-voorts-komt het-zwaard en-voorts-neemt-het-hem;
// <> !
het-roods-zijner is-op-het-eerstdeel-zijner aan't-geschieden.
\\ /// | \ .
enwel de-stem-van de-klaroen hoort-hij en-niet wordt-het-hem-klaar, 5
<> \ . . . . . . . .
het-roods-zijner is-op-hem aan't-geschieden;
// <> // !
en-wordt'het-hem klaar de-lichaamziel-zijner ontsnapt.
☼ \\ / . .
en-de-verspieder ja~aan't-zien-is-hij enwel~het-zwaard dat-komt: 6
/// | \ .
en-niet~stoot-hij op-de-klaroen en-het-genotenvolk
[is-het-niet~klaar-aan't-worden,
\ .
en-voorts-komt het-zwaard,
// <> . . . . . . . . .
en-voorts-neemt-het vandaan-van-hen de-lichaamziel;
fz \ .
hij-wordt in-de-ontwrichting-van-hem genomen,
<> // !
en-het-roods-zijner vandaan-van-de-hand-van~de-verspieder
[ben-ik't-aan-navragen.
=
\ .
en-jij stichtkind-van~een-roodling, 7
// <> \ . . . . .
verspiedend geef-ik-jou aan-het-huis JieSseRáAéL;
/// | .
en-voorts-ben-jij-aan't-horen vandaan-van-de-mond-mijner een-inbreng,
EZ 33
// <> !
en-voorts-ben-jij-het-klaar-aan't-doen-zijn enwel-hun vandaan-van-mij.
\ ☼ | \ .
als-ik-zeg aan-de-schender schender stervend ben-jij-aan't-sterven, 8
\ .
en-niet breng-jij-in,
// <> . . . . . .
om-het-klaar-te-doen-zijn de-schender
[vandaan-van(vanwege)-de-neemweg-zijner;
/// | \ .
hij de-schender is in-de-ontwrichting-zijner aan't-sterven,
<> // !
en-het-roods-zijner vandaan-van-de-hand-jouwer ben-ik't-aan't-navragen.
☼ \\ ///
en-jij ja~klaar-doe-jij't-zijn de-schender 9
| \ .
[vandaan-van(vanwege)-de-neemweg-zijner om-om-te-keren daaarvandaan,
<> . . . . . .
en-niet~keert-hij-om vandaan-van(vanwege)-de-neemweg-zijner;
fz .
hij in-de-ontwrichting-van-hem is-hij-aan't-sterven,
<> // !
en-jij de-lichaamziel-jouwer sleep-jij-eruit.
=
\ . .
en-jij stichtkind-van~een-roodling: 10
| \ .
zeg tot~het-huis-van JieSseRáAéL,
/// | .
vastzo zeggen-jullie te-zeggen,
// <>
ja~de-afvalligheden-onzer en-de-verwaardingen-onzer
. . . . .
[(zijn)op-ons;
// // <> // !
en-door-hen (zijn)wij verpust-wordend en-ach-hoe zijn-wij-aan't-leven.
\\ / \ \ \ . .
zeg tot-hen levend(ben)~ik konde-van de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël:11
| \ .
ware't-dat~ik-welgevallen-aan't-hebben-ben in-het-sterven-van de-schender,
\ // //
ja ware't~in-het-omkeren-van de-schender
<> . . . . .
[vandaan-van(vanwege)-de-neemweg-zijner
[en-voorts-is-hij-aan't-leven;
\ / \\\
keert-om keert-om vandaan-van(vanwege)-de-neemwegen-jelieder
EZ 33
// // <> // !
[die-kwaad-zijn en-voor-wat? zijn-jullie-aan't-sterven huis-van JieSseRáAéL.[202]
~
\ . .
en-jij stichtkind-van~een-roodling: 12
/// |
zeg tot-de-stichtkinderen-van~het-genotenvolk-jouwer
\ . .
[de-gerechtigheid-van de-rechtvaardige:
/// \\ | \ .
is-niet aan't-eruit-slepen-hem op-de-dag-van de-afvalligheid-zijner,
/// | \
en-het-schenden-van de-schender is-niet~aan't-doen-struikelen
.
[hem,
<> \
op-de-dag-van het-omkeren-van-hem
. . . .
[vandaan-van-het-schenden-van-hem;
. .
en-de-rechtvaardige:
// // // <> //
niet is-hij't-aan't-aankunnen om-te-leven daarmee op-de-dag
!
[dat-hijverwaardt.
/// | \ .
als-ik-zeg aan-de-rechtvaardige levend is-hij-aan't-leven, 13
// <> \ . . . . . .
en-hij~zich-veilig-weet-hij op~de-gerechtigheid-zijner en-hij-maakt valsheid;
| \ .
bij-al-af~de-gerechtigheid-zijner is-niet aan't-aangehaakt-worden,
// <> // !
en-in-de-valsheid-zijner die~hij-maakt daaraan is-hij-aan't-sterven.
// <> \ . . . . . . .
en-als-ik-zeg aan-een-schender stervend ben-jij-aan't-sterven; 14
| .
en-hij-keert-om vandaan-van-de-verwaarding-zijner,
// <> !
en-hij-maakt stelregeling en gerechtigheid.
\ /// | \ . . . . . . . .
een-pand is-aan't-doen-weerkeren een-schender weggeropts 15
[is-hij-aan't-vervredigen,
/// | .
in-de-ingriffingen-van de-levenden gaat-hij,
EZ 33
<> \ . . . . . . .
zonder te-maken valsheid;
// <> // !
levend is-hij-aan't-leven niet is-hij-aan't-sterven.
SEDER
| \ .
bij-al-af~de-verwaarding-zijner die hij-verwaardt, 16
// <> .. . . .
is-niet aan'-aangehaakt-worden voor-hem;
\\\ // <> // !
stelregeling en gerechtigheid maakt-hij levend is-hij-aan't-leven.
| \ .
en-zeggen de-stichtkinderen-van het-genotenvolk-jouwer, 17
// <> \ . . . . . .
niet vastzo-aan't-doen-zijn een-neemweg is-de-machtiger-mijns;
<> // !
en-zij de-neemwegen-hunner niet~doen-zij-vastzo-zijn.[203]
// <>
als-omkeert~een-rechtvaardige vandaan-van-de-gerechtigheid-zijner 18
\ . . . . . . .
[en-hij-maakt valsheid;
<> !
dan-sterft-hij daaraan.
/// | .
en-als-omkeert een-schender vandaan-van-de-schenderij-zijner, 19
// <> . . . . . . . . . .
en-hij-maakt stelregeling en-gerechtigheid;
<> !
daarop is-hij aan't-leven.
|| // <> \ . . . . .
en-voorts-zeggen-jullie niet vastzo-aan't-doen-zijn een-neemweg 20
[is-de-machtiger-mijns;
\\\ // //
iedermenselijke naar-de-neemwegen-zijner ben-ik-de-regel-aan't-stellen
<> // !
[enwel-jullie huis-van JieSseRáAéL.
~
|| \\\ \ . .
en-voorts-geschiedt in-de-twaalfde jaarandering: 21
// // <> . . . . . .
op-de-tiende[204] op-de-vijfde voor-de-nieuwmaand '
[voor-de-ontmanteling-onzer;
EZ 33
\\ \\\ // <>
komt~tot-mij de-ontsnapte vandaan-van-JeRuwSháLàieM om-te-zeggen
// !
[geslagen-is de-stad.
☼ \\ / . .
en-de-hand-van~die-JHWH-van-Israël geschiedt tot-mij in-de-avond: 22
| \ .
voor-de-vertegenwendiging-van de-gekomen ontsnapte,
\ .
en-voorts-opent-hij enwel~de-mond-mijner,
// <> . . . . . . .
tot~het-komen tot-mij in-de-ochtend;
\ .
en-voorts-opent-hij de-mond-mijner,
// <> !
en-niet ben-ik-stom nogmalig.
~
// <> // !
en-voorts-geschiedt de-inbreng-van~die-JHWH-van-Israël tot-mij om-te-zeggen.23
. .
stichtkind-van~een-roodling: 24
☼ \\ / ///
de-inzittenden-van de-schroeidroogten (nl.)deze op~het-roodlingse-van
| \ .
[JieSseRáAéL (zijn)zeggende om-te-zeggen,
| \ .
(als)een-één-enkele geschiedt AàBheRáHáM,
<> . . . . .
en-voorts-vangt-hij-weg enwel~het-land;
\ .
en-wij (zijn)velen,
// // <> !
aan-ons is-gegeven het-land om-weg-te-vangen.
=
☼ \\ / \ \ . .
vastzo zeg tot-hen zo~zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël: 25
\\\ // //
boven-het-roods zijn-jullie-aan't-eten en-de-welogen-jelieder
// <> \
[zijn-jullie-hoog-heen-aan't-dragen naar~wentelgoden-jelieder en-roods
. . . . . . . .
[zijn-jullie-aan't-uitstorten;
<> !
en-land? zijn-jullie-aan't-wegvangen.
EZ 33
/// | \ .
jullie-blijven-staande op~de-zwaarden-jelieder jullie-maken gruwelijks, 26
// // <>
en-een-manmenselijke enwel~de-vrouwmenselijke-van de-metgezel-zijner
. . . . .
[besmetten-jullie;
<> !
en-land? zijn-jullie-aan't-wegvangen.
=
\\ / \\ \
zo~ben-jij-aan't-zeggen tot-hen zo~zegt de-machtiger-mijns 27
¬ ,
[die-JHWH-van-Israël een-levende~(ben)ik
|| /// | \ .
ware't~niet-dat wie(zijn) in-de-schroeidroogten in-het-zwaard
[aan't-vallen-zijn,
| \ .
en-wie(is) op~de-vertegenwendiging-van het-veld,
// <> . . . . .
aan't-wildleven geef-ik-hem om-hem-te-eten;
| // // !
en-wie(zijn) in-de-toegankelijkheden aan-inbracht zijn-zij-aan't-sterven.
/// \\ | \ .
en-voorts-ben-ik-aan't-geven enwel~het-land tot-ontzetting en-ontzettendheid,28
<> \ . . . . . .
en-voorts-is-aan't-verstild-worden de-hoovaardij-van de-sterkte-zijner;
// // <>
en-voorts-zijn-ontzettend-aan't-worden de-bergen-van JieSseRáAéL
// !
[vanwege-geenszins een-oversteker.
<> \ . . . . . . . . . . . .
en-voorts-zijn-zij-aan'tvolkènnen ja~ik(ben) die-JHWH-van-Israël; 29
/// \\ | \ .
als-ik-geef enwel~het-land tot-ontzetting en-ontzettendheid,
// <> // !
om al-af~de-gruwelijkheden-hunner die zij-maken.
=
\ .
en-jij stichtkind-van~een-roodling, 30
\ . .
de-stichtkinderen-van het-genotenvolk-jouwer:
/// | \ .
die-zich-inbrengen bij-jou ter-zijde-van de-wanden,
<> . . . . . . .
en-in-de-openingen-van de-huizen;
EZ 33, 34
\ . .
en-in-brengt~een-één-enkele samen-met~een-één-enkele:
/// | .
een-manmenselijke samen-met-de-broederverwant-zijner om-te-zeggen,
\ .
komt~dan-toch en-hoort,
\ .
wat(is) de inbreng,
<> // !
die-uittrekt vandaan-van-bij die-JHWH-van-Israël.
\ .
en-aan't-komen-zijn-zij naar-jou, 31
|| ///
zoals-komt~een-genotenvolk en-zij-zijn-aan't-zitten
| .
[voor-de-vertegenwendiging-jouwer het-genotenvolk-mijner,
| .
en-voorts-zijn-zij-aan't-horen enwel~de-inbrengen-jouwer,
<> \ . . . . . .
enwel-die zijn-zij-niet aan't-maken;
/// | \ .
ja~hunkeringen met-de-mond-hunner (zijn)zij makende,
// <> // !
laat-aan-achter het-brokken-maken-hunner (is)het-hart-hunner gaande.
/// | \ .
en-kijk-hier-jij(bent) voor-hem als-een-lied-van hunkeringen, 32
// <> \ . . . . . . . . .
mooi-van stem en-goeddoende het-snarenspel;
| .
en-voorts-horen-zij enwel~de-inbrengen-jouwer,
// <> !
en-makenden (zijn)zij-geenszins enwel-die.
. . . . .
en-als-dat-komt; 33
\ .
kijk-hier het-komt,
.
en-voorts-zijn-zij-aan't-volkènnen,
// <> // !
ja een-profeet geschiedt in-het-midden-hunner.
=
// <> // !
en-voorts-geschiedt de-inbreng-van~die-JHWH-van-Israël tot-mij 34.1
[om-te-zeggen.
|| <> \ . . . . .
stichtkind-van~een-roodling profeteer over~de-weidenden-van JieSseRáAéL; 2
EZ 34
\ | \\ /
profeteer en-voorts-ben-jij-aan't-zeggen tot-hen aan-de-weidenden
\ \ . .
[zo~zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël:
/// // | /// | \ .
wee de-weidenden-van JieSseRáAéL die geschieden weidend zichzelf,
\ .
niet? het-voorttrekvee,
<> !
zijn-aan't-weiden de-weidenden.
/// \\ | \ .
enwel~het-melkvet zijn-jullie-aan't-eten en-enwel~met-witwol je-aan't-kleden,3
<> . . . . . . . .
het-volzuiverde zijn-jullie-aan't-slachten;
<> // !
het-voorttrekvee niet aan't-weiden.
☼ \\ / \ . .
enwel~de-aangepakten niet verhard-jij-hen en-het-uitgeputte 4
[niet~herstel-jij-hen:
\\ \ .
en-het-gebrokene niet omwind-jij-hen,
\\ | \ .
en-het-aan't-dolen-gebrachte niet doe-jij-terugkeren-hen,
<> \ . . . . . . . . . .
en-enwel~het-teloor-geraakte niet ben-jij-aan't-zoeken-het;
// // !
en-met-hardheid regeer-jij-hen en-met-wegrukking.
<> \ . . . . . . .
en-voorts-worden-zij-verstrooid vanwege-het-zonder-zijn-van een-weider; 5
\\\ // // <>
en-voorts-geschieden-zij tot-eten voor-al-af~het-wildleven-van het-veld
!
[en-voorts-worden-zij-verstrooid.
/// | .
aan't-dwalen-zijn het-voorttrekvee-mijner op-al-af~de-bergen, 6
<> \ . . . . . . . .
en-op al-af~mutsheuvel (die)verheven(is);
\\ /// \\ | \
en-over al-af de-vertegenwendiging-van het-land worden-verstrooid
.
[het-voorttrekvee-mijner,
// <> // !
en-geen die-navraagt en-geen die-zoekt.
// .
om-vastzo weidenden, 7
<> // !
hoort enwel~de-inbreng-van die-JHWH-van-Israël.
/ \ \ . .
een-levende~(ben)ik konde-van de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël: 8
EZ 34
\ \ \
ware't~niet ter-toebuiging-aan het-geschieden-van~het-voorttrekvee-mijner
|' // | /
[tot-roof en-voorts-geschieden het-voorttrekvee-mijner tot-eten
/// | .
[voor-al-af~het-wildleven-van het-veld vanwege-geen weider,
// <> . . . . . . .
en-niet-navragen de-weidenden enwel~het-voorttrekvee-mijner;
/// | .
en-voorts-weiden de-weidenden enwel-zichzelf,
<> // !
en-enwel~het-voorttrekvee-mijner niet weiden-zij.
=
| .
om-vastzo oh-weidenden,
<> !
hoort de-inbreng-van~die-JHWH-van-Israël.
|| \ . .
zo~zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël: 10
\\ / \\\
kijk-hier-mij naar~de-weidenden-toe en-voorts-ben-ik-aan't-opvragen
\ . .
[enwel~het-voorttrekvee-mijner vandaan-van-de-hand-hunner:
|
en-voorts-ben-ik-aan't-doen-verstillen-hen
\ .
[vandaan-van-het-weiden-van het-voorttrekvee,
// // <> . . . . . . .
en-niet~zijn-aan't-wieden nogmalig de-weidenden [enwel~zichzelf;
/// |
en-voorts-ben-ik-eruit-aan't-doen-slepen het-voorttrekvee-mijner
.
[vandaan-van-de-mond-hunner,
// <> !
en-niet~is-het-aan't-geschieden-! voor-hen tot-eten.
=
// // <> \ . . . . . . . . . . .
ja zo zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël; 11
|| !
kijk-hier-mij~ik en-voorts-ben-ik-aan't-bedenken-hen.
☼ \\ / ///
zoals-bedenkt een-weidende de-uithaling-zijner op-de-dag-dat~hij-geschiedt 12
| .
[in-het-midden-van~het-voorttrekvee-zijner dat-zich-verspreidt,
EZ 34
<> \ . . . . . . .
vastzo ben-ik-aan't-bedenken enwel~het-voorttrekvee-mijner;
\ . .
en-voorts-ben-ik-eruit-aan't-doen-slepen enwel-hen:
| \ \ .
vandaan-van-al-af~de-opstaanplaatsen waar zij-verspreid-zijn aldaar,
// <> !
op-de-dag-van overwolking en-mist.
\ . .
en-voort-ben-ik-aan't-doen-uittrekken-hen vandaan-van~de-genotenvolken, 13
| .
en-voorts-ben-ik-aan't-verzamelen-hen vandaan-van~de-landen,
<> . . . . . . .
en-voorts-ben-ik-aan't-doen-komen-hen naar~het-roodlingse-hunner;
| \ .
en-voorts-ben-ik-aan't-weiden-hen naar~de-bergen-van JieSseRáAéL,
<> // !
en-in-al-af de-zitplekken-van het-land.[205]
| \ .
als-een-weidende~goeddoende ben-ik-aan't-weiden enwel-hen, 14
// <> \
en-op-de-bergen-van het-verhevene~JieSseRáAéL is-aan't-geschieden
. . . . . . .
[het-lustoord-hunner;
/// | \ .
daar ziin-zij-elkaar-aan't-beliggen in-een-lustoord goed,
// // <> // !
een-weide olievet zijn-zij-aan'rt-weiden naar~de-bergen-van JieSseRáAéL.
| /// | .
ik ik-ben-aan't-weiden het-voorttrekvee-mijner 15
[en-ik ben-aan't-doen-beliggen-hen,
<> // !
konde-van de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël.
/// | \
enwel~het-teloor-geraakte ben-ik-aan't-zoeken enwel~het dolende 16
.
[ben-ik-aan't-doen-terugkeren,
\ .
en-voor-het-gebrokene ben-ik-aan't-winden,
EZ 34
<> . . . . . . . . . . .
en-het-uitgeputte ben-ik-aan't-harder-maken;
\\\ // <>
en-enwel~het-vette enwel~het-harde ben-ik-aan't-verdelgen
// !
[ik-ben-aan't-weiden met-stelrgeling.
\ .
en-jij-toch voorttrekvee-mijner, 17
// <> \ . . . . . . . . . . .
zo zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël;
/// | \ .
kijk-hier-mij de-regel-stellend onderscheidend~kleinvee voor-kleinvee,
<> !
voor-reebokken en-voor-geitebokken.
\ . .
weinig(is't)? vandaan-van(vanwege)-jullie: 18
/// | .
de-weide (die)goed(is) zijn-jullie-aan't-afweiden,
\\ | .
en-het-strakgeblevene vandaan-van-de-weiden-jelieder,
<> . . . . . . .
zijn-jullie-aan't-vertreden met-de-voebenen-jelieder;
\ .
en-het-omlaaggebrachte-van~water zijn-jullie-aan't-drinken,
.
en-enwel het-strak-gelatene,
<> !
met-de-voetebenen-jelieder zijn-jullie-aan't-vertroebelen-!.
. . . . . . .
en-het-voorttrekvee-mijner; 19
// | .
vandaan-van-het-vertredene-van de-voetebenen-jelieder
[zij-zijn-aan't-geweid-worden,
// <> !
en-vandan-van-het-vertroebelde-van de-voetebenen-jelieder
[zijn-zij-aan't-drinken.
=
. .
om-vastzo: 20
// // / <> . . . . .
zo zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël tot-hen;
|| | \ .
kijk-hier~mij en-de-regel-stel-ik onderscheidend~kleinvee (dat)volzuiverd(is),
// <> !
en-onderscheidend het-kleinvee (dat)uitgeteerd(is).
. .
ter-toebuiging-daaraan-dat: 21
EZ 34
/// | .
met-zijde en-met-schouder zijn-jullie-duwen-aan't-geven,
// <> . . . . . . . .
en- met-de-horens-jelieder zijn-jullie-aan't-steken
[al-af~het-uitgeputte;
<> // <> !
totdat jullie-verstrooien enwel-hen naar~het-straatbuiten.
\ .
en-ik-bevrijd het-voorttrekvee-mijner, 22
/ <> . . . . .
en-niet~zijn-zij-aan't-geschieden nogmalig tot-roof;
.
en-ik-stel-de-regel,
// <> !
onderscheidend kleinvee voor-kleinvee.
\\ / /// |
en-voorts-ben-ik-aan't-doen-opstaan over-hen een-weider een-één-enkele 23
\ .
[en-voorts-is-hij-aan't-weiden enwel-hen,
<> \ . . . . . .
enwel de-heerdienaar-mijner DáWieJD;
/// \ .
en-hij aan't-weiden-is-hij enwel-hen,
// <> !
en-hij~is-aan't-geschieden voor-hen tot-een-weider.
\ . .
en-ik die-JHWH-van-Israël: 24
/// | .
ik-ben-aan't-geschieden voor-hen tot-gods,
// <> \
en-de-heerdienaar-mijner DáWieJD (is)een-hoog-heen-dragende
. . . . .
[in-het-midden-van-jullie;
// <> !
ik die-JHWH-van-Israël breng't-in.
/// | \ .
en-af-scheid-ik voor-hen een-zuivergang-van vrede, 25
// <> . . . . .
en-ik-doe-verstillen wildleven~kwaad vandaan-van~het-land;
/// | .
en-zij-zitten in-het-inbrengveld tot-veiligheid,
<> !
en-zij-slapen in-de-wouden.
// // // <> . . . . . . . .
en-ik-geef enwel-hen en-de-omsingeling-van de-heuvelmuts-mijner inzegening;26
/// \\ | .
en-afdalen-doe-ik de-plasregen op-het-tij-zijner,
// <> !
plasregens-van inzegening zijn-aan't-geschieden.
EZ 34
☼ \\ / . .
en-voorts-is-aan't-geven het-hout-van het-veld enwel de-vruchten-zijner: 27
\\ \ .
en-het-land is-aan't-geven de-afdracht-zijner,
// <>
en-voorts-zijn-zij-aan't-geschieden op~het-roodlingse-hunner
. . . . . . . . .
[in-veiligheid;
|| // . .
en-voorts-volkènnen-zij ja~ik(ben) die-JHWH-van-Israël:
| \ .
als-ik-breek enwel~de-rekstangen-van het-juk-hunner,
.
en-voorts-sleep-ik-eruit-hen,
<> // !
vandaan-van-de-hand-van wie-doen-heerdienen-hen bij-zich.[206]
\\ // | .
en-niet~zijn-zij-aan't-geschieden nogmalig (als)roofgoed voor-de-naties, 28
// <> . . . . .
en-het-wildleven-van het-land is-niet aan't-vereten-hen;
// <> // !
en-zij-zijn-aan't-zitten in-veiligheid en-geen die-doet-huiveren.
// // <> . . . . . .
en-voorts-ben-ik-aan't-doen-opstaan voor-hen een-planting tot-een-naam; 29
\\ / /// |
en-niet~zijn-zij-aan't-geschieden nogmalig aan-de-randen-van honger
.
[in-het-land,
// <>
en-niet~zijn-zij-hoog-heen-aan't-dragen nogmalig
// !
[de-schaamdeelachtigheid-van de naties.
. .
en-voorts-volkènnen-zij: 30
\ \\\ // <> . . . . .
ja ik die-JHWH-van-Israël de-gods-hunner(ben)samen-met-hen;
. .
en-zij:
| .
het-genotenvolk-mijner het-huis-van~JieSseRáAéL,
<> // !
konde-van de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël.
// // // <> \
en-jullie voorttrekvee-mijner voorttrekvee-van de-weide-mijner roodling 31
. . . . . .
[(zijn)jullie;
EZ 34,35
| .
ik de-gods-jelieder,
<> // !
konde-van de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël.
~
// <> // !
en-voorts-geschiedt de-inbreng-van~die-JHWH-van-Israël tot-mij 35.1
[om-te-zeggen.
|| // <>
stichtkind-van~een-roodling stel de-vertegenwendiging-jouwer 2
\ . . . . . .
[op-tegen~het-gebergte-van SséNgieJR;
<> !
en-profeteer over-hem.
\ . .
en-voorts-ben-jij-aan't-zeggen aan-hem: 3
/// | \ . .
zo zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël:
// <> . . . . . .
kijk-hier-mij aangaande-jou gebergte-van~SséNgieJR;
/// | .
en-voorts-ben-ik-aan'-uitrekken de-hand-mijner op-jou,
<> // !
en-voorts-ben-ik-aan't-geven-jou ontzetting en-ontzettends.
\\ | \ .
de-steden-jouwer schroeidroog ben-ik-aan't-stellen, 4
<> \ . . . . . . . .
en-jij-bent (als-iets)ontzettends aan't-geschieden;
<> // !
en-voorts-ben-jij-aan't-volkènnen ja~ik(ben) die-JHWH-van-Israël.
. .
ter-toebuiging-daaraan: 5
/// | | .
dat-er-geschiedt voor-jou vijandschap wereldlang,
// <>
en-voorts-doe-jij-neerrollen emwel~de-kinderen-van~JieSseRáAéL
. . . . . .
[op~de-hand-van~een-zwaard;
\ .
in-het-tij-van de-overmachtiging-hunner,
<> // !
in-het-tij-van ontwrichting tot-het-einde.
\ . .
om-vastzo een-levende~(ben)ik: 6
| \ .
konde-van de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël,
EZ 35
// <> \ . . . . .
ja~tot-roods ben-ik-aan't-maken-jou en-roods
[is-aan't-achtervolgen-jou;
// // <> // !
ware't~niet-dat roods jij-beweigert en-roods aan't-achtervolgen-is-jou.
| \ .
en-voorts-ben-ik-aan't-geven enwel~de-berg SséNgieJR, 7
<> . . . . . . .
tot-ontzetting en(iets)ontzettends;
// <> // !
en-voorts-ben-ik-aan't-afscheiden vandaan-van-hem oversteker
[en-terugkeerder.
// <> . . . . . .
en-voorts-ben-ik-vol-aan't-doen-zijn enwel~de-bergen-zijner 8
[met-de-aamgepakten-zijner;
| \\ | .
op-de-mutsheuvels-jouwer en-de-valleien-jouwer en-al-al~de diepten-jouwer,
<> // !
de-aangepakten-van~het-zwaard zijn-aan't-vallen daarop.
/// | .
ontzetting wereldlang ben-ik-aan't-geven-jou, 9
<> . . . . . . . . . . . . . . .
en-de-steden-jouwer zijn-niet ingezeten-aan't-worden;
<> // !
en-voorts-zijn-jullie-aan't-volkènnen ja~ik(ben) die-JHWH-van-Israël.
\ ☼ \ / \\\
ter-toebuiging-daaraan-dat jij-zegt enwel~andertwee naties en-andertwee 10
// // <> . . . . . . . . . . . .
[landen zijn-aan-mij aan't-geschieden en-wij-zijn-aan't-wegvangen-die;
<> // !
terwijl-die-JHWH-van-Israël daar geschiedt.
\ . .
om-vastzo een-levende~(ben)ik: 11
¬ \ ,
konde-van de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël
. .
en-voorts-ben-ik-aan't-maken:
| .
naar-de-neuswalging-jouwer en-naar-de-ijver-jouwer,
\ //
die jij-maakt
<> . . . .
[vandaan-van(vanwege)-de-beweigering-van-jou
[door-hen;
// <> //
en-voorts-ben-ik-volkènd-aan't-worden bij-hen naar-hoe
!
[ik-de-regel-aan't-stellen-ben-jou.
Ez 35, 36
¬ \ ,
en-voorts-ben-jij-aan't-volkènnen ja~ik die-JHWH-van-Israël 12
\ . .
ik-hoor enwel~al-af~de-smaderijen-jouwer:
// \ // <> \ . . . . . . .
die jij-zegt over~de-bergen-van JieSseRáAéL te-zeggen ontzetting;
// <> !
aan-ons zijn-zij-gegeven tot-eten.
/// .
en-voorts-maken-jullie-je-groot met-de-mond-jelieder, 13
// | . . . . . . .
en-voorts-doen-jullie-rijkelijk-aan't-zijn over-mij de-inbrengen-jelieder;
<> !
ik ik-hoor.
=
// <> \ . . . . . . . . . . . .
zo zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël; 14
\\ | .
zoals-zich-verheugt al-af~het-land,
<> !
ontzetting ben-ik-aan't-maken~voor-jou.
// | \\\ // //
zoals-jij-je-verheugt aan-het-eigendeom-van het-huis-van~JieSseRáAéL over 15
<> \ . . . . .
[wat~ontzettend-is vastzo ben-ik-aan't-maken voor-jou;
\\ /// | \
onzettend is-aan't-geschieden het-gebergte-van~SséNgieJR en-al-af~AêDóWM
.
[is-al-af-gemaakt,
<> // !
en-voorts-zijn-zij-aan't-volkènnen ja~ik(ben) die-JHWH-van-Israël.[207]
~
\ .
en-jij stichtzoon-van~een-roodling, 36.1
<> \ . . . . .
profeteer naar~de-bergen-van JieSseRáAéL;
.
en-voorts-ben-jij-aan't-zeggen,
| .
bergen-van JieSseRáAéL,
EZ 36
<> !
hoort de-inbreng-van~die-JHWH-van-Israël.
/// | \ .
zo zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël, 2
\ \\\ // <> . . . .
ter-toebuiging-daaraan-dat zegt de-vijand over-jullie aha;
\ .
en-de–cultusbulten wereldlang,
<> // !
ter-wegvangst geschieden-zij aan-ons.
| \ .
om-vastzo profeteer en-voorts-ben-jij-aan't-zeggen, 3
// <> \ . . . . . . . . . . .
zo zegt de-machtigre-mijns die-JHWH-van-Israël;
\ |' ☼ \\ //
ter-toebuiging-aan het-bij-toebuiging ontzetten en-ophappen enwel-van-jullie
. .
[vandaan-van(vanwege)-omsingeling:
/// | \ .
opdat-jullie-geschieden (als)wegvangst voor-het-restant-van de-naties,
// // <>
en-voorts-gaan-jullie-op op~een-lip die-over-de-tong-doet-gaan
!
[en(als)geroddel-van~een-genotenvolk.
| \ .
om-vastzo bergen-van JieSseRáAéL, 4
<> \ . . . . . . . . . . .
hoort de-inbreng-van~de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël;
\ \ ☼ \\
zo~zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël aan-de-bergen
/ \ . .
[en-aan-de-mutsheuvels en-aan-de-diepten en-aan-de-valleien:
/// | \ .
en-aan-de-schroeidroogten in-ontzetting en-aan-de-steden
[die-verlaten-zijn,
\\ /// | .
die geschieden tot-roof en-tot-nabauwing,
// <> //
voor-het-restant-van de-naties die(er-zijn)
!
[vandaan-van(vanwege)-de-omsingeling.
=
. .
om-vastzo: 5
¬ \ ,
zo~zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël
EZ 36
☼ \\ // //
ware't~niet-dat in-het-vuur-van de-ijver-mijner ik-inbreng
// <> \ .
[over-het-restant-van de-naties en-over~AêDóWM al-af;
\ \ ☼ /
die geven~enwel~het-land-mijner aan-zichzelf ter-wegvangst
/// | \ .
[met-de-vreugde-van al-af~het-hart en-met-het-rondstruinen-van lichaamziel[208],
// <> !
ter-toebuiging-daaraan-dat de-dreve-daarvan tot-roof(is).
. .
om-vastzo, 6
<> \ . . . . .
profeteer over~het-roodlingse-van JieSseRáAéL;
|' \ ☼
en-voorts-ben-jij-aan't-zeggen aan-de-bergen en-aan-de-mutsheuvels
\\ / \ \
[aan-de-diepten en-aan-de-valleien zo~zegt de-machtiger-mijns
. .
[die-JHWH-van-Israël:
| /// | .
kijk-hier-mij in-de-ijver-mijner en-in-de-hittigehid-mijner breng-ik-in,
// // <>
ter-toebuiging-daaraan-dat de-schaamdeelachtigheid-van de-naties
!
[jullie-hoog-heen-aan't-dragen-zijn.
. .
om-vastzo:
/// | \ . .
zo zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël: 7
<> \ . . . . . .
ik hoog-heen-aan't-dragen-ben-ik enwel~de-hand-mijner;
/// | \ \ .
waren't~niet de-naties die(er) voor-jullie vanwege-omsingeling(zijn),
<> <> !
zij-zijn de-schaamdeelachtigheid-hunner hoog-heen-aan't-drgen.
|| /// | \ .
en-jullie bergen-van JieSseRáAéL de-twijgen-jelieder zijn-jullie-aan't-geven, 8
// <>
en-de-vruchten-jelieder zijn-jullie-hoog-heen-aan't-dragen
\ . . . . .
[voor-het-genotenvolk-mijner JieSseRáAéL;
// <> !
ja zij-lijfnaderen om-te-komen.
<> \ . . . . .
ja kijk-hier-mij aangaande-jullie; 9
EZ 36
\ .
en-voorts-ben-ik-mij-aan't-wenden tot-jullie,
<> !
en-voorts-zijn-jullie-aan't-geheerdiend-worden
[en-aan't-te-kiem-gelegd-worden.
/// | .
en-voorts-ben-ik-veel-aan't-doen-worden op-jullie roodling, 10
// <> . . . .
al-af~huis-van JieSseRáAéL al-af-dat;
| .
en-voorts-zijn-aan't- be-zeten-worden de-steden,
<> !
en-de-schroeidroogten zijn-aan't-gesticht-worden.
\\\ // // <>
en-voorts-ben-ik-veel-aan't-doen-zijn op-jullie roodling en-diervee 11
\ . . . . . . . . . . . . . .
[en-voorts-zijn-zij-veel-aan't-worden en-vrucht-aan't-geven;
\\ / . .
en-voorts-doe-ik-zitten enwel-jullie als-de-oostenvroegheden-jelieder:
en-voorts-ben-ik't-goed-aan't-doen-zijn
[vandaan-van(anders-dan)-de-eersttijen-jelieder,
<> // !
en-voorts-zijn-jullie-aan't-volkènnen ja~ik(ben) die-JHWH-van-Israël.
☼ \\ /
en-voorts-ben-ik-aan't-doen-gaan op-jullie roodling 12
/// | .
[enwel~het-genotenvolk-mijner JieSseRáAéL
[en-voorts-zijn-zij-aan't-wegvangen-jullie,
// <> . . . . . . . . .
en-voorts-zijn-jullie-aan't-geschieden voor-hen tot-eigendom;
// <> !
en-niet~zijn-jullie-aan't-toevoegen nogmalig om-te-ontkinderen-hen.
=
/// | \ .
zo zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël, 13
fz \ .
ter-toebuiging-aan hen-die-zeggen aan-jullie,
// <> . . . . .
een-eter-van roodling (ben)jij;
// <> !
en-als-ontkinderarar-van de-natie-jouwer geschied-jij.
. .
om-vastzo: 14
| \ .
een-roodling niet~ben-jij-aan't-eten nogmalig,
EZ 36
<> \ . . . . . . . .
en-de-natie-jouwer niet ben-jij-aan't-ontkinderen~nogmalig;
<> // !
konde-van de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël.
\\ /// | \
en-niet~ben-ik-aan't-doen-horen aan-gaande-jou nogmalig schaamdeel-van 15
.
[de-naties,
// <> \ . . . . . . .
en-de-hoon-van genotenvolken ben-jij-niet
[hoog-heen-aan't-dragen~nogmalig;
\\ \ .
en-de-natie-jouwer ben-jij-niet~aan't-ontkinderen nogmalig,
<> // !
konde-van de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël.
=
// <> // !
en-voorts-geschiedt de-inbreng-van~die-JHWH-van-Israël tot-mij 16
[om-te-zeggen.
. .
stichtkind-van~een-roodling: 17
/// | \ .
het-huis-van JieSseRáAéL zittend op~het-roodlingse-hunner,
\ .
en-voorts-besmetten-zij enwel-dat,
<> . . . . . . .
met-de-neemwegen-hunner en-met-de-handelingen-hunner;
| .
als-de-besmetting-van een-uitstotende[209],
// <> !
geschiedt de-neemweg-hunner voor-de-vertegenwendiging-mijner.
/// | .
en-voorts-stort-ik-uit de-hittigheid-mijner op-hen, 18
<> \ . . . . .
op-tegen~het-roods dat~zij-uitstorten op~het-land;
<> !
en-met-de-wentelgoden-hunner besmetten-zij-het.
/// | .
en-voorts-verstrooi-ik enwel-hen bij-naties, 19
<> . . . . . . .
en-voorts-worden-zij-gewannen in-de-landen;
// <> !
naar-de-neemwegen-hunner en-naar-de-handelingen-hunner
[stel-ik-de-regel-hen.
EZ 36
. .
en-voorts-komen-zij: 20
| \ .
naar~de-naties als-zij~komen daar,
<> \ . . . . . .
en-voorts-pakken-zij-aan enwel~de-naam de-geheiligde-mijner;
/// | \ .
als-men-zegt aan-hen het-genotenvolk-van~die-JHWH-van-Israël (is)dit,
<> !
en-vandaan-van-het-land-zijner trekken-zij-uit.
<> \ . . . . . .
en-voorts-heb-ik-medelijden om-de-naam de-geheiligde-mijner; 21
/// \\ | .
die zij-aanpakken (nl.)het-huis-van~JieSseRáAéL,
<> // !
in-de-naties als~zij-komen daarheen.
=
|| \ . .
om-vastzo zeg aan-het-huis-van~JieSseRáAéL: 22
/// | \ .
zo zegt de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël,
/// // // <> \ . . . .
niet ter-toebuiging-naar-jullie (ben)ik ('t)makende huis-van
[JieSseRáAéL;
/// | /// .
ja ware't~voor-de-naam~de-geheieligde-mijner die jullie-aanpakken,
<> // !
in-de-naties als-jullie-komen daarheen.
|| \ . .
en-voorts-ben-ik-aan't-heiligen enwel~de-naam-mijner de-grote: 23
// .
die-aangepakt-is in-de-naties,
// <> . . . . .
die jullie-aanpakken in-het-midden-van-hen;
\\ / \ . .
en-voorts-zijn-aan't-volkènnen de-naties ja~ik(ben) die-JHWH-van-Israël:
| \ .
konde-van de-machtiger-mijns die-JHWH-van-Israël,
// <> !
als-ik(die)-doe-heiligen bij-jullie voor-de-welogen-hunner.
/// | .
en-voorts-ben-ik-aan't-nemen enwel-jullie vandaan-van~de-naties, 24
// <> . . . . . .
en-voorts-ben-ik-aan't-verzamelen enwel-jullie
[vandaan-van-al-af~de-landen;
// | !
en-voorts-ben-ik-aan't-doen-komen enwel-jullie naar~het-roodlingse-jelieder.
EZ 36
SEDER
\\\ // // <>
en-voorts[210]-ben-ik-aan't-sprenkelen op-julie water (dat)rein(is) 25
. . . . . . . . . . . . . .
[en-voorts-zijn-jullie-rein-aan't-worden;
\\\ //
vandaan-van-al-af de-smetten-jelieder
<> //
[en-vandaan-van-al-af~de-wentelgoden-jelieder ben-ik-aan't-reinigen
!
[enwel-jullie.
/// | \ .
en-voorts-ben-ik-aan't-geven aan-jullie een-hart maandnieuw. 26
// <> \ . . . . . .
en-een-beluchting maandnieuw ben-ik-aan't-geven in-het-naderlijf-jelieder;
\\ | /// \\ |
en-voorts-ben-ik-aan't-doen-wijken enwel~het-hart (dat)een-steen(is)
.
[vandaan-van-het-vlees-jelieder,
// <> // !
en-voorts-ben-ik-aan't-geven aan-jullie een-hart (dat)vlees(is).[211]
<> \ .
en-enwel~de-beluchting-mijner ben-ik-aan't-geven in-het-naderlijf-jeleder; 27
. .
en-voorts-ben-ik-aan't-maken:
<> | .
enwel dat~in-de-ingriffingen-mijner jullie-aan't-gaan-zijn,
// <>